Dumoulin niet goed? Dat dacht je maar

Na een uitgekiende aanval tien kilometer voor de streep reed Tom Dumoulin door de hagel solo naar de finish en won hij de zwaarste etappe van de Tour.

Tom Dumoulin reageert op een toeschouwer die hem hindert onderweg naar zijn zege in de negende etappe. Foto JEFF PACHOUD / AFP

Op het moment dat Tom Dumoulin uit een kopgroep van tien renners demarreert, begint het te spoken boven op de Arcalis, de eerste Tourklim van de zwaarste categorie waarnaar hij onderweg is. Op 1.500 meter hoogte, waar Dumoulin met zijn ellebogen over het stuur wegrijdt van alles en iedereen, schijnt de zon nog. Hij pakt tien, twintig, veertig seconden en rijdt met nog tien kilometer tot de finish alleen aan de leiding als episch beestenweer op hem neerdaalt. De temperatuur duikt omlaag naar tien graden. Regen wordt natte sneeuw, en dat wordt hagel.

Hoe hoger Dumoulin komt, hoe grijzer het wordt. De motor achter hem beschijnt op klaarlichte dag zijn kuiten. Het moet wel, om hem in beeld te kunnen brengen. Zijn cadans is die van een tijdrijder, ritmisch en krachtig alsof alleen de tijd zijn vijand is. Het doet denken aan de manier waarop Jan Ullrich hier in 1997 solo wegreed van Marco Pantani en Richard Virenque, legendes van de wielersport.

Wat een decor om een hoofdrol in op te eisen. Tejay van Garderen, kopman bij BMC, zei het voor de start in het Spaanse Vielha Val D’Aran al: „Dit is misschien wel de zwaarste Touretappe in jaren.”

Het peloton huiverde bij de aanblik van het routeboek. Vijf zware cols, het wordt niet makkelijker dan de tweede categorie deze zondag, bij een temperatuur van ruim dertig graden. Maar dit terrein ligt Dumoulin: vorig jaar wist hij in de Ronde van Spanje tot de voorlaatste dag op soortgelijke cols zijn rode trui te verdedigen. Ploegmaat Laurens ten Dam had het aan de ontbijttafel gezien. „Tom gaat goed rijden vandaag, hij kijkt blij.”

Het viel hem op, want het was voor het eerst in dagen. Dumoulin was naar de Tour gekomen om te fladderen – le papillon de Maastricht noemde de Franse speaker hem zondag – en dat viel hem volgens zijn coach Marc Reef niet altijd mee. „Tom mist de focus, mist een doel”, zei hij donderdag.

Dumoulin hoefde niets, mocht alles. Waar richt je je dan op? Hij leek zich om van alles en nog wat druk te maken, behalve om de koers. Hij ergerde zich aan de etappes van boven de tweehonderd kilometer, hij begreep niet dat er een afzetlint nodig was rondom de bus van Giant-Alpecin. En zaterdag twitterde hij dat hij zijn behoefte had gedaan in een camper die langs het parcours stond geparkeerd. „Help me alsjeblieft deze mensen te vinden. Ik wil ze een gesigneerd wielershirt geven als dank voor de hulp.”

Rekenen: wat als ik hier tijd verlies

Het leken signalen van een sportman die zelf ook niet zo goed begreep wat hij nu precies in de Tour de France te zoeken had. Bovendien was hij fysiek niet op oorlogssterkte naar Frankrijk gekomen. De hoogtestage die hij deed in de Sierra Nevada was ter voorbereiding op de olympische tijdrit. Daar lag het brandpunt, en niet in het hier en nu. Dumoulin vermagerde volgens plan, maar werd toen ziek, kreeg een koortslip. Aanvankelijk wist hij de schade in het algemeen klassement te beperken, maar in de eerste serieuze test in het Centraal Massief, woensdag, moest hij bergop passen. Hij verloor meteen 23 minuten. Voor de buitenwacht was het helder: Dumoulin was niet goed, en zou dat dan ook niet zijn op de Spelen. Die zijn immers al over een maand.

Maar zelf had hij onderweg naar ski-oord Le Lioran, waar menig renner zich opblies, op zijn gemakje fietsend zitten rekenen. Wat nu als ik hier tijd verlies, dan zullen ze me in de dagen die nog gaan komen wel laten gaan als ik probeer te ontsnappen, had hij bedacht. Zijn kansen op de gele trui waren verkeken, maar een etappeoverwinning behoorde nog wel tot de mogelijkheden. Daarvoor moest hij nog wel „wat stappen maken”.

Zijn benen waren nog lang niet in de vorm die hij nodig achtte om een etappe te winnen, zo had aanvallen weinig zin. „Als ik in een kopgroep zit, dan wil ik winnen ook. Ik ga niet alleen maar met mijn kop in beeld rijden”, riposteerde hij woensdag.

Zondag straalde hij weer kracht uit, kennelijk al bij het ontbijt. Een herstelde Dumoulin ging met goede benen mee in een groep van twintig renners, hield zich koest, deed niet te veel kopwerk en besloot op 12,3 kilometer, vlak nadat hij een klein gaatje moest laten op de voorlaatste klim, om optimaal van zijn vrije rol te profiteren en onbevreesd voor zijn eerste etappezege in de Ronde van Frankrijk te gaan. De laatste Nederlander die dat deed was Lars Boom, twee jaar terug op de kasseien in Noord-Frankrijk.

Er zit geen twijfel in de bewegingen van Dumoulin. Dit is een uitgekiende aanval van een wielrenner die heel precies weet waar zijn eigen grenzen liggen. De vermogensmeter op zijn stuurtje laat hij voor wat die is. De wattages zeggen niets meer na 180 kilometer fietsen in de negende etappe van de Tour de France. Helemaal niet in dit weer. Even is hij bang dat hij wordt bijgehaald, maar die angst blijkt ongegrond. Niemand komt dichterbij.

In de laatste 200 meter beseft hij dat hij na twee etappes in de Vuelta, een etappe in de Giro nu ook een etappe in de Tour gaat winnen. Eén keer eerder in de geschiedenis slaagde een Nederlandse renner erin om in drie achtereenvolgende grote ronden als eerste over de streep te gaan; Jeroen Blijlevens in 1998-1999. „Je hebt het godverdomme geflikt”, zegt hij tegen zichzelf, vlak voor hij zijn handen voldaan boven zijn hoofd heft.