Wat voorafging: Tegen de wil van Branda in reed Natan naar Schiphol. Hij vond uit dat de regering een lijntoestel had gecharterd om experts naar het rampgebied te laten vliegen.

Feuilleton in 60 afleveringen

15/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Tegen de wil van Branda in reed Natan naar Schiphol. Hij vond uit dat de regering een lijntoestel had gecharterd om experts naar het rampgebied te laten vliegen.

In een opengebarsten stuk romp, heet als de oven van een smidse, hingen stoelen ondersteboven, omhangen met losse seatbelts.

Tussen de geblakerde plek en de kippenloods strekte zich een onbegroeide moddervlakte uit, tot barstens toe gedroogd in de zomerzon. Ik liep in een wijde boog om de halfpipe heen. In een diep tractorspoor lag het bijna naakte lichaam van een vrouw. Ze droeg een vleeskleurige slip, waardoor het van een afstand leek of haar onderlijf geheel naakt was, maar dan zonder pubisbeharing, als op een schilderij uit de Renaissance. Het bandenprofiel was in de ziedende oven van juli tot een keramisch reliëf gebakken, alleen verpulverd op de plaats waar het lichaam erin neergeploft was. Vanaf mijn voeten liep een rits van zware accents circonflexes met de punt vooruit naar haar gestrekte rechterbeen, waar het onder de blote voet verdween, om boven haar kruin weer te voorschijn te komen, als een routeaanduiding van gestileerde pijlen. Ze leidden naar de hoge schuifdeuren van de kippenloods.

Zwart haar lag uitgewaaierd over de zijkant van het afgewende gezicht, met pieken vastgeplakt in geronnen bloed. Ze had haar bh nog aan, maar de borsten hingen slordig naar links en rechts buiten de cups – de ene ongeschonden, de andere zwaar gehavend, al was het of iemand de rauwe schaafwond zorgzaam met fijn zand had besprenkeld, als zout op een rode wijnvlek. Was ze hier recht uit de hemel neer gedreund, of had een respectloos monster haar zo achtergelaten na zich elders aan haar al dode lichaam vergrepen te hebben?

In een eerste impuls wilde ik haar de rug toekeren, alsof mijn blik haar alleen maar verder kon onteren. Ik dwong mezelf te blijven kijken. Zesentwintig nu, had ik de borsten die me ooit voedden vele jaren niet ontbloot gezien (aan topless zonnen deed ze niet). Ondanks hun huidige slappere en zwaardere vorm kwamen ze me eindeloos vertrouwd voor, en maakten ze een heimwee in me los dat zacht zong als water in een ketel. Mijn moeder mocht dan, volgens mijn vader, ‘een geheugen als een gietijzeren zeef’ hebben, de klassiekers onder haar herinneringen faalden nooit. Ze vertelde graag hoe ik als hummel van vier haar in de echtelijke slaapkamer opwachtte terwijl ze ernaast aan het baden was. Als ze dan met bloot bovenlijf binnenkwam om de kleren aan te trekken die op het bed uitgespreid lagen, sprong ik op het dek om haar dat te beletten. Aldus bevond ik me op gelijke hoogte met haar boezem. Ik klemde mijn handen als kommetjes om de tepels, en draaide met rappe haaltjes de beweeglijke borsten twee verschillende kanten op, waarbij ik bijna onmachtig van de lach op de grond tuimelde.

‘Naat, laat dat.’ Mama zag er geen kwaad in, maar het mocht niet te lang duren. ‘Zo is het wel weer genoeg geweest. Losss, ja… los, zeg ik.’

‘Ik vind ze zo mooi, mam,’ fleemde ik dan. ‘Het is zo fijn om te doen.’

Op een keer kwam mijn vader onverwacht de slaapkamer binnen. ‘Wat krijgen we nou!’ riep hij met gespeelde boosheid uit. ‘Wil je dat wel eens laten! Ze zijn van mij!’

Ik schrok zo dat ik toen pas echt slap van giecheligheid van de matras op het linoleum rolde. ‘Patrick, nee… niet de kieteldood. Ik kon er niets aan doen.’

Terwijl ik zo op het beddenkleedje lag te stuiptrekken, sprak papa er tegenover mama zijn verwondering over uit dat de kleine Natan zijn handjes zo snel en behendig in tegengestelde richtingen wist rond te laten wentelen en daarmee de borsten, die dat niet gewend waren. ‘Dat is nog niet zo makkelijk, Bekka. Misschien schuilt er een jongleur in ’m. Ik stuur ‘m naar het circus.’

‘Ga jij je er maar eens in bekwamen, Haandrikman,’ zei mama. ‘Keer en tegenkeer. Tel uit je winst.’

Sindsdien noemden ze me De Jongleur. Behalve wij drietjes wist lekker niemand waar dat op sloeg.

Wat was dat met de chemische samenstelling van tranen dat ze zo in de neus prikten? Of was het een stofje in de neuswortel, geactiveerd door de nabijheid van traanvocht? Nee, zorgvuldiger: het prikken, of tintelen, ging vaak aan het vrijelijk vloeien van tranen vooraf, dus moest het een uiting van inwendig verzet tegen openlijk huilen zijn.

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het zestiende deel van dit feuilleton verschijnt woensdag 13 juli op nrc.nl/afth.