Tom Dumoulin in heroïsche klim naar eerste Nederlandse winst in bergetappe sinds 2002

Dumoulin viert zijn overwinning. Foto Bas Czerwinski/ANP

Weloverwogen, goed gesoigneerd, een stilist op de fiets. En dan behaalt Tom Dumoulin de mooiste zege in zijn carrière tot nu toe uitgerekend op het ruigste terrein, een loodzware Touretappe over vijf Pyreneeëncols, en onder bizarre weersomstandigheden – van zesendertig graden onderweg naar tien met hagelstenen op de slotklim. „Dit is ongelofelijk”, stamelde hij tot twee keer toe op de apocalyptische top van de Arcalis, op 2.240 meter hoogte.

Drie dagen eerder zat de 25-jarige Limburger nog met een gezicht als een oorwurm op de fiets. Wat deed hij in de Tour? ‘Fladderen’ had hij van tevoren gezegd, afvallen en in vorm komen voor zijn hoofddoel: de olympische tijdrit in Rio. Maar al die lange etappes wegmalen zonder doel? Zaterdag was er een sanitaire noodstop in een camper langs de weg. Weer geen goed gevoel.

Maar toen hij zondag met een lach verscheen bij het ontbijt, wist ploeggenoot Laurens ten Dam genoeg. „Tom is goed vandaag.” De rest is geschiedenis. Meester over de kopgroep tot aan de slotklim. Dan een uitval en als een tijdrit 12,3 kilometer stijlvol naar de top. De eerste Nederlandse zege in een bergrit sinds Michael Boogerd in 2002. „Ik heb het gewoon geflikt”, besefte Dumoulin. (NRC)