De geliefde Moeder Teresa van Pakistan

Vrijdag overleed een sobere filantroop die in Pakistan een netwerk van zorg voor armen had opgezet, met als symbool zijn witte ambulancebusjes.

„De dood van mijnheer Edhi heeft ervoor gezorgd dat twee arme mensen nu kunnen zien”, schreef het ziekenhuis waarin Abdul Sattar Edhi vrijdag overleed, in een persbericht.

„Pakistans Moeder Teresa”, zo werd Edhi ook wel genoemd. Zelfs toen hij op sterven lag, bleef deze filantroop, oprichter van een enorme liefdadigheidsorganisatie, anderen helpen. Hij wilde dat zijn ogen beschikbaar zouden komen voor donatie, om zijn landgenoten aan te sporen zich op te geven als orgaandonor. Wegens chaos en corruptie in de gezondheidszorg vertrouwen weinig Pakistanen erop dat hun organen goed terecht zullen komen. Het ziekenhuis maakte minder dan 24 uur na Edhi’s overlijden bekend dat zijn hoornvliezen succesvol waren getransplanteerd.

Abdul Sattar Edhi, een moslim, begon kort na de bloedige scheiding van het overwegend islamitische Pakistan van het merendeels hindoeïstische India in 1947 armen te helpen. Bij zijn dood had hij in het hele land 1800 witte ambulancebusjes rijden – waarmee hij volgens Pakistaanse media de grootste ambulance-organisatie ter wereld had – en nu runt de Edhi Stichting een netwerk van (onder meer) opvanghuizen voor vondelingen, wezen, ouderen en geesteszieken. Zijn filantropische werk, zijn ascetische levenswijze en zijn lange grijze baard maakten hem wereldberoemd.

Edhi’s overlijden werd aangegrepen voor kritische woorden over het tekortschieten van de Pakistaanse overheid, op zo’n beetje elk terrein. The Express Tribune roemde Edhi om zijn noodzakelijke werk „in een land waar openbare gezondheidszorg zelfs voor mensen die hun belasting betalen een droom is.” Volgens de krant Dawn bewees Edhi dat niet alle Pakistanen gewelddadig, extremistisch en corrupt zijn, en niet alle Pakistanen met lange baarden terroristen.

Sommige moslims klaagden dat zijn ambulances ook hindoes en christenen oppikten. Waarom?, vroegen ze zich af. „Omdat de ambulance meer moslim is dan jij”, antwoordde Edhi dan.

De Edhi Foundation was de eerste grote zelfhulporganisatie in Pakistan. Inmiddels zijn er honderden Pakistaanse niet-gouvernementele organisaties die op basis van donaties de arme bevolkingsgroepen onderwijs, gezondheidszorg en andere essentiële diensten bieden.

De laatste jaren kreeg Edhi steeds vaker kritiek van radicale geestelijken. „Ze noemen hem een ongelovige en zeggen dat hij niet bidt”, vertelde Edhi’s vrouw vorig jaar aan The Guardian. De overheid deed volgens haar niets om hem te beschermen. „Wat wij doen zou gedaan moeten worden door de overheid. Dat zou gewaardeerd moeten worden, maar in plaats daarvan worden we beschimpt.”

Volgens zijn familie en vrienden was de zeer sober levende Edhi een diepgelovige man, maar op een meer mystieke wijze, die niet strookte met het rechtlijnige geloof van de extremisten. Zo meende hij dat je eerst zélf mensen moest helpen, voordat je handenwringend het lot van de mensheid in handen van God legde.

Edhi was waarschijnlijk de meest geliefde mens in Pakistan. Hij is zaterdag onder enorme belangstelling begraven. Edhi is 88 jaar geworden.