Nexit-stemming kan via omweg

De Tweede Kamer stemde tegen een referendum zoals de Brexit. Maar er zijn andere mogelijkheden.

Dat Nexit-referendum komt er voorlopig niet. De dinsdag na de Brexit verwierp de Tweede Kamer met 124 tegen veertien stemmen een motie van PVV-leider Wilders waarin deze de regering opriep „alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk een referendum te houden over het Nederlandse EU-lidmaatschap”.

Maar deze afwijzing betekent niet dat de Nederlandse kiezer zich nooit zal kunnen uitspreken over het EU-lidmaatschap. De Kamer heeft slechts gezegd dat er geen referendum komt op dezelfde manier zoals in het Verenigd Koninkrijk. Maar de Nederlandse wet biedt sinds 1 juli vorig jaar wel de mogelijkheid een volksraadpleging via een omweg te organiseren. En dan is er opeens wel een Nexit-debat in Nederland.

Aangrijpingspunt voor degenen die Nederland willen laten vertrekken is de Wet raadgevend referendum die een jaar van kracht is. Deze wet vormde eerder de basis voor het Oekraïne-referendum waarbij een meerderheid zich uitsprak tegen het samenwerkingsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. Volgens de nieuwe wet, waarvoor het initiatief in 2005 werd genomen door Kamerleden van PvdA, D66 en GroenLinks, kan binnen vier weken nadat een wet in het parlement is aangenomen, een verzoek worden ingediend voor het houden van een raadplegend, dus niet bindend, referendum.

Cruciaal is dat geoordeeld kan worden over een wetsvoorstel. Dat is op dit moment voor de Europese Unie niet het geval. Maar de Brexit kan wel tot zo’n wet leiden. Als de Britten de scheidingsprocedure met de Europese Unie starten zal dit leiden tot een wijziging van het Europees Verdrag. In het verdrag wordt het Verenigd Koninkrijk op diverse plekken genoemd. Bij een vertrek wordt het land uit de tekst verwijderd. Voer voor juristen: is dit een wijziging die leidt tot een nieuw verdrag? Als dit het geval is, betekent dit dat het nieuwe verdrag door middel van een referendum aan de kiezers kan worden voorgelegd. Wie voor vertrek van Nederland uit de EU is, vraagt om een referendum en stemt vervolgens tegen het verdrag.

Niet onbelangrijk: de referendumwet stelt dat de uitslag niet bindend is. De regering kan de uitslag negeren. Er ligt vanuit de Kamer het voorstel voor een verdergaand, want bindend correctief referendum. Hiervoor is een wijziging van de Grondwet nodig die met een meerderheid van tweederde in Tweede en Eerste Kamer aanvaard moet worden. In de huidige verhoudingen is deze meerderheid er niet.

In de politieke praktijk is de vraag bindend of niet-bindend overigens een theoretische. Het referendum uit 2005 waarbij een meerderheid van de kiezers op basis van een tijdelijke wet de Europese Grondwet afwees was niet verplichtend. Desondanks respecteerden de Tweede Kamer en het kabinet de uitslag onmiddellijk. Hetzelfde gebeurde bij het Oekraïne-referendum van eerder dit jaar. Premier Rutte probeert met zijn Europese collega’s een oplossing te vinden. Blijft deze uit, dan zal Nederland het Oekraïne-verdrag niet tekenen heeft hij al gezegd. Volgens de wet zou hij de uitslag echter gewoon kunnen negeren.

De vraag is of politici met een momenteel zo brisant onderwerp als de Europese Unie via een referendumcampagne de confrontatie met de kiezer aandurven. Jozias van Aartsen, burgemeester van Den Haag, durfde dit in 2005 in zijn tijd als fractievoorzitter van de VVD wel. Hij was toen voor een referendum over de Europese Grondwet. Na de negatieve uitslag en na zijn vertrek uit de Haagse politiek hebben zijn partijgenoten het referendumidee weer snel verlaten.

Ten onrechte, vindt Van Aartsen en verwijst naar het Liberaal Manifest uit 1995, het beginselprogramma van zijn partij. Hierin staat dat het referendum onder bepaalde voorwaarden mogelijkheid moet zijn. „Het vraagt om een volwassen discussie waarbij burgers serieus worden genomen. Je moet niet bang zijn voor hen. Je moet de boer op en goede argumenten hebben”, zegt Van Aartsen.

Maar hieraan ontbreekt het juist, vindt hij. „Een gepassioneerd verhaal van de premier of de minister van Buitenlandse Zaken over het nut van het Oekraïne-verdrag, heb ik gemist. Confronteer de kiezer met de gevolgen van zijn keuze. Maar voer geen campagne op de flodderige manier zoals nu gebeurt.”