In Central Park wemelt het nu ook van de virtuele Rattata’s

Reportage Pokémon Go

In New York is de vorige week verschenen game Pokémon Go een rage. Buiten gamen, dat is wel even wennen.

Spelers van Pokémon Go gaan in Central Park in New York op zoek naar virtuele beesten. Beeld uit een filmpje van Jonathan Perez (@IGIhosT). Foto Jonathan Perez

Naast Christopher Casteillanos (14) staat een rat die tot zijn knie reikt. Het zou de nachtmerrie zijn van elke New Yorker, ware het niet dat het ongedierte alleen te zien is via de smartphone van zijn vriend Brandon Francisco (14).

Het is een Rattata, een van de 151 Pokémon die te vangen zijn in het op 6 juli in de VS uitgekomen computerspel Pokémon Go.

Om tien uur ’s ochtends lopen de twee tieners ter hoogte van 72nd Street door Central Park op zoek naar nieuwe toevoegingen aan hun verzamelingen. „Ik heb zojuist een Bulbasaur gevangen”, lacht Casteillanos trots. Deze op een kikker lijkende Pokémon is een stuk zeldzamer dan de rat. Waar Central Park vol mee lijkt te zitten. Net als in het echt.

Tussen de joggers , de snelwandelende New Yorkers die op hun smartphone kijken, en de toeristen die op Google Maps hun weg vinden, vallen de twee tieners nauwelijks op. Dat Casteillanos en Francisco hun telefoons voor zich houden en ermee rond bewegen verraadt dat ze behoren tot de miljoenen spelers van het op 6 juli verschenen Pokémon Go.

Net zoals in voorgaande spellen van de Nintendo-franchise is het doel om alle beschikbare Pokémon te vangen, te trainen en ermee te vechten tegen andere spelers. Maar deze mobiele versie maakt gebruik van zogeheten Augmented Reality: spelelementen zijn via telefoon- en tabletsschermen in de echte wereld te zien. De diertjes zitten niet meer in je apparaat, maar dankzij de gps-functie overal om je heen. Pokémon Go dwingt spelers er zo echt op uit te gaan in plaats van de hele dag thuis te zitten. Francisco: „Mijn ouders snappen niet waarom ik hele dagen de deur uit ben. Normaal zit ik in de zomer thuis te gamen.”

Net voorbij het door wolkenkrabbers omlijste grasveld Sheep Meadow loopt Jonathan Chu (31). De Lockheed-softwareprogrammeur uit Queens heeft in de middag een afspraak in de stad, maar is uren eerder naar het park gereisd om wat Pokémon te vangen. „Ik speelde dit als tiener op de middelbare school. Al die fijne herinneringen van toen komen weer terug.”

Chu speelt Pokémon Go pas twee dagen, maar ving al tachtig verschillende Pokémon in en rondom het veel kleinere Astoria Park. Zijn meest bijzondere is de saaie Pinsir, een grauwe uit de kluiten gewassen kever, dus vandaag hoopt hij op wat beters. „Hier zetten veel mensen lokaas uit om Pokémon aan te trekken.”

Beroving in St. Louis

In St Louis werd dit virtuele lokaas op zondagnacht echt. Drie tieners beroofden spelers van hun smartphones door deze functie te gebruiken en ze op te wachten. „Ik houd het bij spelen overdag. Dat is veiliger”, zegt Chu terwijl hij met zijn telefoon voor zich een steile stenen trap afloopt.

De politie in New York waarschuwt spelers niet alleen waakzaam te zijn voor criminelen, maar ook vooral op hun omgeving. Om ongelukken te voorkomen in de drukke stad.

Het grootste probleem dat Casteillanos, Francisco en Chu momenteel in Central Park hebben met Pokémon Go is dat het computerspel zo vaak vastloopt. Dat gebeurt bijna even vaak als het tegenkomen van een Rattata.