Zuid-Soedan dreigt te ontploffen

Bij gevechten in de hoofdstad Juba zijn zeker 200 doden gevallen. Een nieuwe burgeroorlog wordt gevreesd.

Journalisten duiken weg als vrijdag voor de persconferentie van de Zuid-Soedanese president Salva Kiir schoten klinken. Foto Hollandse Hoogte

Zuid-Soedan stevent af op een nieuwe burgeroorlog nadat in het weekeinde hevige gevechten zijn uitgebroken in de hoofdstad Juba. De strijd gaat niet alleen meer tussen de kemphanen president Salva Kiir en zijn vicepresident Riëk Machar, maar woedt ook binnen hun kampen.

„Zuid-Soedan kan ieder moment exploderen”, waarschuwt minister van onderwijs Peter Adwok Nyaba vanuit Juba. Donderdag braken daar gevechten uit tussen soldaten van Kiir en Machar. Toen de twee vrijdag een persconferentie gaven om de gemoederen te bedaren, brak er weer hevige strijd uit, waarbij ruim 200 doden vielen.

Volgens onbevestigde berichten had Paul Malong, de opperbevelhebber van Kiir, vrijdag een coup willen plegen en Machar willen arresteren. Zijn baas wist niet van dit complot. Zaterdag voerden alle partijen versterkingen aan. Zondag volgde een offensief van de factie van Kiir, gesteund door gevechtshelikopters, op posities van de soldaten van Machar, inclusief zijn residentie.

Opperbevelhebber Malong is uiterst controversieel. Hij komt uit de regio Bahr el Ghazal, net als Kiir. Hij bouwde een eigen militie op die samen met het regeringsleger in december 2013 verantwoordelijk was voor de moord op 15.000 Nuers in Juba. Die slachtpartij luidde het begin in van de burgeroorlog, waarbij de Nuer van Machar en de Dinka van Kiir en Malong elkaar bestreden.

Die oorlog kwam na grote buitenlandse druk ten einde toen in april Machar met een deel van zijn leger terugkeerde in Juba. Malong en een raad van traditionele Dinka-leiders waren fel gekant tegen dat akkoord.

De hoofdpunten van het akkoord, zoals legering van Machars soldaten in Juba, zijn niet uitgevoerd. „Er heerst een koude oorlog in Juba. De twee leiders kunnen elkaar nauwelijks in de ogen kijken”, aldus minister Adwok Nyaba.

„We zitten in Juba in een openluchtgevangenis”, klaagde een aanhanger van Machar. Volgens het vredesverdrag moeten Kiir en Machar voor een interim-periode de macht delen.

Zuid-Soedan is een gemilitariseerde samenleving waar soldaten de dienst uitmaken. Het nationale leger, voortgekomen uit de voormalige verzetsgroep Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), is uiteengevallen in een bonte verzameling milities. „De verschillende facties komen bij dezelfde waterplaats drinken, maar verder delen ze niets. Ze kunnen gemakkelijk onderling slaags raken”, zei een waarnemer. Een priester in Juba noemde ’s lands leiders deze week „apen”. Een andere geestelijke zei: „Ze denken als veedieven, ze missen de emotionele intelligentie om aan verzoening te werken”.

President Kiir laat zijn oren hangen naar zijn Dinkastam, Machar naar zijn Nuerstam. Tegenstanders van de president zeggen dat zijn stamleden andere tribale groepen verdrijven. Waar het na het uitbreken van de burgeroorlog in 2013 nog rustig bleef, wordt nu met Dinka’s om grondgebied gevochten. „Wij leiders hebben het land kapot gemaakt. We zijn allen schuldig”, zegt minister Adwok Nyaba schuldbewust.