Kampioen Portugal is veel meer dan Ronaldo

Portugal triomfeerde ten koste van Frankrijk. Zonder de uitgevallen Ronaldo toonde de ploeg in de breedte zijn onverzettelijkheid .

Het zou altijd de EK-finale van Cristiano Ronaldo worden: of hij nu won of verloor of zoals zondagavond even voor half tien als gesneuvelde gladiator per brancard het veld werd afgedragen om ruim twee uur later trekkebenend de grootste triomf in zijn lange, imposante voetbalcarrière op topniveau te vieren. De beste van Europa: Portugal.

Op het door motten ingenomen veld in het broeierige Stade de France had Ronaldo het zich vast anders voorgesteld toen hij een balletje hoog hield in de warming-up. Maar hij zou er voor getekend hebben als hij wist dat aan het einde glorie wachtte. Toen zijn knie het rond de twintigste minuut begaf bij een botsing met Fransman Dmitri Payet, sprak weinig nog voor de kansen van Portugal. De aanvoerder en talisman zeeg neer, de blik droevig, een mot op zijn voorhoofd; een triest beeld.

Nog een sprintje, toen was zijn finale klaar. Er was nog applaus en het Franse publiek had voorzichtige voorpret: dit kon niet meer fout. De grap was dat het zonder Ronaldo dus niet implodeerde aan Portugese zijde. Hoewel de grote man uit Madeira zijn elftal op momenten eigenhandig naar de volgende ronde leidde – met doelpunten in de laatste, bijna fatale groepswedstrijd tegen Hongarije (3-3) en die superieure kopgoal in halve finale tegen Wales – had bondscoach Fernando Santos zich voor dit toernooi ten doel gesteld om een raamwerk te bouwen dat niet zou bezwijken als een spier of een gewricht in Ronaldo’s lijf dat wel zou doen.

Pepe, de beste verdediger

Dit Portugese team kijkt wel naar Ronaldo, maar leunt vooral op de mannen van stavast. Pepe, de beste verdediger op het EK, en William Carvalho in de as van het veld. Het afweermechanisme achterin werd zondagavond allengs assertiever na de aftocht van aanvoerder Ronaldo. Frankrijk maakte het spel, adel verplicht. Maar kansen kwamen niet per dozijn. Het gegil van het hunkerende Franse legioen kraste op de trommelvliezen toen André-Pierre Gignac in extremis de paal raakte.

Antoine Griezmann, topscorer van het toernooi, verbleekte. Hij, zes goals, was perfect in vorm geraakt, maar voetballen tegen Portugezen in het zicht van hun eerste trofee in de voetbalgeschiedenis vol beloftevolle generaties en spelers als Eusébio en Luis Figo, is geen sinecure.

Portugal won maar één van de zeven duels de afgelopen weken in Frankrijk in reguliere speeltijd. Groots in resultaatvoetbal, bondscoach Fernando Santos schaamt zich niet. „Als trainer heb ik geen hart”, zei hij eens. Hij was een modale speler, is trainer met een graad als elektricien, mag dan defensief meesterschap hebben getoond, wel stuurde hij spits Éder het veld in toen Frankrijk worstelde met zichzelf. Slim gedaan.

De toernooiwinnaar maakte zo eigenhandig het bekijken van wedstrijden op dit toernooi – dat in zijn opzet al langer dan ooit was met 51 wedstrijden en 24 landen – een aangelegenheid voor de hardnekkige voetbalkijker.

De finale, net als het toernooi, zal om het voetbal niet memorabel zijn, maar de verhalen waren talrijk. Invaller-spits Éder kon geen potten kon breken bij Premier League-middenmoter Swansea, werd uitgeleend aan Lille en maakte zich voor Portugal onsterfelijk met zijn doelpunt, het enige, een verwoestend schot in de verlenging: 1-0. Portugal kampioen, de Franse droom aan diggelen.

Nu ook Portugal een prijs heeft gewonnen op een eindtoernooi, om maar een andere Europese subtopper te noemen, heeft Nederland niets meer voor op de Portugezen. Het volk (10 miljoen inwoners) ging door de diepe dalen van de financiële crisis maar hield in aanzien en in internationaal clubvoetbal de aansluiting redelijk intact. Het land leverde ook nog eens de laatste Champions League-winnaar (2004, Porto) die niet uit één van de vier grote voetballanden Italië, Engeland, Spanje, Duitsland stamt.

Ook het EK heeft zo weer een underdog als winnaar, en dat betekent doorgaans een no-nonsenseploeg die breekt met de conventies van de aanvallende speelstijl. Dat is wennen, na Spanje en Duitsland als toonaangevende landenploegen het voorbije decennium.

Hermetische elftallen

Sluwe trainers rollen van de lopende band in Portugal, voetballers die kennelijk in de wieg al winnaars zijn, met invloeden uit een koloniaal verleden maximaal benut. En via invloedrijke vertakkingen – zaakwaarnemer Jorge Mendes, private financiers als Doyen Sports – vinden zij hun weg naar de Europese top. Portugese spelers en coaches leveren kwaliteit in een bepaald segment: dat van de hermetische elftallen.

Voor Nederland strekt Portugal misschien niet tot voorbeeld, gezien het gapende gat in spelopvatting. Maar de jaloersmakende intentie van jongs af druipt ervan af. Zie hoe de Portugese tieners de Oranjejochies aftroefden op het EK onder 17 in Azerbajdzjan. Daar begint het al: hoe je een duel aangaat, met doodsverachting, maar ook in aanvallende zin gewoon veel directer spelen, teamgenoten durven aan te spelen in de dekking. „Daar gaat niets op zeventig procent”, stelde technisch manager Jelle Goes van de KNVB onlangs afgunstig vast.

Natuurlijk: een Cristiano Ronaldo komt eens in de honderd jaar voorbij, niet veel vaker. Maar juist de triomf in de EK-finale zonder hem toont de kracht in de breedte. Al was hij nooit heel ver weg van het veld: trekkebenend langs de zijlijn, stoeiend met Santos in die slotseconden. Onvervalste, ongeremde emotie. Toen het eindsignaal klonk, was het toch zijn toernooi geworden. Zijn nalatenschap voor Portugal is compleet, twaalf jaar na zijn grootste voetbaltrauma. Toen Portugal in 2004 in de finale in eigen land met 1-0 verslagen werd door Griekenland, biggelden de tranen over het gezicht van de negentienjarige Ronaldo.

„Modern ist, wer gewinnt”, zei toenmalig bondscoach van de Grieken Otto Rehhagel toen zijn speelstijl in de kritieken als ‘altmodisch’ werd weggezet. Ook voor Santos, toevallig opvolger van Rehhagel als bondscoach van de Grieken in 2010, geldt per saldo dat doorbekeren het enige is wat telt met zijn Portugal.