Recensie

Eenzaamheid en duisternis op Festival Over het IJ

De onvolprezen NDSM Werf in Amsterdam is een geliefde plek, zeker voor jonge theatermakers tijdens het zomerse Over het IJ Festival. Tijdens de opening afgelopen vrijdag sprak artistiek leider Simone Hogendijk de innige wens uit „dat het terrein er altijd voor de kunsten zal blijven”. Een terecht verlangen, want Amsterdam heeft overal in de stad grootse uitbreidingsplannen. In en rondom het vernieuwde festivalhart, pal aan de IJ-oever, staan de zeecontainers opgesteld voor juweeltjes van vaak korte toneeluitvoeringen. Er is ook een containervoorstelling gesitueerd in nauwelijks vindbare, verwaarloosde hoek bij de vroegere Lasloods.

Hier heeft Marte Boneschansker van Het Huis Utrecht zich afgezonderd van de festivaldrukte in een bouwsel van ondoorzichtig plastic. Eén toeschouwer per keer ontvangt ze met de voorstelling Iemand komt van binnen, maar ik zie haar niet. Met potlood schrijft ze op het plastic over de middeleeuwse Suster Aleid die zichzelf een halve eeuw vrijwillig heeft ‘ingekluisd’, ofwel kiest voor het kluizenaarschap. De actrice communiceert via een strook papier die ze naar de bezoeker schuift. Ik schrijf woorden terug. Aanvankelijk verloopt de voorstelling tekstloos, daarna vertelt ze het levensverhaal van Suster Aleid. Haar toewijding aan de stilte, haar afstand van de mensheid, haar dagelijkse gebed. Het is een indrukwekkend loflied op de eenzaamheid.

Na deze magische stilte fêteert Project Wildeman met Heart of Darkness, vrij naar de gelijknamige roman van Joseph Conrad, de toeschouwer op een overweldigend spektakel vol duisternis, oerwoudgeluiden en visuele effecten. Personages slepen een rode kubus vanuit het duister van een fabriekshal steeds dichterbij. Hun lichamen zijn bezweet, ze krommen hun rug. Die vier acteurs in de eenzame jungle hebben ook iets van kluizenaars, alleen zij streven geen stilte na maar bezwerende muziek.