Bomrobot is uiterste middel

nrcvindt

In de nasleep van de moord op vijf politieagenten in Dallas, laait de discussie op over de wijze waarop de sluipschutter is uitgeschakeld. Namelijk per bomrobot, op afstand bestuurd door de politie, nadat die oordeelde dat de verdachte te gevaarlijk was om te overmeesteren. De vraag is of dit nog als ordehandhaving kan gelden of als oorlogshandeling.

In de VS heeft die vraag extra betekenis omdat de moord op de agenten een rechtstreeks uitvloeisel is van de totaal bedorven relatie tussen de ordehandhavers en de zwarte gemeenschap. Een bomrobot is dan escalatie – de vraag of de patstelling met de schutter niet beter door langdurig praten en uitputting tot een einde gebracht had moeten worden, houdt inmiddels iedere rechtshandhaver bezig. Immers het beeld van de verdachte, in handboeien overgebracht naar de cel, gevolgd door berechting, zou een openlijke demonstratie zijn geweest van de ‘rechtsstaat in actie’. De verdachte had kunnen spreken, de samenleving had een oordeel kunnen vormen en de wet had zijn werk kunnen doen. Een high-tech executie door de staat van een verdachte zonder proces, moet iedere burger van een democratische rechtsstaat tenminste onbehaaglijk stemmen. Ook als men de dood van de verdachte niet betreurt. Juist de kern van het conflict met de zwarte burgers is bovendien politiegeweld. Dat hoort terughoudend en proportioneel te zijn. Een bomrobot lijkt dan vooral een symptoom van het probleem – een wapen in een oorlog die de politie juist niet moet voeren. Althans, alleen in uiterste nood. En was dat zo, met een belegerde verdachte in een schuilplaats?

Het doden van verdachten door de politie is doorgaans alleen gelegitimeerd bij confrontaties met zelfmoordterroristen. In Nederland is die les geleerd met de zes Molukse gijzelingen in de jaren 70. Twee daarvan werden beëindigd door de meeste daders in een militaire confrontatie dood te schieten. De andere vier liepen uit op overgave, arrestatie en berechting, na langdurige onderhandelingen. Die zogeheten ‘Dutch approach’ is lang internationaal gezaghebbend geweest. Maar werd steeds minder relevant, naarmate het aantal zelfmoordterroristen met bomgordels en religieuze dromen over paradijs en martelaarschap toenamen.

Dat was in Dallas in ieder geval niet aan de hand. De autoriteiten meenden dat de dader geestelijk gestoord was, mogelijk over explosieven beschikte en van plan was om blanke agenten op te blazen. Daarvan is achteraf niet gebleken, waardoor deze schutter eerder als ‘gewone’ aanslagpleger kwalificeerde. Er is dus alle reden om de inzet van de bomrobot te betreuren. Maar dat is, toegegeven, wijsheid achteraf.