Dat is mijn schrijver, niet die van jou

marjoleinedevos0

Une petite cantate du bout des doigts, zong Barbara en ik zong mee en voelde even verbinding met de tijd dat ik Barbara vaak draaide, lang geleden, toen ik nog heel Frans georiënteerd was. Mijn ouders die een paar jaar in Parijs hadden gewoond namen ons altijd mee naar Frankrijk met vakantie, ik las Françoise Sagan en Zola, alles wat Frans was beviel me. Als ik Franse toeristen in de stad zag, fietste ik er achteraan, in de Kees de jongen-achtige hoop dat er een gesprek zou ontstaan – „Ach kijk eens, hoe chouette, een echt Amsterdams meisje op een echte Amsterdamse fiets” – en dan zou ik in vloeiend Frans aanbieden om ze wat van Amsterdam te laten zien en die man die erbij was met die snor die zou heel aantrekkelijk naar mij lachen. C’est un beau roman, c’est une belle histoire, zong Michel Fugain.

Dat allemaal dus. En ik denk hoe ik door dat verleden, altijd het gevoel heb gehouden dat Frankrijk op een of andere manier ‘van mij’ is, dat ik er een speciale band mee heb, specialer eigenlijk dan menigeen. Dat is onzin, want daarna heb ik het land jarenlang verwaarloosd, mijn Frans laten roesten, ben Franse intellectuelen woordrijke ijdeltuiten gaan vinden, houd de Franse literatuur totaal niet bij. Dat je wel eens een steak tartare eet maakt je nog niet bepaald tot een francofiel, laat staan een francoloog.

Dit vage eigendomsrecht blijft uiteraard geheel verzwegen. Het is zoals het gaat met vroegere liefdes – als iemand anders erover praat heb je de neiging om te zeggen: ik weet daar meer van. Meer van die persoon, meer van die schrijver, meer van dat land. Ook als het helemaal niet waar is, want het is niet per se zo dat je méér weet, je hebt een speciale kennis, die nauw verbonden is met een gevoel, misschien zou je dat ‘gevoelskennis’ moeten noemen.

Met schrijvers gaat het ook vaak zo, dat je werkelijk kunt voelen – niet denken, want je weet wel beter – dat een schrijver van jou is, omdat je er zo van geniet hem te lezen of er zoveel aan beleeft.

Het is mijn Diderot! Ik moet met zijn standbeeld op de foto

Laatst stuurde iemand mij een foto van zichzelf naast het standbeeld van Diderot in Langres. Ik was uitgesproken jaloers. Zij had daar niet te staan en van Diderot te houden! Het is míjn Diderot.

Terwijl de halve wereld verzot is op Diderot, dat wil zeggen op zijn tot op de dag van vandaag springlevende geest, humor, vrijheid van denken. En toch die rare reactie: „Ne touche-pas à mon Diderot.”

Sterker nog, het kan voelen alsof iemand probeert je iets af te nemen door kalmweg te praten over iets dat voor jou kostbaar is en verbonden met intieme kennis. Herkenning kan zomaar overgaan in aantasting.

Blijkbaar bewaar je in jezelf allemaal kleine schatkistjes. Niet alle dingen waar je van genoten hebt komen erin. Het kan juist heerlijk zijn als iemand ook over Cissy van Marxveldt en Dot en Pit en de chauffeur die geen chauffeur bleek te zijn kan meepraten, en een vrouw die ook nog steeds kan huilen om Schoolidyllen, hoe sentimenteel ook, is al bijna mijn vriendin.

Maar op andere bewaarde sensaties, vaak heel wat onzegbaardere dan die Franse verbondenheid, zit een gouden slotje en die kunnen slechts met omzichtigheid genaderd worden. „Hoe zoet gesloten, toegesloten/ en goed geborgen in donkernis”, schreef J.H. Leopold, een dichter die wel zo ongeveer opgetrokken moet zijn geweest uit dit soort gevoeligheden.