Aandelenkoersen stijgen, maar onzekerheid blijft

De beurskoersen stijgen, in de VS wordt zelfs een record gehaald. En dat in onzekere Brexit-tijden. Beleggers zoeken naar rendement.

Brexit-angst? Daar valt nog maar weinig van te zien op de aandelenbeurzen. Wereldwijd stegen de koersen maandag en in de Verenigde Staten werd zelfs een record gehaald. De S&P-500 index, met daarin de aandelen van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven, sloot maandag op het hoogste niveau ooit, 2.137 punten.

De Amsterdamse AEX-index sloot 1,6 procent hoger. De afgelopen drie handelsdagen won de AEX 4 procent, de Duitse Dax-index bijna vijf procent. En de Britse FTSE 100 staat alweer hoger dan vóór het Britse referendum op 23 juni, waarbij de keuze viel op uittreding uit de Europese Unie. Wat is er aan de hand?

Gunstig nieuws

Maandag stemde een combinatie van nieuws beleggers gunstig. Theresa May bleef over als enige kandidaat voor het voorzitterschap van de Britse Conservatieve Partij. Vanaf woensdag is zij premier. De gematigd eurosceptische May zal zich, zo hopen beleggers, inspannen voor sterke banden van haar land met de Europese markt. In Japan won de partij van premier Shinzo Abe zondag de senaatsverkiezingen, wat de kans vergroot op verdere economische stimuleringsmaatregelen. En beleggers reageerden ook nog op goede banencijfers in de Verenigde Staten van vlak voor het weekend.

Op de wat langere termijn spelen op de beurs een aantal ontwikkelingen. Wie de beurzen internationaal met elkaar vergelijkt, ziet dat Amerikaanse aandelen het al een aantal weken een stuk beter doen dan de Europese. De Dow Jones-index staat op het hoogste niveau in 13 maanden, technologiebeurs Nasdaq staat dichtbij de psychologische 5.000-puntengrens.

Er bestaat onder beleggers de „perceptie” dat Amerikaanse aandelen een „relatief veilige haven” zijn in een verder onrustige wereld, zegt analist Andre Bakhos van beleggingshuis Janlyn Capital tegen persbureau Reuters. Want zeker niet alle aandelen doen het goed. Europese bankenaandelen staan gemiddeld 8 procent lager dan een maand geleden en een derde lager dan op 1 januari.

Honger naar rendement

Britse aandelen presteren niet slecht, als je ze vergelijkt met het Britse pond dat ten opzichte van de dollar nog steeds 15 procent lager staat dan voor het referendum. Maar opvallend is dat de FTSE 100-index, waarin vooral multinationals (Unilever, Vodafone) zijn opgenomen, uit de pas loopt met de FTSE 250-graadmeter. Daarin staan middelgrote bedrijven die sterker op de Britse markt zijn georiënteerd. De FTSE 250 staat nog steeds 4 procent onder het niveau van vlak voor het Brexit-referendum.

Dat Britse en andere Europese aandelen het niet slechter doen, en Amerikaanse ronduit goed, heeft vooral te maken met de grote kracht die al maanden speelt op de achtergrond: het lagerentebeleid van centrale banken. Hoe lager de rentes zijn, hoe meer beleggers op zoek moeten naar meer riskante manieren om rendement te halen. Aandelen zijn dan relatief aantrekkelijk, ook als de economische vooruitzichten verder helemaal niet zo rooskleurig zijn.

In zoverre is het beursklimaat geen indicator van optimisme, maar eerder een teken van gebrek aan perspectief.