Commentaar

Kamer moet splitsers dulden

De Tweede Kamer is donderdagnacht om half drie met zomerreces gegaan. Als het nu voorbije parlementaire seizoen met één woord moet worden geduid is dat verkruimeling. Weinig blijft onbesproken in de nationale volksvertegenwoordiging. Nederlandse Kamerleden hebben de onweerstaanbare neiging zich tot in het kleinste detail met zaken bezig te houden. Niet voor niets hoort dossierkennis tot de belangrijkste bagage van een minister of staatssecretaris om in de Kamer stand te houden.

Ook het nu voorbije parlementaire jaar heeft de Tweede Kamer er alles aan gedaan zijn reputatie als mierenkolonie te bevestigen, met wederom een lawine aan moties, vragen en spoeddebatten. Alleen al op de laatste vergaderdag werden er 221 moties ingediend. Dat een bemoeizuchtig parlement niet synoniem is voor een krachtig parlement bleek uit de parlementaire enquête naar het Fyra-debacle , die in oktober werd afgerond. Eén van de conclusies was dat de Tweede Kamer in het besluitvormingsproces rond de treinverbinding veel heeft geblaft maar nooit doorgebeten. Het is een constatering die helaas al veel vaker is gedaan.

Beleidsmatig gesproken heeft de Tweede Kamer politiek een relatief rustig jaar afgesloten. Niet verwonderlijk omdat alle grote hervormingswetsvoorstellen van het kabinet reeds een jaar geleden zijn afgehandeld. Eerder wringt nu de ‘beleidsstilstand’ die is ingetreden in afwachting van de komende verkiezingen. Zowel het pensioenstelsel als het belastingstelsel zijn bijvoorbeeld dringend toe aan vernieuwing. Maar binnen de huidige politieke verhoudingen zijn geen doorbraken te verwachten.

Die inertie geldt ook voor de studie naar het functioneren van het parlementaire stelsel. Donderdag hebben de voorzitters van Eerste en Tweede Kamer het kabinet eindelijk formeel gevraagd een dergelijk onderzoek per staatscommissie te verrichten. Te hopen valt dat de veranderde omstandigheden, zoals de veel sneller wisselende kiezersvoorkeuren en het mede door sociale media en digitalisering veranderde karakter van de representatieve democratie, het vastgelopen debat nieuw leven kunnen inblazen.

De Tweede Kamer heeft het parlementaire seizoen afgesloten met zestien fracties; dat zijn er als gevolg van afsplitsingen zes meer dan er na de laatste verkiezingen van 2012 hun opwachting maakten. Een commissie uit de Kamer stelt voor de zogeheten ‘zetelrovers’ in hun rechten te beperken door hun minder geld en spreektijd toe te kennen. Hoe begrijpelijk de irritatie ook is, dit is een heilloze weg. De Grondwet zegt dat Kamerleden individueel worden gekozen. Zij dienen dan ook in alle opzichten gelijk te worden behandeld.