Waar ik fout zat: mijn stondpunten

Een econoom die nooit van inzicht is veranderd, moet lang in de spiegel kijken. Daar klopt iets niet. Deze oproep van de nogal stellige columnist én Nobelprijswinnaar Paul Krugman aan collega-economen is terecht. Een wetenschapper die een leven lang gelijk heeft, onderzoekt die wel echt? Bij een semi-exacte wetenschap als de economie is dat een wezenlijke valkuil. Je kan je ingraven in dogma’s.

Waar ik fout zat. Elk jaar in de zomer probeer ik daar eerlijk over te zijn. Wat zijn mijn stondpunten? Taalkundige Wim Daniëls bedacht het woord en deed er in 2013 een oproep bij: laten we vaker praten over standpunten die we hebben verlaten, stondpunten dus. Als medicijn tegen het hameren op eigen gelijk. Er is niets mis met voortschrijdend inzicht.

Waar zat ik fout? Moeilijk. Er wordt wat afgetwijfeld op deze plek. Er zijn discussies waar ik nog steeds geen kant kies, maar wel opschuif. Is het ruimhartige geldbeleid van de ECB nodig (en moeten overheden investeren)? Ik denk steeds meer: ja. Dit zijn uitzonderlijke tijden en daar past uitzonderlijk beleid bij, ook al zie ik de immense nadelen (nieuwe zeepbellen en latere crises) ervan ook. We hadden beter de Europese banken rigoureus schoon kunnen vegen en van verse buffers voorzien.

Uit die uitzonderlijke tijden komt mijn echte stondpunt voort. Ik denk dat overheden in het Westen alles op alles moeten zetten om mensen zekerheid te bieden. Dat is een stondpunt omdat ik vond (en vind) dat we in elk geval in Nederland een ruimhartige verzorgingsstaat hebben, die best soberder kon en die door Rutte I en II echt niet is afgebroken.

Na 7 jaar crisis geven Nederlanders hun leven gemiddeld een 7,8. Ook laagopgeleiden, ook mensen in voorheen slechte buurten (die zijn opgeknapt) geven hun leven een hoog cijfer. Dat bleek uit het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau naar De sociale staat van Nederland. De kwaliteit van ons leven is hoog. Het is een immens compliment aan de mensen die in de jaren sinds de crisis onze kabinetten hebben bemand.

Maar de versoberingen hebben onzekerheid veroorzaakt. Mijn leven is nu goed, maar blijft dat wel zo? En die onzekerheid valt nu op een hele stapel andere onzekerheden. Ik heb vaak geschreven over de zorgelijke positie van werknemers in het Westen. De lonen staan onder druk, er is meer flexwerk, het aantal banen voor middelbaar opgeleiden krimpt. Werknemers lijken aan de verliezende hand, terwijl grote bedrijven bulken van het geld.

Dat is mede het gevolg van grote maatschappelijke en economische veranderingen: robotisering, arbeidsmigratie uit Oost-Europa, mondialisering, immigratie, de digitalisering van hele bedrijfstakken, de vergrijzing. We hadden een helder sociaal contract met onze cao’s, ontslagbescherming, pensioenfondsen en de verplichte afdracht van sociale premies. Dat sociale contract verandert, door economische krachten.

Daar moet een politiek antwoord op komen. Want dit is te veel onzekerheid. En echt niet alleen voor de verliezers van de mondialisering, voor iedereen die niet de hoofdprijs verdient. De financiële crisis heeft een bepaald basisvertrouwen in dat de autoriteiten en experts weten waar ze mee bezig zijn doen wankelen. Precies nu zijn economen hun wetenschap opnieuw aan het uitvinden. Er is fundamentele onenigheid én zelfonderzoek. De experts moeten weer even hun expertise vinden. Mag ik een klemmend beroep doen? Laat er ruimte blijven voor twijfel. Voor stondpunten en voortschrijdend inzicht alom. We zullen het nodig hebben.