Wie zit er nog te wachten op Europees staal?

Staalindustrie De Europese staalindustrie is flink gekrompen sinds de crisis. Door goedkoop staal uit China en strengere Europese milieunormen dreigt de bedrijfstak nóg verder kopje onder te gaan. „Ze investeren liever in Brazilië dan in Europa.”

‘HFB’ en ‘HF6’, het zijn inmiddels klassieke bestemmingen voor urban explorers, mensen die voor hun plezier inbreken in leegstaande gebouwen en fabrieken. In 2011 sloot ArcelorMittal definitief hauts forneaux B en 6 bij Luik – eindeloze fabrieksterreinen die zijn vervallen tot bruingrijze spooksteden van verkruimeld beton en roest. „Geweldige speeltuin!” „Heavy metal at its best!”, de recensies op fora zijn juichend.

180 kilometer rijden verderop zijn de twee hoogovens van Gent nog heet opgestookt. Op deze plek maakt ArcelorMittal, de grootste staalfabrikant ter wereld, bijna 5 miljoen ton staal per jaar. Luik en Gent tonen samen de toekomst van de Europese staalindustrie. Die, zegt Geert van Poelvoorde, zal krimpen. De inefficiënte fabrieken die bulkstaal maken zullen verdwijnen. Wat overblijft, zegt hij, „is een politieke keuze”.

Van Poelvoorde is president van branchevereniging Eurofer en directeur ‘plaatstaal’ van ArcelorMittal Europa. In het kantoor in Gent praten we over de toekomst van de Europese staalindustrie. Van Poelvoorde: „In onze bestuurskamers klinkt de vraag: waar zullen we investeren? Liever in Brazilië dan in Europa, is dan het antwoord. Dat gebeurt nu al. Ik weet dat, want ik zit er bij.”

De beste fabrieken worden met onrealistische kosten opgezadeld

Directeur plaatstaal Arcelor

Staal maken in Europa is moeilijk. Kolen en ijzererts moeten van ver komen, arbeid en energie zijn duur. De vraag naar staal ligt in Europa nog steeds 23 procent onder het niveau van voor de crisis. En nu overspoelt China de markt met goedkoop dumpstaal. De wereldwijde overcapaciteit is enorm. Maar de nekslag, dreigen fabrikanten, zal de hoge belasting op CO2-uitstoot zijn die Europa in gaat voeren.

Belasting of niet, de krimp is al in volle gang. In Europa werken zo’n 330.000 mensen in de staal, 85.000 minder dan voor de crisis.

In maart kondigde Tata Steel aan van z’n onrendabele Britse staaltak af te willen en schrapte duizenden banen. Het bedrijf praat met onder meer de staaldivisie van ThyssenKrupp over een fusie. De Duitse fabrikant wil wel, maar zonder dat Britse spul. Maar door de Brexit heeft Tata de verkoop daarvan stilgelegd – de Britse overheid moet helpen met 130.000 pensioenen en dat is nu hoogst onzeker. De ondernemingsraad van Tata Steel Nederland maakt zich zorgen. Frits van Wieringen: „ThyssenKrupp heeft gezegd géén toekomst in staal te zien. Dat stemt niet gerust. En kunnen we in een fusie met zo’n groot bedrijf wel de baas over onszelf blijven?”

Vorig jaar gingen nog twee Britse staalfabrieken dicht. ArcelorMittal sloot ovens in België en Frankrijk en kondigde aan een fabriek in Spanje te sluiten. Het deed wel een bod op Ilva, dat door de Italiaanse overheid overeind wordt gehouden. Overal worden staalfabrieken overgenomen, samengevoegd, gesaneerd, gesloten. De grote vraag is: wie blijft over?

Als de uitkomst maar boven nul is

Een staalfabriek draaien is een som met honderden variabelen uitrekenen, elke dag opnieuw. Enige eis: de uitkomst moet boven nul zijn.

We rijden een rondje langs die variabelen. Het busje zoeft langs de haven, waar schepen met kolen en ijzererts aanmeren. In Gent kunnen schepen goed komen, zegt Van Poelvoorde. En voordeel van het feit dat Europa geen grondstoffen heeft is dat staalfabrieken er altijd efficiënt zijn gebouwd. En de West-Europese auto-industrie, belangrijke klant, zit dichtbij, dat scheelt transportkosten.

Het busje rijdt door een vreemd gekleurd landschap. Pikzwarte bergen ijzererts liggen te wachten in grote plassen water, rood van de roest. Op de achtergrond een knoop van bruine buizen, schoorstenen, transportbanden.

Verder, langs de energiecentrale, die restgas uit de fabrieken omzet in elektriciteit. Van Poelvoorde: „Als niemand je gas afneemt, kan het niet uit.” Buiten ligt schroot, dat wordt gerecycled in het proces. Dan heb je geen losse elektro-oven op dure stroom nodig.

We staren naar de dompelverzinklijn, waar rollen staal druipend uit een bad glimmend zink worden getrokken. De rekenmodellen op de financiële afdeling zijn complex. Wat maak je? Op een simpele rol warmgewalst staal maakt niemand nog winst, zegt Van Poelvoorde. Kun je het platter maken, opruwen, verzinken, coaten, dan verdien je er aan. En hoe hoogwaardiger je staal, hoe meer transport je je kunt veroorloven.

Welke fabrieken krijgen de som nog boven nul? Die vraag is lastig. Neem de Oost-Europese staalindustrie. Verouderd, minder efficiënt, maar beschermd door de afstand. Het is te duur om vanuit het westen staal daarheen te rijden. Maar het voordeel dat Oost-Europa nog heeft van z’n eigen kolenmijnen is bijna voorbij.

Dat het in Groot-Brittannië zo slecht gaat, komt door de hoge stroom- en loonkosten. En de fabrieken zijn verouderd. Sowieso hebben ‘geïntegreerde’ fabrieken die het hele proces doen meer kans. Afgekoeld staal weer opwarmen is immers nadelig. Zo bezien is Tata Steel in IJmuiden kansrijk. Efficiënt, modern, geïntegreerd, aan de kust en toch dichtbij klanten. Vorige maand kondigde Tata dan ook aan honderden miljoenen in IJmuiden te willen investeren. Ook in Gent investeert ArcelorMittal 140 miljoen euro om extra licht staal voor de auto-industrie te maken.

‘Onrealistische kosten’

Het is niet erg dat de oudjes weggaan en de besten blijven, vindt Van Poelvoorde. Maar met het vernieuwde CO2-beleid dat de Europese Commissie wil invoeren zal geen enkele Europese staalfabrikant het overleven, zegt hij. „Ze zeggen: ge vindt wel een manier. Maar het kan niet. De beste fabrieken worden met onrealistische kosten opgezadeld. Dat blokkeert investeringen.”

Het idee achter het emissierechtensysteem is: de vervuiler betaalt. En de staalindustrie vervuilt. ArcelorMittal produceert 1,73 ton CO2 per ton staal. Nu verdeelt Europa een flink percentage emissierechten gratis onder bedrijven in de industrie en chemie. De rest is te koop op de markt. Dat percentage gaat omlaag.

Eurofer heeft onderzoeksbureau Ecofys laten uitrekenen hoeveel dat gaat kosten. De sector moet tussen 2020 en 2030 in totaal 34,2 miljard euro betalen voor CO2-uitstoot en zwaarder belaste stroom. In 2030 zal het tekort aan rechten 48 procent zijn. Dat komt dan neer op 28 euro per ton. Is dat veel? Van Poelvoorde: „Europese fabrikanten hebben nu een brutowinstmarge van 35 euro per ton.”

Het lukt ArcelorMittal niet om aan het publiek uit te leggen dat als je 1,7 ton CO2 per ton produceert, je juist góed bezig bent. Het wereldwijde gemiddelde is 2,6 ton CO2 per ton, concludeerde onderzoeksbureau McKinsey, fabrieken in China produceren tot wel 4 ton CO2 per ton staal. Als staal maken zo duur wordt, nemen fabrieken buiten de EU de productie over. „Hoe helpt dat het klimaat? We willen een mondiaal gelijk speelveld.” Hij is niet tegen goed ontworpen klimaatbeleid, benadrukt hij. „Maar het moet wel gebaseerd zijn op realistische cijfers.”

Een staalfabriek draaien is een som met honderden variabelen uitrekenen, elke dag opnieuw

De Europese Commissie maakt nu eindelijk werk van importheffingen op dumpstaal uit China. Maar dat ingewikkelde CO2-systeem verbeteren schiet nog niet op. De publieke opinie over staal lijkt slecht, merkt Van Poelvoorde. „De staalindustrie is groot en vuil, is het idee, met wolken smog.”

Jos Cozijnsen, onafhankelijk emissierechtenexpert, heeft wel nuanceringen bij Van Poelvoordes betoog. Ja, het gaat staalfabrikanten kosten, maar dat is precies de bedoeling. Aan de telefoon: „Ze moeten aan de slag. Recyclen, biogas, restwarmte, CO 2 afvangen. Dat gaat Tata in IJmuiden doen. ArcelorMittal in Antwerpen brengt CO2 naar Zeeuwse kassen. De EU geeft ook heel wat subsidies voor onderzoek hiernaar.” Bovendien is het niet zeker of CO2-rechten zo duur worden. „Als andere bedrijven vaart maken met CO2-reductie, houden zij rechten over die ze kunnen verhandelen op de markt. Dat remt de prijs.”

En over dat ongelijke speelveld? „Er ís een gelijk speelveld onderweg. Door het klimaatakkoord van Parijs doen ook China, India en Brazilië op een of andere manier mee. China wil bijvoorbeeld een nationaal emissiehandelsysteem invoeren.” In Europa is er juist een emissierechtenoverschot, zegt hij. „Iedereen klaagt dat de CO2-prijs te laag is.”

ArcelorMittal probeert wel van alles om de uitstoot te beperken. Het investeert bijvoorbeeld 100 miljoen euro in biobrandstof die door bacteriën is geproduceerd uit restgas.

Zet die oven op een berg

En volledig klimaatneutraal staal? Kan dat? Stel, je doet alleen nog aan schroot dat je in een elektro-oven smelt tot staalplakken, een plan dat een mogelijke koper opperde voor de hoogoven in het Britse Port Talbot van Tata Steel. En zo’n oven zet je op een berg naast een waterval. Opgelost.

Van Poelvoorde schudt zijn hoofd. Er is te weinig schroot om de honger naar staal te voeden en de kwaliteit van gerecycled ijzer is niet hoog genoeg voor hoogwaardige producten. En wat denk je dat het kost aan brandstof om vrachtwagens met schroot een berg op te sturen? Hij wil maar zeggen: een staalfabriek zet je niet zomaar ergens neer.

Laat Europa staal maken, zegt hij. Denk aan de auto-industrie die de beste kwaliteit nodig heeft en niet wil wachten tot staal met de boot komt. Denk aan het klimaat – Europese fabrieken zijn de efficiëntste ter wereld. Denk aan de toeleveranciers, de metaalverwerkende industrie, de transportsector. Denk aan al die laagopgeleiden die straks geen werk meer hebben. „Waarom deze zelfpijniging?”