Even leek het vrijspraak te worden

Rechtbank

Het beeld van vriendjespolitiek is niet genoeg om iemand te veroordelen, zo zei de rechter over Van Rey.

Oud-wethouder Jos van Rey staat de pers te woord, na afloop van de uitspraak in zijn strafzaak. Foto Remko de Waal/ANP

De Heilige Jos, El Rey, de Zonnekoning van het ‘Palermo aan de Maas’. De eerste naam stond als dossiernaam op de kaft van alle ordners in het justitiële onderzoek. De tweede is de titel van een boek over Jos van Rey en tot de laatste naam is hij op internet gedoopt.

Rechtbankvoorzitter Jacco Janssen wierp dinsdag de vraag op in zijn uitspraak in de zaak-Van Rey. „Zijn deze namen voortekenen gebleken of zijn zij stemmingmakerij geweest die is verbleekt? Of ligt de zaak genuanceerder en is er geen sprake van zwart of wit, maar van een palet van vele tinten grijs?” Vele tinten grijs was het goede antwoord, bleek in drie kwartier voorlezen.

15,5 gigabyte aan pdf’s

Het OM was er hard ingegaan vanaf het begin van het onderzoek in 2012. Een onderzoek dat een dossier heeft opgeleverd van 110 ordners, 15,5 gigabyte aan pdf’s en ruim 80 door de rechter-commissaris gehoorde getuigen. Een onderzoek ook waarin gebruik is gemaakt van een groot deel van de in het Wetboek van Strafvordering beschikbare bijzondere opsporingsmethoden; waaronder het inzetten van een politie-infiltrant, het afluisteren van telefoongesprekken en het plaatsen van een peilbaken onder de auto van Van Rey.

De zaak werd op 20 zittingsdagen behandeld, waarbij drie officieren van justitie met ieder verschillende expertises werden ingezet. Janssen: „Kortom, in dat strafrechtelijk voor- en eindonderzoek is weinig tot niks aan het toeval overgelaten.”

De vraag die de rechtbank zich stelde was of het omvangrijke onderzoek ook geleid heeft tot overtuigend bewijs. Janssen: „Daarbij is het strafrecht leidend. Dit kader bevat een geheel andere en veel zwaardere toets dan de morele of bestuurlijke toets die in de samenleving, de media en in bestuurlijk Nederland is gebruikt om de verdachte de maat te nemen. Vriendjespolitiek vormt bij de laatste toets ruimschoots een voldoende basis, zo lijkt het. Voor een strafrechtelijke aansprakelijkheid voor corruptie is dat enkele feit niet genoeg. Zeker niet als de ‘vriendjes’ dat al bijna een half mensenleven zijn.”

Hard oordeel

Het OM was hard geweest in zijn oordeel. Van Rey had zich schuldig gemaakt aan, zo citeerde Janssen, „grootschalige ernstige fraude en corruptie waarbij miljoenen euro’s onnodig in de zakken van de projectontwikkelaars zijn gevloeid, terwijl dat gemeenschapsgeld had kunnen en ook had moeten worden besteed aan de burgers van Roermond”.

Maar vinden wij dat ook, vroeg hij zich hardop af. Bij de burgemeestersbenoeming was Van Rey „echt te ver gegaan”. Hij had van de procedure „een poppenkast” gemaakt. Bij „het gerommel met de volmachten” overschreed hij ook een grens. Maar bij de corruptiefeiten lag het allemaal „veel minder makkelijk”. Daar doken de vele tinten grijs op.

Want zo eenvoudig als iemand die in het geniep een ambtenaar een koffertje met daarin een groot geldbedrag geeft, was het niet. Dat Van Rey grote geldbedragen in zijn zak gestoken had was „niet uit de verf” gekomen. Zijn voordelen betroffen bezoeken aan vastgoedbeurzen en voetbalwedstrijden. En geld voor zijn verkiezingskas. Ook was niets duidelijk geworden van de beslissingen in het voordeel van Van Pol waar Van Rey een beslissende invloed op heeft gehad. Dat Van Pol enorme winst had gemaakt dankzij Van Rey is evenmin „over het voetlicht gekomen”. De achterkant van de corruptiefeiten komt daarmee niet verder dan de sterke indruk van vriendjespolitiek en belangenverstrengeling, aldus Janssen.

En dan had de OM nog het aannemen van etentjes en een bos bloemen ten laste gelegd. Dat was toch moeilijk onder omkoping te vatten. „Bij de etentjes en de bloemen moet in aanmerking genomen worden dat er een zekere ruimte moet zijn om in het sociaal zakelijke verkeer tussen ondernemers en ambtenaren iets aan elkaar te geven en iets voor elkaar te betalen zonder dat dit meteen een strafrechtelijk verwijt oplevert.”

Dat geldt ook voor de sponsorbijdragen van Van Pol: „Er moet in een gemeenschap een zekere ruimte zijn om als ondernemer in te gaan op sponsorverzoeken zonder dat dit meteen een strafrechtelijk verwijt oplevert. Dit geldt ook als degene die onder de brief staat tevens wethouder is.”

Voor een moment leek het op een vrijspraak uit te draaien. Maar zover kwam het niet. Uiteindelijk was het oordeel nog hard. Van Rey, „gepokt en gemazeld” in de politiek, had moeten „doorzien dat mensen er belang bij hadden om hem te beïnvloeden”. Want dat gebeurde wel, met de door Van Pol betaalde trips naar vastgoedbeurzen en voetbalwedstrijden en de giften aan een bv van Van Rey. Janssen: „Hij heeft keer op keer onvoldoende afstand gehouden van degenen met wie hij als wethouder zaken moest doen. Van Rey heeft daardoor niet gehandeld als een integer politicus en zo het vertrouwen in de integriteit van het openbaar bestuur geschaad. Dat geldt voor de corruptiefeiten maar eigenlijk net zo goed voor het lekken uit de vertrouwenscommissie en het gerommel met de volmachten.”

De veroordeling van Jos van Rey komt precies twee decennia nadat hij als VVD’er in Provinciale Staten van Limburg campagne voerde tegen vooral CDA’ers die het niet zo nauw namen met de regels. Uiteindelijk zouden in die jaren elf van hen worden veroordeeld. Niet wegens het aannemen van koffers met grote geldbedragen, maar voor gratis vakantiereizen, trips naar vastgoedbeurzen en bezoeken aan voetbalwedstrijden.