Agenten en burgers in Dallas zijn gefrustreerd over elkaar

Agenten in Dallas hekelen de ‘oorlog tegen de politie’. Burgers zeggen: ‘Als je ze belt omdat er geschoten wordt, komen ze niet.’

Bij het hoofdkwartier van de vakbond Dallas Police Association hangt de vlag halfstok. Binnen zitten agenten van het politiekorps aan lange tafels, donuts en koffie voor zich. De sfeer is half moedeloos, half gezellig. „Dit politiekorps is hechter dan een familie”, zegt Monte Petersen. „We gaan deze dagen nooit dicht, de collega’s blijven maar langskomen.”

Monte Petersen werkt voor de politievakbond sinds hij kort geleden met pensioen is gegaan. Hij was 29 jaar agent in Dallas. Sinds donderdag zit Petersen op kantoor te chatten in de besloten Facebookgroep van de politie in Dallas. „Iedereen is gefrustreerd. Agenten krijgen niet de waardering die ze verdienen. Het is gevaarlijk en moeilijk werk.”

De dood van vijf agenten van het korps donderdag herinnert Petersen aan de tekening aan de muur bij de ingang. Negen agenten, in de jaren tachtig vermoord. Iedere agent die de vakbond bezoekt, ziet deze gezichten. „De dood ligt hier altijd op de loer.”

De agenten weten dat de buitenwereld hen wantrouwt. Maar beschuldigingen van racisme, vooroordelen of buitensporig geweld verwerpen ze. Ze doen wat ze moeten doen. En juist zij, de agenten, lopen gevaar. Er is een ‘war on cops’ gaande, vinden veel agenten.

De moordpartij van Micah Johnson, die het op blanke agenten had gemunt, illustreert dat. Petersen: „Incidenten worden uitvergroot, zijn meteen landelijk nieuws. Ik handhaafde de orde door football te spelen met lastige jongens. Er is een sfeer gecreëerd dat wij alleen maar vuurwapens trekken.”

Slapen bij oma? Verdacht

In het zuiden van Dallas, in een buurt die als onveilig geldt , wonen Marcus en Amanda Jackson. Het jonge echtpaar weet wat racial profiling is. Marcus is Afro-Amerikaans, Amanda is blank. „Ik word regelmatig staande gehouden. Amanda nooit.” Amanda: „Terwijl ik de enige ben die af en toe softdrugs haalt.”

Marcus: „Ik ben laatst van de weg gehaald. Zaklantaarn in mijn gezicht, norse agent. Ik vroeg: ‘Wat heb ik gedaan?’ Hij zei: ‘Daar kom ik nog wel achter.’” Marcus werd gefouilleerd. Hij had 400 dollar in zijn broekzak. Hij heeft het nooit meer teruggezien, zegt hij.

Marcus is voorzichtig geworden. Wat moet hij zeggen als ze vragen waar hij woont? Zijn huis staat in een slechte buurt, dan denkt de agent: hm, verdacht. Daarom zegt Marcus vaak dat hij bij zijn oma slaapt, in een goede wijk van Dallas. Maar dan krijgt hij ook scheve gezichten: wat doet een zwarte jongen in zo’n goede buurt? Verdacht.

Twee jaar geleden schoot een agent in Ferguson de zwarte tiener Michael Brown dood op straat. Er volgden rellen, en een onderzoek waarin raciale vooroordelen aan het licht kwamen. Dit leidde tot politieke en maatschappelijke druk op de politie om te hervormen. Sommige korpsen voerden bodycams in die agenten filmen. Die zouden zich dan wel bedenken om het vuur te openen.

Het politiekorps van Dallas hervormde flink. Politiechef David Brown, een Afro-Amerikaan, weet wat wapengeweld is. Zijn 27-jarige zoon werd door de politie doodgeschoten nadat hij twee mensen had vermoord, onder wie een agent. Brown ontsloeg ruim zeventig agenten wegens wangedrag, en hij maakt die ontslagen bekend. Hij halveerde het aantal verkeersboetes. Het aantal schietpartijen waarbij agenten betrokken waren, nam sinds 2012 drastisch af. Brown is zo voortvarend, dat de Dallas Police Association hem wilde laten ontslaan.

Ondanks de veranderingen werden in 2015 volgens een telling van The Guardian in de VS 1.146 mensen door agenten gedood. Meer dan drie doden per dag. Afro-Amerikanen worden naar verhouding vaker gedood dan andere bevolkingsgroepen. Dit jaar zijn er 569 doden geteld, vergelijkbaar met 2015 dus. Het aantal dode politieagenten daalde de afgelopen jaren juist drastisch.

De écht grote verandering lijkt dat de politie zich terugtrekt. Criminoloog Richard Rosenfeld constateert in een recent onderzoek dat het aantal moorden in de grote steden sinds twee jaar sterk stijgt. In die steden, waaronder Dallas, nam het aantal moorden vorig jaar met 17 procent toe. Dat is vreemd, want steden werden al decennia veiliger. Rosenfeld wijt dat aan het ‘Ferguson-effect’. Agenten durven zich na ‘Ferguson’ niet meer in moeilijke situaties te begeven, en laten zich minder op straat zien. Ten dele komt dat door angst om gefilmd te worden, en viral te gaan. Een andere oorzaak kan volgens Rosenfeld zijn dat Afro-Amerikaanse gemeenschappen wantrouwiger zijn, en de politie niet meer in hun wijk dulden.

Amanda Jackson, uit het zuiden van Dallas, zegt: „Het grote probleem is dat er te veel én te weinig politie in de wijk is. Verkeerscontroles, fouilleeracties, die zijn er meer dan genoeg. Maar als je de politie belt omdat er in de straat geschoten wordt, dan komt de politie niet. Dat maakt mensen kwaad. Ze verliezen hun vertrouwen in de politie.” Zo krijgt de Afro-Amerikaanse gemeenschap het slechtste van twee werelden. Philando Castile werd vorige week doodgeschoten bij een verkeerscontrole.

Amanda en Marcus Jackson zeggen dat er veel meer geschoten wordt in hun straat. Het heeft één voordeel, zegt Marcus sarcastisch. Donderdag was hij bij de Black Lives Matter-demonstratie. Toen hij knallen hoorde, wist hij meteen dat het kogels waren.

Er rijdt een politieauto langs hun huis. Kijk eens goed naar de tekst op de auto, zegt Marcus. „Vroeger stond er: ‘To serve and protect’. Nu staat er ‘Serving since 1881’. Het beschermen van burgers noemen ze niet eens meer.”