Recensie

Het was warm en vol, de zalen én de muziek

Wachten en wringen werd beloond met topacts zoals ontdekking Anderson .Paak.

Op North Sea Jazz is publiek gretig en onverzadigbaar. Artiesten worden snel aan de borst gedrukt, en men is mild voor tegenvallende acts. Op de 41ste editie lieten 25.000 mensen per dag zich afgelopen weekend verrassen, verwonderen en meevoeren door oude jazzhelden als bassist Ron Carter (79) en de broze maar nog vitaal spelende saxofonist Pharoah Sanders (75), visueel en muzikaal prikkelende performances van progressieve acts als Flying Lotus en Jacob Collier, en hit-revues van inmiddels wat belegen acts als Level 42, Simply Red en Earth, Wind & Fire.

Meerdere artiesten stonden tijdens het festival stil bij de recente politiemoorden op zwarte burgers in de Verenigde Staten. „Hou alsjeblieft op met het neerschieten van onze baby’s”, herhaalde soulzanger Anthony Hamilton. „Mensen hebben hun levens verloren”, zei zanger Miguel. „We worden thuis vermoord, Rotterdam”, zei popster Pharrell Williams, die zijn show stillegde voor een korte speech.

Het was een warme, propvolle editie, met televisieschermen die steeds weer melding maakten van overvolle zalen, en regelmatig volgestroomde doorgangen op het terrein. Het was vaak dringen, of vroeg in de zaal zijn, om zeker te zijn van een goede plek bij vooral de grote namen.

Het waren acts als popontdekking van 2016 Anderson .Paak die het wachten en wringen de moeite waard maakten. Het was ongekend hoeveel energie .Paak – in een shirt dat snel kletsnat werd van het zweet – en zijn band over wisten te brengen met stevige grooves waarover ze soms voluit rockten, en dan weer ruimte creëerden waarin .Paak vol gloed zijn teksten zong en rapte. De ‘artist in residence’ van dit jaar, de Frans-Libanese trompettist Ibrahim Maalouf, liet drie keer een grote zaal volstromen. Hij liet publiek zingen en dansen op zijn met Arabische klanken gekruide rockjazz, glorieerde met het Metropole Orkest en bracht een weemoedige ode aan de Egyptische zangeres Umm Kulthum.

Jazz is in deze zinderende bijenkorf vol muziek de zoektocht naar die ene ontdekking, of die ene solo die je net even anders doet voelen. Ze waren er, maar niet altijd bij de geijkte groepen. Gitarist Pat Metheny en bassist Ron Carter ontmoetten elkaar in een zoet prikkelend snarenspel dat te hoffelijk bleef. Het concert dat saxofonist Branford Marsalis gaf met vocalist Kurt Elling was mooi, maar geen goede weerspiegeling van ieders buitengewone talent. Toppianist Brad Mehldau en drummer Mark Guiliana vinden elkaar al een tijdje in elektrische jazz waarin synthesizers, een elektrische Fender Rhodes-piano, een laptop en met effecten uitgebreide drums samengaan en met meestergitarist John Scofield erbij werd dat een hyperhybride – een optreden vol energie en dynamiek.

Het reünieconcert van jazzrock/fusion-groep Steps Ahead was een publiekstrekker maar bleef wat vlak. Dan liever de gespierde supersound van de 31-jarige tenorsaxofonist James Brandon Lewis die veel kreten uit het publiek ontlokte, de waanzinnige 75-jarige Chick Corea met zijn topband vol coryfeeën en de eigenzinnige veelkunner Colin Stetson, in zijn eentje al een fascinerende uitvoerder met zijn techniek van circulair ademhalen op zijn enorme bassaxofoon en de keelklanken die hij maakt, en met violiste Sarah Neufeld nog boeiender en indringender.

Het experiment stond traditioneel geprogrammeerd in de Darling-zaal. Vrijdag trad hier de stal aan van het Brainfeeder-label. Prachtig was de presentatie van Flying Lotus, omsloten door spacey 3D-visuals, een kubus van licht en geluid die reageerde op de muziek die hij uit zijn apparatuur trok.

Jacob Collier nam als digitale eenmansband de zaal in een mum van tijd voor zich in. Wat hij live inspeelde, ging in loops rond waarop hij zong - een sterk staaltje real-time sampling. De theatrale jazz die Esperanza Spalding neerzette als alter-ego Emily D (dikke bril, gouden kroon) was fascinerend: een geniale kruisbestuiving van concert en musical. Het Vlaamse STUFF overtuigde met ontregelende knetterfunk. De Australische topband Hiatus Kaiyote creëerde met schots en scheve, haperende ritmes en ingenieuze composities ook live een eigenzinnig universum.

De norm voor hiphop met een live-band wordt nog steeds bepaald door The Roots. Hun festivaloptreden bouwde op naar een wervelende show met geweldige covers (Guns ’N Roses!), een ontketende gitarist en een waanzinnige solo waarbij op drumpads samples werden getriggerd en onder meer werk van Prince werd opgeknipt en opnieuw afgevuurd.

De 76-jarige Stax Records-veteraan William Bell toonde zich een indringende, vurige zanger van grote hits van hemzelf en anderen in een compacte soulshow. Anthony Hamilton had behalve zichzelf nog een extra act in huis met zijn achtergrondzangers The Hamiltones; hun harmoniezang en falsetten waren verbluffend. En Jill Scott wist in een galmende zaal waarin het geluid oorverdovend hard stond het publiek mee te nemen met ongekend gloedvol gezongen, stevige soulmuziek.

De hit-revue is een beproefd recept op North Sea Jazz. Onder meer Earth, Wind & Fire, Charlie Wilson, Simply Red en Level 42 blikten terug. „It only took us 37 years to get here”, zei Mark King, die met ledverlichting de loop van zijn basgitaar een futuristische look probeerde mee te geven. Hier stond een hitmachine in tropische overhemden ongecompliceerde, muzikaal niet imponerende jaren tachtig-pop te spelen.