Banksy gedijt niet in een kunstmuseum

Werk van Banksy

Nee, met ironie heeft de looproute niets te maken, vertelt Chris Ford, een van de samenstellers van de tentoonstelling over Banksy. Deze eindigt in de giftshop, omdat het de meest logische route is. Maar omdat het de satirische anti-kunstenaar Banksy betreft, verkoopt die giftshop de dvd van zijn film Exit through the Giftshop (en T-shirts en spuitbussen), de titel een knipoog naar de commercie van de tentoonstellingswereld.

De kunstwereld is één van de mikpunten van street artist Banksy, een pseudoniem waarachter vermoedelijk een 42-jarige Londense kunstenaar schuilgaat. Begonnen in Engeland werkte hij onder meer in de VS, Palestina, schilderde in Calais Steve Jobs als vluchteling op een muur en opende anti-pretpark Dismaland. Door zijn grafische stijl vallen zijn politieke en humoristische schilderingen op: Churchill met hanenkam, Christus met boodschappentassen, streepjescodes als tralies.

De Beurs van Berlage toont een rondreizende, niet-geautoriseerde expositie van zo’n honderd zeefdrukken, schilderijen en beelden uit de periode 2002 tot 2007. Ford stelde deze samen met galeriehouder Steve Lazarides, die tot 2007 Banksy’s assistent was. Het was in die paar jaar dat Banksy internationaal doorbrak. De kartonnen Copper Angels (gevleugelde ME’ers) in de expositie had Banksy slechts gemaakt als tentoonstellingsdecoratie maar ze werden meegegrist en als kunst verzameld – de vouwen zitten er nog in.

Zodoende is de tentoonstelling doorspekt met ironie: als stijlmiddel van Banksy, in de route, het feit dat deze anti-kapitalistische kunst zo goed verkoopt. Voor je in de giftshop een T-shirt aanschaft, zie je in de tentoonstelling zijn prenten van een veiling met de tekst „I can’t believe you morons actually buy this shit” en van punks die in de rij staan om een festival-shirt te kopen met de tekst „Destroy Capitalism”.

Het beste deel van de tentoonstelling zijn de foto’s van zijn acties op straat: in contrast met moeilijke stadswijken functioneert zijn zachtheid – meisje met hartvormige ballon – en is zijn stencil-look emblematisch. Die foto’s zijn beter dan zijn ‘crude oil paintings’, landschappen van rommelmarkten waar hij legerhelikopters of ufo’s op schildert. Grappig, maar Pop artists, situationisten en adbusters gingen hem al voor. Dat zijn kracht buiten ligt, maakt een tentoonstelling lastig. Op binnenmuren wordt het meisje met ballon net zo kitscherig als zijn Media Canvas uit 2006: huilend meisje met teddybeer in een geruïneerde stad, belaagd door persmuskieten.

Er hangt kitsch, je bent een ‘moron’ als je erheen gaat en je wordt richting cadeauwinkel geloodst. Toch is de tentoonstelling interessant. Omdat witte museummuren ‘vervelend’ zijn, is de show opgetakeld met baksteenbehang, tattoostudio, events. Misschien is die glamour de manier om zo’n fenomeen te presenteren dat in een museum niet gedijt. In een kunstmuseum dan.