Het oor van een gevoelige man

Recensie Vincent van Gogh

Volgens de legende sneed hij zijn linkeroorlel af en gaf die aan een prostituee. Dat verhaal klopt niet.

The Bancroft Library, University of California, Berkeley

Een beroemder oor dan het linkeroor van Vincent van Gogh is er niet. Vanaf het moment dat de schilder eind december 1888 in het Zuid-Franse Arles zijn verstand verloor en een scheermes ter hand nam, heeft zijn tragische ziektegeschiedenis het beeld van de kunstenaar steeds meer bepaald. Na zijn dood werd Vincent van Gogh zijn oor, een anekdote die jaarlijks miljoenen toeristen leidt naar Arles, Amsterdam en zijn graf in Auvers-sur-Oise.

Hoe kon het, vroeg Bernadette Murphy zich af, dat één enkele gebeurtenis „in een godvergeten gat in de Provence” het beeld van de schilder Vincent van Gogh zo sterk heeft gevormd?

De Ierse, die het grootste deel van haar leven in Zuid-Frankrijk heeft gewoond, ergerde zich in Arles vaak aan gidsen die aan toeristen de wildste verhalen over de gek geworden schilder oplepelden. Wie kan nog naar een schilderij van Van Gogh kijken zonder zijn penseelstreken te interpreteren in het licht van zijn verstandsverbijstering?

Toen Murphy zeven jaar geleden thuis herstelde van gezondheidsproblemen besloot ze op zoek te gaan naar ‘het ware verhaal’ over Van Goghs oor. Op de website van het Van Gogh Museum las ze: „Op de avond van 23 december 1888 werd Van Gogh getroffen door een zenuwinzinking. Als gevolg daarvan sneed hij een stuk van zijn linkeroor af, dat hij naar een prostituee bracht.” Klopte die samenvatting van de gebeurtenissen op Place Lamartine 2, waar Van Gogh op dat moment met de Franse schilder Paul Gaugain samenwoonde?

Met grote vasthoudendheid stortte Murphy zich op haar onderzoek. Ze reconstrueerde het Arles van Van Gogh, dat in 1944 bij een Duits bombardement van de kaart werd geveegd. Ook legde ze een database aan van de circa 15.000 mensen die in 1888 in de stad woonden.

Het speurwerk resulteerde in een spannend boek, waarin allerlei grote en kleine misverstanden over Van Gogh in Arles worden ontrafeld. Neem het verzoekschrift van buurtbewoners aan de burgemeester, opgesteld nadat Van Gogh zijn oor had afgesneden. Die petitie, waarin gevraagd werd of die gekke Hollandse schilder niet terug naar zijn land of anders naar een gesticht kon worden gestuurd, is in de loop der jaren onderdeel geworden van de Van Gogh-legende. Vaak is Arles bekritiseerd voor deze poging om een ziek mens te verjagen.

Ten onrechte, concludeert Murphy. Zij identificeerde de ondertekenaars door hun handtekeningen te vergelijken met handtekeningen op duizenden documenten. Zo kon ze vaststellen dat het verzoekschrift is opgesteld door slechts twee mensen met een zakelijk belang: een winkeleigenaar die zich ergerde aan de tieners die Van Gogh lastigvielen, en Van Goghs huisbaas, die een andere huurder had gevonden. Die twee mannen stookten de gemoederen op door verhalen over zijn krankzinnig gedrag te verspreiden en vonden een paar goede vrienden bereid het verzoekschrift te tekenen. Van een breed levende wens om de schilder te laten opsluiten, was volgens Murphy geen sprake.

Briefje van ziekenhuisarts

De belangrijkste vondst van Murphy is een briefje van Félix Rey, de ziekenhuisarts die de gewonde Van Gogh op 24 december 1888 verzorgde, nadat de politie hem thuis bewusteloos in zijn bed had gevonden. Het uit 1930 daterende briefje komt uit een Californisch archief en is gericht aan de Amerikaanse schrijver Irving Stone, die zich destijds voorbereidde op zijn roman over Van Gogh. Op verzoek tekende Rey hoe Van Gogh zijn oor met een scheermes had afgesneden. Niet een klein stukje, zoals algemeen verondersteld, maar bijna het volledige oor.

Dat lugubere briefje vormt de kern van Van Goghs oor, zoals Murphy’s boek is getiteld. Pas na die vondst kwam de onderzoekster tot het besef dat ook haar beeld van Van Gogh nauwelijks afweek van de overheersende Hollywood-mythe van de schilder: een wellustige dronkaard, een man wiens creativiteit werd gevoed door vrouwen, alcohol en gekte.

Zijn oeuvre beoordelen op basis van zijn zenuwinzinkingen, het is veel te simplistisch, stelt Murphy. Van Gogh schilderde zijn meesterwerken niet dankzij maar ondanks zijn slechte geestelijke gezondheid.

De identiteit van Rachel

Een groot deel van haar boek wijdt Murphy aan haar speurtocht naar Rachel, de vrouw voor wie Van Gogh zijn oor bij een bordeel afgaf. Vooral door onderzoek naar de vijftig prostituees die destijds in de maisons de tolérance van Arles werkten is Murphy erin geslaagd de identiteit van Rachel te achterhalen.

Hier prijsgeven dat Rachel geen prostituee maar een schoonmaakster was, voelt door de opzet van haar boek een beetje als de clou van een thriller onthullen. Maar die kennis is nodig om Murphy’s theorie te begrijpen over het motief van Van Goghs zelfverminking.

Over wat de schilder precies mankeerde lopen de opvattingen sterk uiteen. In het boek De waanzin voorbij, Van Gogh en zijn ziekte, verschenen bij de vandaag geopende gelijknamige tentoonstelling in het Van Gogh Museum, staat een overzicht van alle gestelde diagnoses. Van Goghs artsen concludeerden dat hij aan epilepsie leed. Na zijn dood verschenen honderden artikelen met steeds andere psychiatrische ziektebeelden, te veel om op te noemen. Ook zijn allerlei psychoanalytische beschouwingen gepubliceerd en zelfs is beweerd dat Vincent van Gogh een voorbeeld had genomen aan Jack the Ripper, de lustmoordenaar die slachtoffers de oren afsneed.

Volgens Bernadette Murphy hielden de zenuwcrises van Van Gogh altijd verband met vrouwen in zijn leven. Dat hij zijn afgesneden oor aan de schoonmaakster wilde geven, schrijft zij toe aan zijn onbaatzuchtigheid.

De vrouw die het pakketje in de deuropening van bordeel nummer 1 in ontvangst nam viel flauw toen de hevig bloedende Van Gogh zijn ingepakte oor voor Rachel afgaf met de opdracht „het goed te bewaren”. Murphy veronderstelt dat Van Gogh het lijden van deze kwetsbare vrouw met het grote litteken op haar arm wilde verzachten – gezonde huid voor beschadigde huid, zoiets. Het was, schrijft ze, altruïstisch gedrag van een gevoelige en uitzonderlijk empathische man.