Minder training, optimaal resultaat op 4x100 meter

Met de gouden medaille op de estafette, en een toptijd, is Nederland ineens ook kandidaat voor het podium tijdens de Spelen in Rio.

Tessa van Schagen (rechts) neemt over van Dafne Schippers tijdens de gouden estafette van het Nederlandse kwartet. Foto eric brinkhorst

Nog één keer laadt Dafne Schippers zich op. Nog één keer knallen op de EK in Amsterdam. Nog één keer genieten van de publieke warmte in het uitverkochte Olympisch Stadion. En nog één keer de estafetteploeg boven zichzelf laten uitstijgen. Die opzet lukte, met de Europese titel en een toptijd van 42,04 seconden als resultaat. Hallo Verenigde Staten, hallo Jamaica, hier is Nederland, ook kanshebber op een olympische estafettemedaille in Rio.

Gelukkig scheen zondag de zon en kon Schippers starten. In tegenstelling tot zaterdag toen de kilte haar dwong tot absentie voor de estafette. Een gevoelige hamstring bracht de dokter tot het advies niet te lopen. Met het oog op Rio volgde Nederlands topsprintster dat advies op, maar ook met het gevoel van ontrouw tegenover haar estafettemaatjes.

Gelukkig voor Schippers plaatste Nederland zich voor de finale, al ging het bijna mis met de wissel tussen startloopster Jamile Samuel en Marije van Hunenstijn, die de plaats van Schippers had ingenomen.

Een dag later speelt Dafne’s hamstring niet op en kan ze zich revancheren. En hoe. Na de voortreffelijke start van Samuel moet Schippers wel iets inhouden om het stokje tijdig over te nemen, om zich vervolgens te katapulteren naar Tessa van Schagen, die haar bocht vloeiend loopt en Naomi Sedney in een ideale uitgangspositie manoeuvreert. De slotloopster rent alsof haar leven ervan afhangt en merkt pas aan de finish dat ze de Britten en de Duitsers ver is voorgebleven – „gek, ik had het gevoel dat ze kort achter me liepen.”

Minder getraind

De loop over vier schijven oogde vloeiend en scherp ingestudeerd. Schijn, want de vier loopsters hadden in aanloop naar de EK minder getraind dan ter voorbereiding op voorgaande toernooien. Schippers’ drukke programma met Diamond-Leaguewedstrijden dwong haar vaak tot absentie tijdens de trainingen, die ook nog eens werden verstoord dooreen blessure van Samuel.

En toch ging het goed, in tegenstelling tot de laatste twee kampioenschappen. Zowel in 2014 op de EK in Zürich als in 2015 op de WK in Beijing ging het mis bij de wissels en haalde Nederland niet de finish.

Met minder trainingsuren was het resultaat sensationeel beter. Samuel schrijft dat toe aan ervaring. De ploeg heeft in deze samenstelling zo vaak gelopen, dat er toch wel enige routine is ingeslopen. Samuel: „Daarbij kennen Dafne en ik elkaar zo goed, dat we ook met minder trainingen weten wat we doen moeten. En dat is voor mij voluit gaan en erop vertrouwen dat Dafne niet te snel vertrekt.” Want dat is het luxeprobleem bij de estafette: Schippers’ snelheid kan ook storend werken. Om die reden hield Schippers zich enigszins in bij de wissel. „Ik vertrok niet op 90 maar op 80 procent”, zei ze.

Met het estafettegoud sloot Nederland de eerste EK in eigen land succesvol af. Vier gouden medailles – vijf als de diskwalificatie van Churandy Martina op de 200 meter wordt meegerekend – één zilveren plak, van Sifan Hassan op de 1.500 meter, en twee keer brons voor Ignisious Gaisah (verspringen) en Liemarvin Bonevacia (400 meter). En pochte technisch directeur Ad Roskam van de Atletiekunie: „Er zijn nauwelijks atleten uitgeschakeld in de series. En alle vier de estafetteploegen haalden de finale.”