Geslaagd Julidans bezingt de mens

Festival Julidans Een uitstekende editie met hoogtepunten als Lemi Ponifasio’s ‘Stones in Her Mouth’ en natuurlijk ook tegenvallers, zoals het pretentieuze ‘Spotted’.

Scène uit Stones in her mouth, over de onderdrukking van Maori-vrouwen. Foto Zan Wimberley

Met het drieluik Barbarians van de Israëlische choreograaf Hofesh Shechter is zondag Julidans afgesloten. Een zeer geslaagde editie, zowel vooraf – bijna alles wekte nieuwsgierigheid – als achteraf: geen hapklare brokken, maar prikkelende voorstellingen én een gemiddelde zaalbezetting van 90 procent.

Waren al die voorstellingen goed? Nee natuurlijk. Er was zelfs een enkele verschrikking bij (Spotted van de IJslandse Margret Sara Gudjónsdóttir; even oninteressant als pretentieus), en er waren teleurstellingen. TORDRE bijvoorbeeld, door Rachid Ouramdane gecreëerd voor twee danseressen, één met een kunstarm en één met een dwangstoornis. Jora Juodkaite móet voor haar mentale stabiliteit rust elke dag minutenlang om haar as draaien. En dat kan ze, gevarieerd en expressief, klein en gecontroleerd of woest en wijds. Maar de samenhang tussen de solo’s van de uitstekende, eenarmige Annie Hannauer en Juodkaite is te zwak.

Net als de Fransman Ouramdane was de Belgische Lisbeth Gruwez meermalen goed voor pareltjes. We’re pretty fuckin’ far from okay echter, een analyse van de fysieke uiting van angst, is te voorspelbaar. Slowmotion, versnelling, herhaling die tot abstractie leidt – weinig origineel. De Duitser Arco Renz voegt in Coke, zijn schets van de ranzig vercommercialiseerde Filipijnse danswereld te weinig artistieke meerwaarde of gelaagdheid toe.

Dat zou ook gezegd kunnen worden van Monument O – Haunted by wars (1913-2013) van Eszter Salamon uit Hongarije. Maar wat een prettig rare voorstelling is dat! Een gedanste bloemlezing van niet-westerse etnische dansen met oorlog als centraal thema. Energie en agressie wordt opgezweept, geesten opgeroepen, de gemaskerde en beschilderde dansers bespotten de dood, vieren de overwinning. Door de opeenvolging van stijlen (Afrikaanse, Aziatische, Caribische) ontstaat een indruk van letterlijk grenzeloze, universele oorlogsdrift die tot nadenken stemt.

Bij Lemi Ponifasio, eigenlijk de enige ‘mastodont’ van deze editie, is de thematiek verwant. Politiek is bij de Samoaanse choreograaf nooit ver weg, maar zo expliciet als in Stones in Her Mouth was hij zelden. In een uitgekiende, esthetische choreografie ‘verhaalt’ hij over het lot van Maori-vrouwen, in eigen cultuur vereerd, maar in de koloniale tijd onderdrukt.

Doordringende klaagzangen, trage dansen, perfect synchrone percussiecomposities met traditionele poi-balletje – het zijn scènes van grote poëzie. Des te verontrustender is de in de soundscape gesuggereerde chaos en het geweld, visueel prachtig simpel verbeeld door het opgooien van oranje poeder. Het buskruit is bijna te ruiken. Ook de pijn van de met een bloedig kruis besmeurde, naakte vrouw is onontkoombaar. Ponifasio bevestigt zijn status als internationaal gelauwerde kunstenaar met dit festivalhoogtepunt.

Opmerkelijk in deze tijd van digitalisering en individualisering is dat relatief veel choreografen juist de uitdrukkingskracht van het lichaam benadrukken (de eloquente solo voor Lisi Esteràs is een mooi voorbeeld) en de mens presenteren als onderdeel van een groep. Bij Christian Rizzo, Meg Stuart en Jefta van Dinther vormt de clubscene een alternatieve gemeenschap. Groepsvorming is zelfs thema bij de Uruguyaanse Tamara Cubas, die in het Erasmuspark 50 amateurs tot een uitzonderlijke prestatie heeft geïnspireerd.

De verbazingwekkendste mensenroedel is te zien in 7 Pleasures van Mette Ingvartsen, een vervolg op haar haar lecture-performance 69 positions (eveneens op Julidans). Ook in dit werk staat het genotzoekende lichaam centraal. Eerst in een collectief bewegende, ademende, strelende, naakte kluwen van twaalf dansers, daarna in particuliere zinnelijke abberaties, met als meest gangbare erotische variant waarschijnlijk vastbinden. Onder een tafelblad, dat wel. Ook kamerplanten en bankkussens blijken voor sommigen begeerlijk.

Ingvartsen zet het onverbloemd en ongebreideld verlangende, naakte lichaam vol in de schijnwerpers, niet als zinnenprikkelend object maar als intrigerend onderzoeksobject. Eigenlijk de ideale uitsmijter van een festival waarin de menselijke conditie in alle toonaarden is bezongen.