Volgende doel: nr. 1 van de wereld

Wimbledon

Andy Murray wint toernooi voor tweede keer, imponeert met zege op Milos Raonic.

Andy Murray leunt voorover in zijn stoel voor de prijsuitreiking begint, zijn lichaam schokt, zijn gezicht houdt hij in een handdoek.

murray22
Emoties, toch weer.

Zijn tweede Wimbledon-overwinning, na een grootse zege op Milos Raonic: 6-4, 7-6 en 7-6. Hij is zo fit, zo vast, zo explosief in de benen, serveert zo sterk en retourneert almachtig. Hij neutraliseert het Canadese servicebombardement – dat Roger Federer sloopte in de halve finale – met ogenschijnlijk gemak.

Service van 236 kilometer per uur van Raonic, recht door het midden, de hardste van het toernooi: Murray perst er nog een uitstekende backhandreturn uit. Baas over de meest gevreesde service op de tour.

Zondag rond vijf uur Londense tijd trekt er een dwarrelwind over het centrecourt. Imponerende tiebreak van Murray in de derde set, vijf champion points. „Relax Andy”, wordt er gegild. Hij rondt het koel af, steekt twee vingers in de lucht. ‘Andy, Andy, Andy’ galmt het. De taferelen zijn onvergelijkbaar met de magische ontlading van drie jaar geleden, toen Murray de Britse ban van 77 jaar zonder Wimbledon-zege doorbrak.

„Dat was zo’n groot ding, een Britse man die Wimbledon wint”, zegt Murray (29) op de persconferentie – zijn handen ontspannen in zijn zakken gestoken. „Ik was zo opgelucht dat het lukte.” Zo beschouwd kan je 2013 zien als een bevrijding voor de Britten, een nationale operatie; 2016 is meer een overwinning voor Murray zelf, ontdaan van de immense obsessie van een natie.

Novak Djokovic-tijdperk

Deze zege komt op een belangrijk moment in zijn loopbaan. Een die moet voelen als een stimulans, gevangen als hij zit in het Novak Djokovic-tijdperk. Murray dreigt de boeken in te gaan als de eeuwige nummer twee achter de Servische heerser, met ook na zondag nog altijd een negatieve balans in grandslamfinales van acht verloren tegen drie gewonnen. Zijn kwelduivel ging dit jaar al in de derde ronde ten onder, waardoor de grootste blokkade verdween op weg naar nieuwe glorie aan Church Road.

De laatste twee grandslamfinales – Australian Open en Roland Garros – verloor hij vrij kansloos van Djokovic. „Ik ben niet bang om te falen”, zegt Murray, gevraagd naar de verliespartijen tegen de nummer één van de wereld. „Ik leer van mijn nederlagen. Dat heb ik het grootste deel van mijn carrière gedaan.”

De Engelse oud-prof Mark Petchey zag Murray voor het eerst spelen op zijn zestiende, bij een futuretoernooi (derde profniveau) in de Schotse hoofdstad Edinburgh. Hij was uniek, hij was speciaal”, zegt Petchey. Hij werd de coach van Murray in 2005, had hem een periode in huis, en begeleidde hem naar de topvijftig van de wereldranglijst.

Petchey herinnert zich nog een challengertoernooi (tweede profniveau) in Aptos in Californië in de zomer van 2005. „Toen zei ik tegen hem: I see genius in your game.” De oude racketbespanner van de Amerikaanse oud-topspeler Pete Sampras raakte daar onder de indruk van Murray.

Petchey: „Hij zei tegen alle clubleden: kom naar de baan, kijk naar deze jongen, die zal hier niet meer terugkeren. Dat zei hij nog voordat Andy het toernooi won. Je kon zien dat hij een grote zou worden.”

Murray speelt in een „ongelofelijk tijdperk”, zegt Petchey, met de concurrentie van Djokovic, Rafael Nadal en Roger Federer. Toch ziet Petchey perspectief voor de komende jaren. „Hij zal zeker meer slams gaan winnen. Roger wordt ouder, Rafa heeft last van blessures. Als Andy in het ritme blijft waarin hij nu zit, kan hij ieder toernooi winnen.”

Hij heeft als nummer twee van de wereld nog een doel waar hij naar toe kan werken, zegt Petchey: nummer één worden. „Hij staat nog ver achter Novak in punten, maar hier winnen geeft hem een enorme boost.”

De finale was op de achtergrond ook een – door de media opgeklopte – strijd tussen de oude rivalen Ivan Lendl (coach van Murray) en John McEnroe, die als tijdelijk grasadviseur is verbonden aan Raonic. Lendl verloor hier twee finales, McEnroe won er drie. Het zijn tegenpolen, Lendl zwijgzaam en bedachtzaam, McEnroe uitgesproken en fel.

Mooie televisie op de BBC vooraf, Lendl die gevraagd wordt of hij McEnroe dit toernooi had gezien. „Een paar minuten in de kleedkamer.” En dan met een grijns: „Ik denk niet dat we gepraat hebben.”

Onbewogen in de spelersbox

Tijdens de wedstrijd blijft Lendl bijna drie uur onbewogen in de spelersbox, verstopt onder zijn witte pet. De gebaren, het geschreeuw, het geklaag, het juichen van Murray – het maakt niet uit, Lendl houdt zijn stalen gezicht. Na drie uur is er iets van emotie te zien – ja, zelfs bij Lendl.

Met de terugkeer van Lendl, een maand geleden, voelt Murray zich gesterkt. Onder de Tsjechische Amerikaan had hij zijn beste periode, in 2012 en 2013. Zijn vertrek in het voorjaar van 2014 deed pijn, de jaren erna won hij geen grand slams onder Amélie Mauresmo, al werd hij wel completer, ontwikkelde zich op gravel en leerde met meer variatie te spelen – dropshots, volleys.

Met Lendl in zijn begeleidingsteam straalt Murray iets onoverwinnelijks uit, de twee hebben een gouden klik. „Ik vertrouw wat hij zegt”, vertelt Murray. „Hij zegt wat hij denkt. Het is niet altijd leuk om te horen, maar wel wat ik nodig heb.”