Jong Zuid-Soedan toont zich weer de rotte plek van Afrika

Burgeroorlog

’s Werelds jongste natie staat opnieuw in brand. Geen van de partijen is uit op verzoening.

Foto Reuters

Zuid-Soedan, ’s werelds jongste natie, stevent af op een nieuwe burgeroorlog. Afgelopen zaterdag bestond het land vijf jaar, maar van een feeststemming was geen sprake. De helft van de bevolking lijdt honger, één op de vijf inwoners is ontheemd en honderdduizenden hebben bescherming gezocht op bases van de VN, en de economie is kapot.

In die omstandigheden braken de afgelopen dagen opnieuw hevige gevechten in de hoofdstad Juba en andere steden. Facties binnen de rivaliserende strijdgroepen van president Salva Kiir en zijn vicepresident Riëk Machar volgen bevelen van hun superieuren niet meer op.

Sinds vrijdag zijn bij de oplaaiende gevechten honderden mensen gedood. Zo’n 30.000 burgers hebben al eerder hun toevlucht gezocht bij een belegerd kamp van de VN in Juba, dat nu ook onder vuur is komen te liggen. Zondag kwam daarbij zeker één Chinese blauwhelm om het leven.

Het jonge Zuid-Soedan bevestigt daarmee zijn status als Afrika’s meest deerniswekkende natie. Onbekwaam leiderschap, megacorruptie en een politieke machtsstrijd die ontaardde in een onverzoenlijke stammenoorlog liggen ten grondslag aan een nieuwe strijdronde. Vanochtend waren weer zware explosies en machinegeweervuur te horen in Juba. In Juba verblijven ongeveer honderd Nederlanders, hun is aangeraden het land zo snel mogelijk te verlaten. Maar voorlopig moeten ze binnen blijven, het vliegveld van Juba is gesloten.

„Er is een nieuwe oorlog uitgebroken”, zei gisteren de Zuid-Soedanese minister Peter Adwok Nyaba nadat soldaten van Salva Kiir de woning in Juba van Riëk Machar hadden aangevallen met grondtroepen en gevechtshelikopters.

Michael Makuei, een minister in het kamp van de president, zei echter dat Juba weer rustig was, behalve nog in de buurten waar soldaten van Riëk Machar zich ophouden. Hij leek daarmee aan te geven dat Kiirs soldaten bijna zijn geslaagd in hun poging Riëk Machars soldaten uit Juba te verdrijven. De vicepresident beschikt over slechts 1.400 soldaten in Juba, die daar op straat leven, tegenover meer dan 10.000 militairen in het officiële nationale leger, onder controle van zijn rivaal. Vrijdag gaven Salva Kiir en Riëk Machar nog een gezamenlijke persconferentie om de gemoederen te bedaren. Ze keken uiterst beteuterd toen, terwijl ze spraken, er hevig geweervuur vlakbij uitbrak.

Geruchten over coups

Volgens onbevestigde berichten had vrijdag Paul Malong, de opperbevelhebber van Salva Kiir, tijdens een ministerraad een coup willen plegen en Riëk Machar willen arresteren. Zijn baas Salva Kiir wist aanvankelijk niet van dit complot. Volgens andere bronnen zou juist James Koang Chuol, opperbevelhebber van Riëk Machar, een coup hebben willen plegen tegen Salva Kiir.

Zaterdag werd door alle partijen gebruikt om militaire versterkingen aan te voeren. Zondag volgde een offensief van de factie van Salva Kiir, gesteund door gevechtshelikopters, op posities van de soldaten van Riëk Machar. Ondanks een veroordeling van de gevechten door de VN-Veiligheidsraad gisteravond, werd de strijd vanochtend hervat in Juba. Ook uit de steden Wau en Yei en Torit komen berichten over strijd.

Een sleutelfiguur in het huidige conflict is Kiirs opperbevelhebber Paul Malong. Hij komt uit de regio Bahr el Ghazal, dezelfde geboortestreek als Salva Kiir. Hij bouwde een eigen militie op die samen met het regeringsleger in december 2013 verantwoordelijk was voor de moord op 15.000 Nuers in Juba. Die slachtpartij luidde het begin in van de burgeroorlog, waarbij de Nuer-bevolkingsgroep van Riëk Machar en de Dinka-groep van Salva Kiir en Paul Malong elkaar bestreden. Riëk Machar ontvluchtte Juba. De daarop volgende oorlog, waarbij alle partijen extreem bruut optraden tegen burgers, woedde vooral in Nuer-gebied ver weg van de hoofdstad. Die oorlog kwam onder grote buitenlandse druk ten einde toen Riëk en een deel van zijn leger afgelopen april terugkeerden in Juba. Paul Malong en een raad van traditionele Dinka-leiders was fel tegen dat akkoord gekant.

De hoofdpunten van het vredesakkoord, zoals de integratie van Riëk Machars soldaten in het nationale leger, zijn niet uitgevoerd. „Er heerst een koude oorlog in Juba. Beide leiders kunnen elkaar nauwelijks in de ogen kijken”, vertelde minister Peter Adwok Nyaba vorige week. „We zitten in Juba in een openluchtgevangenis”, klaagde een aanhanger van Riëk Machar. Volgens het vredesverdrag moeten Kiir en Riëk Machar voor een interim-periode de macht delen.

Zuid-Soedan is een gemilitariseerde samenleving waar soldaten de dienst uitmaken. Het nationale leger, voortgekomen uit de voormalige verzetsgroep het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), is uiteengevallen in een bonte verzameling van milities. „De verschillende facties komen bij dezelfde waterplaats drinken, maar verder delen ze niets. Ze kunnen gemakkelijk onderling slaags raken”, vertelde een waarnemer. Een priester in Juba noemde ’s lands leiders vorige week „apen”. Een andere geestelijke zei:

„Ze denken als veedieven, ze missen de emotionele intelligentie om aan verzoening te werken.”

In de regio wordt intussen de druk opgevoerd om militair in te grijpen. Maar ook binnen de regio bestaan grote meningsverschillen. Soedan steunt Riëk Machar en Oeganda Salva Kiir. Militair ingrijpen houdt daardoor het gevaar in van een zich buiten de grenzen uitbreidend conflict.