Hoe het vuurwapengeweld in Nederland explodeerde

Wapenhandel

Sinds 2008 is het gebruik van zware wapens in de onderwereld sterk toegenomen. In dat jaar besloot het kabinet-Balkenende de strijd tegen de illegale handel in vuurwapens minder prioriteit te geven.

Hij wordt gezien als de wapenleverancier van de Mocro-maffia in de Randstad: de Brabantse crimineel Jan B. Buren omschrijven deze 65-jarige Hultenaar als een vriendelijke man. Maar Jan B. heeft ook een licht ontvlambaar karakter. Zo dreigde hij in het voorjaar van 2015 burgemeester Jan Boelhouwer van de gemeente Gilze „overhoop te schieten”. Die bedreiging, zo vertelde Boelhouwer later zelf, volgde op het sluiten van een loods van Jan B. waar de politie een wietplantage had aangetroffen.

Wat Jan B. niet wist was dat hij op dat moment al enige tijd werd gevolgd door de recherche. De aanleiding: een onderzoek dat begon na de beruchte schietpartij in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt in december 2012. Daarbij werden twee criminelen geliquideerd en tijdens hun vlucht schoten de daders gericht op de politie. Deze schietpartij is het dieptepunt in wat de Mocro-oorlog is gaan heten vanwege de betrokkenheid van een groot aantal criminelen van Marokkaans-Nederlandse afkomst.

Na de schietpartij vindt de politie wapens bij een doorzoeking van een woning in de Staatsliedenbuurt. Het is die wapenvondst die na lang rechercheren leidt naar Jan B. Bij zijn arrestatie op 29 mei 2015, worden in woningen in het Brabantse Hulten en het Belgische Turnhout en in een loods in het Brabantse Den Hout naast 45 revolvers en pistolen, 8 geweren, 2 handgranaten en 2 schietpennen ook 10 (semi)-automatische wapens gevonden.

Jan B. komt weer in beeld als de politie twee maanden later in Nieuwegein een nog grotere wapenvondst doet. In een opslagbox liggen daar bijna 100 wapens. Op één ervan zit het DNA van Jan B., zo blijkt uit het dossier. Het is onvoldoende bewijs om hem voor die zaak te vervolgen maar Jan B. is sindsdien wel gelinkt aan twee van de grootste wapenvondsten van de afgelopen jaren. Grote vraag: wie is de leverancier van Jan B.? En waar komen al die wapens vandaan?

Voor de antwoorden op dit soort vragen is complex internationaal onderzoek nodig. Doorgaans wordt dat gedaan door een zogeheten joint investigation team waarin medewerkers van justitie en politie uit verschillende landen samenwerken. Om de smokkelroutes van wapenhandelaren te achterhalen zijn dat soort teams noodzakelijk. Maar als het om wapens gaat, is daar in Nederland weinig animo voor. Tot voor kort.

Gezocht: een officier van justitie

Het heeft lang geduurd, maar een jaar na de twee grootste wapenvondsten uit de recente Nederlandse geschiedenis sluit het Openbaar Ministerie (OM) zich aan bij een internationaal onderzoek naar een ongekend grote stroom wapens die begint in Slowakije. Daar komt een deel van de wapens vandaan die vorig jaar in Nieuwegein en Den Hout is gevonden.

Het tekent de kanteling die binnen justitie en politie is gemaakt als het gaat om de wapenhandel. Wapenzaken krijgen niet de aandacht die ze verdienen, zo luidde een veelgehoorde klacht binnen het OM. „Dat is verleden tijd”, zegt Wim de Bruin, woordvoerder van het Landelijk Parket. „Bestrijding van de illegale wapenhandel wordt sinds vorig jaar ook binnen het OM als prioriteit gezien.” En dat is terecht, zeggen deskundigen. De toevloed van wapens heeft de afgelopen jaren geleid tot meer geweld op straat.

In de internationale strijd tegen de georganiseerde misdaad wordt al jaren gehamerd op samenwerking bij onderzoek naar wapenhandel. Daar zijn binnen Europa harde afspraken over gemaakt die na de aanslagen in Parijs en Brussel aan urgentie hebben gewonnen.

Een nieuwe wapenrichtlijn is centraal onderdeel van de maatregelen die na Parijs zijn aangekondigd. Die richtlijn reguleert het legale wapenbezit. Dat moet verder worden beperkt, als het aan de Europese Commissie ligt.

Daarnaast komen er maatregelen om te voorkomen dat legale wapens in het illegale circuit terechtkomen. Dat gaat bijvoorbeeld om strengere regels voor het onklaar maken van wapens die door politie en het leger niet meer worden gebruikt. Maar die maatregelen zijn, stellen deskundigen, niets waard als er niet wordt geïnvesteerd in onderzoek naar de leveranciers van wapenhandelaren als Jan B.

Wetgeving alleen is niet voldoende, stelt de Belgische wapenonderzoeker Nils Duquet die werkt voor het Vlaams Vredesinstituut in Brussel. „De strijd tegen illegale vuurwapenhandel kun je alleen winnen door intensieve samenwerking op Europees niveau”, aldus Duquet. „Naast een strenge wapenwet moet er geïnvesteerd worden in analyse van de illegale vuurwapenmarkt en de operationele slagkracht van betrokken diensten.

Volgens wapenexpert Jas van Driel, die leden van het Europees Parlement adviseerde over de nieuwe wet, zijn regels alleen nooit genoeg om de verspreiding van wapens onder criminelen en terroristen tegen te gaan. „Er zijn zoveel niet geregistreerde of illegale wapens in oploop, dat is niet te reguleren. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar wapenhandel op nationaal en internationaal niveau.”

En dat heeft in de meeste West-Europese landen geen prioriteit, zegt Jas van Driel. „Justitie en politie in Zuidoost-Europa willen deze zaken graag aanpakken, maar ze lopen hier vaak vast. Tot voor kort schortte het ook in Nederland aan urgentie, zo blijkt uit een zaak die in 2014 speelde in Brabant.

Een sokkel uit Slowakije

Het is geen gebruikelijk pakket dat op 1 december 2014 bij het distributiecentrum van DHL in Eindhoven wordt afgeleverd. Het gaat om iets dat lijkt op een sokkel van een beeld en komt uit Bratislava, de hoofdstad van Slowakije. Het pakket weegt een dikke honderd kilo en wordt een dag later afgeleverd bij een bedrijf in het Oost-Brabantse Berghem. Daar staan drie mannen te wachten op de witte DHL-bus. De drie, een Pool en twee Nederlanders, laden het pakket in de kofferbak van een donkergrijze BMW 1-serie en rijden weg in de richting van het nabijgelegen Oss. Daar worden ze aangehouden.

De politie was eind november door Europol getipt dat er via DHL wapens vanuit Slowakije naar Nederland zouden worden verstuurd. In het pakket vindt de politie de body’s van 35 pistoolmitrailleurs van het merk ČCeská Zbrojovka. Het gaat hier om de Ceska vz61 Skorpion. Het wapen wordt vaak in delen gesmokkeld omdat de body in Duitsland niet onder de wapenwet valt. (Zie kader)

De Poolse hoofdverdachte wordt in het najaar van 2015 veroordeeld tot drie jaar cel. Zijn Nederlandse medeverdachten worden vrijgesproken. Saillant detail: een van de twee medeverdachten werkte in dienst van de Koninklijke Marechaussee als beveiliger van Vliegbasis Volkel.

De drie mannen zijn slechts een tussenstation, loopjongens van een criminele organisatie die wapens vanuit Slowakije naar West-Europa smokkelt.

De drie zouden de wapens afgeven aan een man die op een parkeerterrein in Nistelrode zou staan wachten in een zwarte BMW. Wie die man was en waar de wapens uiteindelijk naar toe zouden gaan heeft de politie niet achterhaald. En dat terwijl uit documenten van Europol, die Omroep Brabant later heeft gepubliceerd, blijkt dat dit geen toevallig transport was. Volgens het document worden „soortgelijke pakketten met dezelfde hoeveelheid wapens regelmatig naar Nederland verzonden, één of twee keer per maand”.

Spoor loopt dood

Na de arrestatie is het spoor naar de uiteindelijke koper van de zending Skorpions doodgelopen. En dat leidt tot ergernis bij Europol en de Slowaakse politie, zo bericht De Telegraaf in het voorjaar van 2015. De Slowaken hadden nadrukkelijk gemeld dat ze de hele smokkellijn in kaart wilden brengen. De Nederlandse autoriteiten kozen uiteindelijk voor de korte klap: verdachten aanhouden, wapens van de straat. De zaak werd binnen een jaar afgedaan bij de rechter.

De zaak rond de Skorpions is typerend voor de manier waarop in Nederland wordt omgegaan met wapenhandel en komt voort uit bewust ingevoerd beleid.

Sinds 2008 is de handel in wapens geen speerpunt meer maar onderdeel van de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Volgens de toenmalige ministers Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) en Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) moest bijvoorbeeld de hennepcriminaliteit meer prioriteit krijgen. Maar, zo luidde de relativering, justitie en politie zullen „serieus aandacht blijven besteden aan vuurwapens en explosieven”.

In een evaluatierapport uit 2012 stellen onderzoekers van de politie zelf dat dit nieuwe beleid desastreuze gevolgen heeft gehad. Zelfstandig onderzoek naar wapenhandel wordt sindsdien bijna niet meer gedaan, het is immers geen prioriteit. Het leidt ertoe dat wapenexperts binnen de politie „weinig animo meer hebben” voor het aandragen van nieuw onderzoek naar wapenhandel.

Ook blijkt dat het informatiesysteem voor wapens versloft. In 2011 houden nog maar 6 van de 26 politiekorpsen het Vuurwapeninformatiesysteem adequaat bij. Het gevolg: geen landelijk overzicht van de vuurwapenproblematiek in Nederland. Het rapport leidt tot weinig of geen opwinding. Sterker nog, drie jaar later wordt ook het enige netwerk van wapendeskundigen binnen justitie en politie – het Landelijk Platform Vuurwapens – afgeschaft.

Wat overblijft is de korte klap, zoals in de zaak met de 35 Skorpions. De beleidskeuze uit 2008 leidt ertoe dat strategische informatie over wapenhandel bij de Nederlandse politie vrijwel is verdwenen. Hoeveel wapens komen het land in? Waar komen ze vandaan? Wie houden zich er mee bezig? Welke rol speelt Nederland in de internationale wapenhandel? De Nederlandse politie had er geen goed beeld van.

Gebruik zware wapens groeit

Sinds 2008 is het gebruik van zware wapens in de onderwereld sterk toegenomen. In Brabant signaleert de politie dat criminelen in de hennep- en pillenhandel steeds vaker zware wapens gebruiken om hun handel te beschermen. In 2015 waren er 17 onderwereldmoorden, een triest record. In Amsterdam en omgeving vielen na de schietpartij in de Staatsliedenbuurt tientallen slachtoffers, vaak vermoord met zeer grof en openlijk wapengeweld.

Volgens Nils Duquet hangt het toenemende geweld in de onderwereld samen met de ongebreidelde proliferatie van wapens. „Aan het begin van deze eeuw zag je dat alleen criminelen met een hoge status in de onderwereld over volautomatische wapens beschikten”, aldus Duquet. „In de Mocro-oorlog zie je dat hele jonge jongens met weinig of geen status in het criminele milieu al betrokken zijn bij schietpartijen met automatische wapens.”

Daaruit kun je volgens Duquet afleiden dat het nu gemakkelijker is om aan zware wapens te komen dan voorheen. En al dat geweld lokt natuurlijk weer nieuw geweld uit, beaamt wapenexpert Jas van Driel. „De stroom zware wapens is omstreeks 2010 zichtbaar toegenomen.”

En dat er een samenhang bestaat tussen de beschikbaarheid van automatische wapens en het gebruik daarvan vindt hij logisch. „Het is ook geen toeval dat het vuurwapengeweld is gegroeid in een periode dat er minder aandacht voor wapenhandel is bij justitie en politie.”

Jan B. zit intussen nog altijd vast, net als drie medeverdachten. De rechtbank oordeelde twee weken geleden tijdens een openbare bespreking van de voortgang van het onderzoek dat zij gezien de ernst van de verdenking tot de afronding van de zaak begin volgend jaar vast moeten blijven zitten. Het verweer van de advocaat van Jan B. dat zijn cliënt een verzamelaar is die van wapens houdt, heeft vooralsnog geen indruk gemaakt.

Zaterdag: In het spoor van de wapens uit Slowakije