Agenten en burgers in Dallas zijn gefrustreerd over elkaar

Agenten in Dallas hekelen de oorlog tegen de politie’. Maar burgers zeggen: ‘Als je ze belt omdat er geschoten wordt in de straat, komen ze niet.’

Foto Reuters / Carlo Allegri

Buiten bij het hoofdkwartier van de vakbond Dallas Police Association hangt de vlag halfstok. Binnen zitten agenten van het politiekorps in Dallas aan lange tafels, donuts en koffie voor zich. De sfeer is half moedeloos, half gezellig. „Dit politiekorps is hechter dan een familie”, zegt Monte Petersen. „We gaan deze dagen nooit dicht, de collega’s blijven maar langskomen.”

Monte Petersen werkt voor de politievakbond, sinds hij kortgeleden met pensioen is gegaan. Hij was 29 jaar agent in Dallas. Sinds donderdag zit Petersen, een forsgebouwde man met snor, onophoudelijk op kantoor, en te chatten in de besloten Facebook-groep van de politie in Dallas. „Iedereen voelt dezelfde frustratie. Agenten krijgen niet de waardering die ze verdienen. Het is gevaarlijk en moeilijk werk.”

De dood van vijf agenten van het korps, afgelopen donderdag, was volgens Petersen een overbodige herinnering daaraan. Hij laat een tekening aan de muur bij de ingang zien, met negen agenten die in de jaren tachtig werden vermoord. Iedere agent die de vakbond bezoekt, ziet deze gezichten. „Het is nooit anders geweest. De dood ligt hier altijd op de loer.”

Petersen verwoordt een gevoel onder veel agenten in Dallas. Er leeft een diep besef dat de buitenwereld de politie wantrouwt. Beschuldigingen van racisme, vooroordelen of buitensporig geweld verwerpen ze. Ze doen wat ze moeten doen. En het zijn juist zij, de agenten, die gevaar lopen.

Er is een ‘war on cops’ gaande, vinden veel agenten. De moordpartij van Micah Johnson, die het op blanke agenten had gemunt, is daar een nieuwe illustratie van. Petersen: „Incidenten worden uitvergroot, zijn meteen landelijk nieuws. Ik handhaafde altijd de orde door football te spelen met lastige jongens op straat. Er is een sfeer gecreëerd dat wij alleen maar vuurwapens trekken.”

Slapen bij oma? Verdacht

In het zuiden van Dallas, in een buurt die als onveilig bekend staat, wonen Marcus en Amanda Jackson. Het jonge echtpaar weet wat ‘racial profiling’ is. Marcus en Amanda kunnen het zelf vergelijken. Hij is Afro-Amerikaans, zij is blank. „Ik word regelmatig staande gehouden. Amanda nooit.” Amanda: „Terwijl ik de enige ben die af en toe softdrugs haalt.”

Marcus: „Ik ben laatst van de weg gehaald. Zaklantaarn in mijn gezicht, norse agent. Ik vroeg: ‘Wat heb ik gedaan?’. Hij zei: ‘Daar kom ik nog wel achter.’” Marcus werd gefouilleerd en had 400 dollar in zijn broekzak. De agent pakte het geld af, en hij heeft het nooit meer teruggezien, zegt hij.

Marcus is voorzichtig geworden. Wat moet hij bijvoorbeeld zeggen als ze vragen waar hij woont? Zijn huis staat in een slechte buurt, dan denkt de agent: hm, slechte buurt. Verdacht. Daarom zegt Marcus vaak dat hij bij zijn oma slaapt, in een goede wijk van Dallas. Maar dan krijgt hij ook scheve gezichten: wat doet een zwarte jongen in zo’n goede buurt? Verdacht.

Ik vroeg: ‘Wat heb ik gedaan?’. De agent zei: ‘Daar kom ik nog wel achter.’

Twee jaar geleden schoot een agent in Ferguson de zwarte tiener Michael Brown dood op straat. Er volgden rellen, en een onderzoek waarin raciale vooroordelen aan het licht kwamen. Dit leidde tot grote politieke en maatschappelijke druk op de politie om te hervormen.

Sommige korpsen voerden hierop bodycams in, zodat gefilmd wordt wat agenten doen. Dat moest het vak transparanter maken, en agenten zouden zich misschien wel twee keer bedenken om het vuur te openen.

Zoon politiechef doodgeschoten

Het politiekorps van Dallas kwam met grote hervormingen. Politiechef David Brown, een Afro-Amerikaan, weet wat vuurwapengeweld is. Zijn 27-jarige zoon werd door de politie doodgeschoten, nadat hij zelf twee mensen had vermoord, onder wie een agent.

Brown zei al bij zijn aantreden dat de cultuur van de politie moet veranderen. Brown ontsloeg ruim zeventig agenten wegens wangedrag, en hij maakt die ontslagen altijd publiekelijk bekend. Hij bracht het aantal verkeersboetes met de helft terug. En het aantal schietpartijen waarbij agenten betrokken waren, nam sinds 2012 drastisch af. Brown is zo voortvarend, dat de Dallas Police Association hem wilde laten ontslaan – zonder succes.

Ondanks die veranderingen binnen de Amerikaanse politie werden in 2015 volgens een telling van The Guardian nog 1.146 mensen door agenten gedood. Dat zijn meer dan drie doden per dag. Afro-Amerikanen worden naar verhouding veel vaker gedood dan andere bevolkingsgroepen.

Dit jaar zijn er 569 doden geteld, vergelijkbaar met 2015 dus. Het aantal dode politieagenten daalde de afgelopen jaren overigens drastisch.

Politie trekt zich terug

De écht grote verandering lijkt te zijn dat de politie zich terugtrekt. Criminoloog Richard Rosenfeld constateert in een recent onderzoek dat het aantal moorden in de grote steden de laatste twee jaar sterk stijgt. In de grote steden, waaronder Dallas, nam het aantal moorden vorig jaar met 17 procent toe.

Dat is vreemd, want steden werden al decennia veiliger. Rosenfeld wijt dat aan het ‘Ferguson-effect’. Agenten durven zich na ‘Ferguson’ niet meer in moeilijke situaties te begeven, en laten zich minder op straat zien. Ten dele komt dat door angst om gefilmd te worden, en om viral te gaan. Een andere oorzaak kan volgens Rosenfeld zijn dat Afro-Amerikaanse gemeenschappen wantrouwiger zijn, en de politie niet meer in hun wijk dulden.

Amanda Jackson, uit het zuiden van Dallas, zegt: „Het grote probleem is dat er te veel én te weinig politie in de wijk is. Verkeerscontroles, fouilleeracties, die zijn er meer dan genoeg. Maar als je de politie belt omdat er in de straat geschoten wordt, dan komt de politie niet. Dat maakt mensen kwaad. Ze verliezen hun vertrouwen in de politie.”

„Het grote probleem is dat er te veel én te weinig politie in de wijk is.”

Zo krijgt de Afro-Amerikaanse gemeenschap het slechtste van twee werelden. De zware criminaliteit neemt toe, maar de repressie door de politie ook. Philando Castile werd vorige week in Minnesota doodgeschoten bij een verkeerscontrole. Hij was de jaren ervoor al tientallen keren van de weg gehaald. Alton Sterling, ook doodgeschoten, verkocht cd’s op straat.

Amanda en Marcus Jackson zeggen dat er veel meer geschoten wordt in hun straat. Het heeft één voordeel, zegt Marcus sarcastisch. Donderdag was hij bij de Black Lives Matter-demonstratie. Toen hij knallen hoorde, wist hij meteen dat het kogels waren. De mensen om hem heen dachten aan vuurwerk, en liepen rustig verder.

Er rijdt een politieauto langs hun huis. Kijk eens goed naar de tekst op de auto, zegt Marcus. „Vroeger stond er: ‘To serve and protect’ [om te dienen en te beschermen]. Nu staat er ‘Serving since 1881.’ Het beschermen van burgers noemen ze niet eens meer.”