De minister van Drukke Zaken vergt een serieus onderzoek

Met dertien ministers en zeven staatssecretarissen beschikt Nederland niet over een overdreven grote regeerploeg. Dat vindt een aantal ministers uit het kabinet ook, getuige hun opmerkingen afgelopen zaterdag in NRC. Er mag volgens hen uitbreiding komen, want ze hebben het nu wel heel erg druk.

Nu is druk een rekbaar en tevens modieus begrip. Zeker onder mensen met een baan is ‘druk’ bijna het standaardantwoord geworden op de vraag hoe het ermee gaat. Goed organiseren is vaak de remedie. Taken niet doen of delegeren kan heilzaam werken. Druk wordt pas een probleem als noodzakelijke taken blijven liggen of gewoonweg niet worden uitgevoerd.

De vraag is of in het landsbestuur de kritische grens is bereikt. Niet volgens premier Rutte (VVD). Hij blijft voorstander van een klein kabinet, zei hij tegenover RTL Nieuws in een reactie op de klachten van zijn collega’s. „De kracht van een klein kabinet is keuzes maken”, aldus Rutte. Daar zit de kern van het probleem, want worden die keuzes voldoende gemaakt? Dat is overigens niet alleen een zaak van de ministers, maar vooral ook van de Tweede Kamer die bewindslieden te allen tijde ter verantwoording kan roepen. Ook in de politiek geldt de wet dat aanbod vraag schept.

Naast ministers met overvolle agenda’s bestaan er evenzogoed voorbeelden van ministers met een overzichtelijke portefeuille. Ooit werd D66’er Roger van Boxtel, die het grotestedenbeleid onder zijn hoede had, door de oppositie neergezet als „minister voor spek en bonen”. Hij zat op een ‘gecreëerde’ ministerspost omdat de politieke opportuniteit dit getalsmatig vereiste.

Hetzelfde dreigt bij de volgende kabinetsformatie te gebeuren. Gezien de tot 2019 geldende krachtsverhoudingen in de Eerste Kamer zal een nieuwe coalitie die wil rekenen op een meerderheid in de Senaat uit minstens vier partijen moeten bestaan. Om alle partijen voldoende in het kabinet vertegenwoordigd te laten zijn, is uitbreiding van het aantal ministersposten onontkoombaar, luidt de veel gehoorde theorie op het Binnenhof.

Gezien de ervaringen uit het verleden kan het die kant op gaan. Een ander ervaringsfeit uit het verleden is dat de verdeling van ministers- en staatssecretarisposten vaak een sluitstuk van de kabinetsformatie vormt. Er is al heel wat mee gewonnen als politici het hier niet op aan laten komen, en reeds nu – niet gehinderd door een verkiezingsuitslag – alvast het nodige voorwerk verrichten. Onderzocht kan bijvoorbeeld worden hoe reëel de klachten zijn en of meer staatssecretarissen wellicht een antwoord kunnen zijn. Het vraagstuk ligt er. Nu nog een werkbaar antwoord.