Kleurrijk en vermakelijk was het wel

Weinig goals, defensief spel en vaak een matig niveau. Maar dankzij de fans en de dappere kleine landen was het een vermakelijk EK.

De Eiffeltoren trilde nog na van de vreugde-explosie die Fransman Dimitri Payet had ontketend in de fanzone van Parijs. Heerlijk doelpunt, heerlijk feest. Maar nog geen etmaal later, op dag twee van het EK, ging het niet over zijn winnende doelpunt, maar over rellen in Marseille. Alarmfase één. Engeland versus Rusland. Met zulke hevige confrontaties dat een politieagent een Brit moest reanimeren op straat. Vanuit zijn ziekenhuisbed herkende het slachtoffer afgelopen week voor het eerst zijn familie. Vier weken later.

De zwarte dag deed autoriteiten vrezen voor het vervolg van het toernooi. Terreurdreiging was er al, maar nu ook voetbalgeweld, van het soort dat misschien wel niet is uit te bannen. De rellen in Stade Velodrome deden denken aan stadiontragedies van weleer, met toeschouwers die in paniek samenklonterden voor ontoereikende vluchtwegen. Als dit een voorbode was, was het einde zoek.

Zover kwam het niet. Op een fakkelinferno bij Kroatië-Tsjechië na (volgens de UEFA zijn veel fakkels te klein om bij de poort te detecteren) deden zich nauwelijks nog incidenten voor op een toernooi dat zal worden herinnerd als een debutantenbal. Met stuntende IJslanders en Welshmen, gevolgd door Noord-Ieren met hun aanstekelijke hit over een aanvaller die geen minuut speelde: Will Grigg. In Belfast belden Noord-Ierse fans de brandweer: Will Grigg is on fire. Hilariteit op het randje. De Noord-Ierse fans ontvingen een onderscheiding van de burgemeester van Parijs, evenals die van Ierland.

Hartstocht en sympathie

Zo’n EK was dit. Met fans in de schijnwerpers en dappere kleine landen, waarvan de hartstocht en verworven sympathie verhulden dat het spel vaak van matig niveau was. Kenners knorden. Niveau topklasse, oordeelde oud-bondscoach Bert van Marwijk na IJsland-Hongarije. De Engelse voetbalcommentator John Motson, sinds 1974 bij alle grote toernooien present, vatte het EK met een enkel zinnetje treffend samen in zijn column bij de BBC: „Als je een bewonderaar van verdedigen bent, viel er veel te genieten.”

Verdedigen was soms lonender dan aanvallen. Nu voor het eerst 24 landen deelnamen en daardoor ook de vier beste nummers drie doorgingen, was één zege soms voldoende om de laatste zestien te bereiken. Doelsaldo werd doorslaggevend. Wie zich blindstaarde op aanvallen, liep meer risico om een doelpunt te incasseren.

Vandaar dat Slowakije niet aanviel tegen Engeland (0-0) en Noord-Ierland de 1-0 nederlaag tegen Duitsland vierde als een overwinning. Maar het land dat het meest profiteerde van de nieuwe opzet was Portugal, dat via drie gelijke spelen in de groepsfase doorstootte naar de knock-outfase – met evenveel punten als Turkije en Albanië, die genekt werden door te veel tegengoals.

De defensieve instelling blijkt ook uit de statistieken. Het doelpuntengemiddelde per wedstrijd: 2,14, het laagste aantal sinds het EK 1992 (1,75). Het WK 2014 telde bijvoorbeeld 2,7 goals per duel.

Lang wachten op een goal

Veel doelpunten werden pas laat gemaakt. Niet eerder vielen zoveel (beslissende) goals na 85 minuten, terwijl liefst 60 procent van alle doelpunten na de 75ste minuut tot stand kwam. De oorzaak is niet exact duidelijk, maar het toont wel dat veel teams aan elkaar gewaagd waren en enkele grote landen hun dominantie pas laat konden omzetten in een zege, zoals Frankrijk tegen Roemenië en Albanië. Verzet werd laat gebroken. Of niet. Zo vestigde IJsland tegen Portugal een laagterecord door ondanks 27,8 procent balbezit niet te verliezen. De Portugese vedette Cristiano Ronaldo betichtte de IJslanders daarna van een „kleine mentaliteit”, maar hij was een van de weinigen die narrig werd van een saga die het EK voor veel voetbalfans juist leuk maakte. Hetzelfde gold voor de opmars van Wales, dat ten koste van België de halve finales bereikte door goals van drie spelers die alleen dankzij een Welshe grootouder voor Wales mogen uitkomen.

De maker van misschien wel het mooiste doelpunt van dit toernooi, was een van die spelers. Hal Robson-Kanu, die drie Belgen fopte met een kapbeweging à la Johan Cruijff. De spits die in Engeland werd geboren, vertelde eens aan een bondsofficial van Wales dat hij daar elke zomer op vakantie ging. Onderweg haalde hij dan zijn oma op. Woonde zij in Wales, vroeg de man. Nee, ze was er geboren. De official wist genoeg: Welsh bloed. Voldoende voor de overstap, die resulteerde in zijn heldenrol op dit EK.

Voetballend was er het nodige aan te merken op dit EK, maar kleurrijk en vermakelijk was het in elk geval wel.