Ideologisch gezien was Dallas-schutter juist geen ‘lone wolf’

Wil de beweging Black Lives Matter moreel overleven dan zal ze zich zo ver als mogelijk moeten distantiëren van dit geweld, stelt Stephan Sanders .

Illustratie Nate Beeler

De schutter in Dallas mag alleen hebben gehandeld, in ideologisch opzicht was hij geen ‘lone wolf’. Micah Xavier Johnson, de Amerikaanse veteraan die in Afghanistan diende en die donderdagavond vijf agenten doodschoot, kan zich beroepen op de revolutionaire traditie, waarin zelfverdediging achteloos overgaat in terreur, en waarin de enkeling het gewelddadige voorbeeld geeft om de ogen van de massa te openen.

De Rote Armee Fraktion had een koosnaampje voor de politie en voor al het andere kapitalistische tuig: ‘Schweine’. Dat lijkt verdacht veel op het lingo van de Black Panther Party, opgericht in 1966 tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de vermoorde Malcolm X: politieagenten waren ‘pigs’. Die militante zwarte beweging, opgericht om de zwarte Amerikaanse bevolking te trainen zichzelf gewapenderwijs te verdedigen, stierf een zachte, weinig heldhaftige bijna-dood, in de jaren zeventig. Maar de symboolwaarde van de Panthers bleef.

Er zit een perverse maar onmiskenbare logica in de terreurdaad van Johnson. Afro-Amerikaanse mannen lopen drie keer meer kans het slachtoffer te worden van politiegeweld dan hun blanke landgenoten. Dagelijks zijn er de intimidaties, die het best kunnen worden weergegeven door de bekende apocriefe wetsovertreding ‘driving while black’.

Het idee dat een militair getrainde, Afro-Amerikaanse man zijn wapen nu eens op de ‘binnenlandse vijand’ richt, is spijtig genoeg niet onvoorstelbaar. Obama verklaarde: „Niets kan deze zinloze moorden rechtvaardigen.” Dat is een bezweringsformule, omdat ook hij weet dat een klein deel van de Afro-Amerikaanse gemeenschap dat wel zal proberen.

Het is trouwens meer dan een cynische bijkomstigheid, dat sinds januari in de staat Texas weer openlijk wapens mogen worden gedragen – ook de halfautomatische AR-15, waarvan Johnson zich bediende. Daar hebben de plaatselijke Republikeinen zich hard voor gemaakt, alsof het ze nog is ingefluisterd door de Black Panthers.

Ondertussen is het één man gelukt, nee, niet om de Black Lives Matter beweging ‘zwart te maken’, maar wel suspect. Een kleine twee jaar terug werd de actiegroep in het leven geroepen, naar aanleiding van de gewelddadige dood door politiekogels in Ferguson van Michael Brown – een 18-jarige Afro-Amerikaan.

Sindsdien komt er geen einde – niet aan het politiegeweld en ook niet aan protesten. De schutter in Dallas kaapte de vreedzame demonstratie om er een gewelddadige twist aan te geven. Ik stel me zo voor hoe deze man zijn daad rechtvaardigt: dat zal niet zo heel veel anders zijn dan de RAF-leden vóór hem deden. Het volk heeft een ‘revolutionair moment’ nodig, geen woorden maar daden – en Micah Xavier Johnson heeft zichzelf aangewezen als de man van de actie.

Niets kan deze zinloze moorden rechtvaardigen, zei Obama. Dat zegt hij omdat sommigen dat wél zullen proberen

De dader wilde naar eigen zeggen vooral ‘blanke agenten’ neerschieten. Dat is wel zo handig, wanneer je eventueel nog een beroep wilt doen op een politieke achterban van boze Afro-Amerikanen. En toch zal de Black Lives Matter-beweging niet moeten vergoelijken, maar zichzelf zo ver mogelijk van deze terreurdaad moeten distantiëren, wil het protest zijn morele rechtvaardiging behouden.

De held van die treurige dag was ongetwijfeld de politiechef van Dallas, David Brown, zelf een Afro-Amerikaan: „We zijn diep geraakt. (…) Ik weet alleen dat dit moet stoppen, deze verdeeldheid tussen onze burgers en de politie.”

Daar sprak iemand met minstens twee petten op: de politieman en gezagsdrager, die het heeft over ‘onze burgers’ en die vijf collega’s moet begraven, en de Afro-Amerikaanse man, die weet hoezeer ook hijzelf, zijn kinderen, neven en nichten de kans lopen slachtoffer te worden van politiegeweld – gewoon, in de auto op weg naar de bowlingbaan met een haperend achterlicht.

Illustratie Paul Zanetti

Het zou wel zo overzichtelijk zijn wanneer alleen blanke agenten Afro-Amerikanen zouden neerschieten, maar dat is uiteraard niet zo. De Amerikaanse essayist Ta-Nehisi Coates beschrijft in zijn bestseller Between the world and me hoe zijn eveneens Afro-Amerikaanse studievriend sterft door de kogel van een agent van het beruchte, want meest schietgrage politiekorps, Prince George County, uit Maryland. Aanleiding: een onduidelijke verkeersovertreding, door de dienstdoende agent geïnterpreteerd als een ‘poging tot doodslag’. De dienstdoende agent en schutter: een Afro-Amerikaanse man.

Dit zijn de ingrediënten die de situatie in Amerika zo explosief maken: een land bomvol wapens, een land met een lange racistische traditie, een land met een gemilitariseerd politieapparaat en een land met een duidelijke, Afro-Amerikaanse onderklasse, die relatief vaak in de criminaliteitscijfers voorkomt.

Er valt hier geen onschuld te vergeven, van welke kleur dan ook: niet aan de politiekorpsen (blauwe onschuld), niet aan de Amerikaanse of Afro-Amerikaanse bevolking als geheel (witte en zwarte onschuld) en zeker niet aan Amerika als ‘land of the free’ (de rood-wit-blauwe onschuld van de Stars and Stripes).

Er is alleen het Amerikaanse Probleem.

Stephan Sanders is schrijver en columnist.