Hij zette alles op het spel en verloor

Portret David Cameron, scheidendE Britse premier

Het verloren Brexit-referendum betekende het einde van Camerons premierschap. Neuriënd trok hij de deur achter zich dicht.

David Cameron sprak voor het eerst de media toe bij zijn aantreden als premier op 11 mei 2010. Foto Carl de Souza/AFP
Londen

‘Do-dooo-do-do”, neuriede David Cameron maandag, nadat hij voor de laatste keer de pers had toegesproken voor de deur van Downing Street 10. Met de woorden „Right, good”, stapte de 75ste Britse premier naar binnen. Hij zal de man blijven die het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie haalde.

Dat dit zijn grafschrift zou worden, wist hij om drie uur ’s ochtends op de vrijdag na het referendum. Cameron was even in zijn studeerkamer gaan liggen. Om half vier opende hij volgens zijn biograaf Anthony Seldon de deur. „Het loopt niet goed af”, zei hij tegen zijn naaste medewerkers. En: „Ik moet opstappen. Ik kan geen regering leiden waarvan ik het beleid niet ondersteun.”

Tien jaar eerder, bij zijn eerste toespraak als Conservatieven-leider, had hij de partij nog opgeroepen op te houden met „doordrammen over Europa”. Hij zag de EU niet als probleem, hij zag het als een probleem voor de Tories. De passie waarmee sommigen spraken over de nachtmerrie die de Brusselse bureaucratie zou zijn, werd niet gedeeld door het land, en de partij leek geen voeling met de kiezer te hebben. Nu onderschatte hij zelf de anti-Europese gevoelens die het referendum zou aanwakkeren.

De net aangetreden Cameron wilde de Conservatieven hervormen tot een moderne, liberale, economisch conservatief en sociaal betrokken partij. Een aantrekkelijk alternatief voor het New Labour van Tony Blair. De Conservatieven zouden zorg dragen voor traditionele Labour-speerpunten, beloofde hij: welvaartsverdeling, het milieu en de nationale gezondheidsdienst NHS.

Dat laatste was persoonlijk. De oudste zoon van David en Samantha Cameron, Ivan, was zwaar gehandicapt en had tot zijn dood op zesjarige leeftijd in 2009 veel zorg nodig. „Onze familie weet hoe het is nacht na nacht naar een ziekenhuis te moeten met een kind in je armen, wetende dat daar mensen zijn die zorg voor dat kind dragen en het net zo liefhebben als jij”, zei hij twee jaar geleden, na kritiek dat hij de NHS kapot zou maken door hervormingen.

Algemeen goed gevoel

Want de werkelijkheid bleek anders dan Cameron zich voorstelde. Hij kon wel zeggen dat „er meer was dan geld”, dat „we ons niet alleen moeten richten op bbp (bruto binnenlands product) maar ook op agg (algemeen goed gevoel)” en dat „zonneschijn moet overwinnen”. Maar toen hij in 2010 aantrad als premier ontworstelde het Verenigd Koninkrijk zich met moeite uit een diepe recessie.

Zijn sociale hervormingen werden daardoor overschaduwd door gelijktijdige bezuinigingen. De bedroom tax, een belasting op overtollige slaapkamers in sociale woningen, was bijvoorbeeld bedoeld om broodnodige doorstroom te bevorderen. Maar het werd gezien als een poging van rijke, ‘ongevoelige’ politici om armen te straffen.

Camerons eigen bevoorrechte achtergrond – opgeleid op kostscholen, in zijn tienerjaren op de jongensschool Eton – wekte wrevel. Hoe ingrijpender de bezuinigingen, hoe vaker de foto werd getoond van het elitaire studenteneetclubje waar hij, minister van Financiën George Osborne en Boris Johnson, oud-burgemeester van Londen, toe hoorden.

Zijn nauwe banden met Rebekah Brooks, rechterhand van mediamagnaat Rupert Murdoch, en Andy Coulson, Camerons woordvoerder die eerst voor Murdoch werkte, zorgden voor nieuwe kritiek. De premier bleef trouw aan zijn vrienden, terwijl zij ervan werden beschuldigd bij tabloid News of the World opdracht te hebben gegeven tot het afluisteren van honderden Britten.

Vriendschappen sneuvelden

Andere vriendschappen sneuvelden. Michael Gove, minister van Justitie, koos tijdens het referendum de andere kant. Tot die tijd gingen de twee gezinnen samen met vakantie.

Steve Hilton koos ook voor Brexit. Ooit werd hij omschreven als Camerons goeroe, en de man achter Camerons mislukte ‘Big Society’, de participatiemaatschappij waarbij de overheid zich steeds verder zou terugtrekken.

Sommige moderniseringen lukten wel. Tegen de zin van de partij-aanhang introduceerde Cameron het homohuwelijk. Dat werd hem niet in dank afgenomen; het gemor onder de rechterflank van Conservatieven nam toe. Lagerhuisleden, ontevreden over de coalitie met de Liberaal-Democraten waardoor Conservatief beleid zou verwateren, en boos dat kabinetsposten naar de LibDems gingen, roerden zich steeds vaker over Europa. Niet de coalitie bezorgde hem moeilijkheden, zoals was voorspeld. Cameron kwam in de problemen door verzet van zijn eigen partijgenoten.

Cameron gaf ze zoethoudertjes: eerst een referendum als er een Europese verdragswijziging zou komen en in januari 2013 een in/uit-referendum. „Steeds opnieuw zien we een premier die op de korte termijn reageert”, schrijft biograaf Anthony Seldon in Cameron at number 10.

Alles leek er toen nog op te wijzen dat het referendum te winnen was. Of uit te stellen. Cameron verwachtte de Lagerhuisverkiezingen van 2015 niet te winnen: de peilingen wezen op een nek-aan-nekrace met Labour. The Spectator beschreef toen hoe hij in de tuin van zijn huis in Oxfordshire zijn nederlaagtoespraak oefende voor vrienden, voordat de exit-poll duidelijk maakte dat de Tories hadden gewonnen. Zelfs toen dacht Cameron het referendum te kunnen winnen, en daarna zijn tweede termijn te kunnen besteden aan al die „grote en moedige” sociale hervormingen die hij nog wilde introduceren „om welvaart te spreiden”.

Nu is de zomer voor zijn drie kinderen. Nancy (12), die een dagboek bijhoudt getiteld ‘Daddy, hoe je leven als premier invloed op mij had’, zal blij zijn. „Hoofdstuk twee gaat over hoe je me [in 2012] in de pub vergat.” Werkloos zal Cameron niet zijn: hij blijft voorlopig Lagerhuislid.