‘I was booooorn in Louisiana........’

Van de legendarische 79-jarige gitarist en zanger Buddy Guy tot vocaliste en pianiste Diana Krall: de 25.000 bezoekers smulden.

Concert van Thundercat op North Sea Jazz 2016. Foto Andreas Terlaak

The Roots-drummer Questlove loopt een kwartier later dan gepland met zijn platentas op wieltjes door het publiek in de Tigris-zaal, om op het dakterras in het zonnetje het programma te openen met een dj-set. Hij start met het aan elkaar mixen van een blokje oppeppende klassieke soul- en funkmuziek. Superman Lover. Express Yourself. Why Can’t We Be Friends. Mr. Good Stuff.

De 25.000 bezoekers per dag op de 41ste editie van het driedaagse North Sea Jazz-festival liepen gisteravond zo van nostalgische klanken het experiment binnen. Eerst bracht Vintage Trouble stuwende retro-soul met knauwende gitaren en uithalende vocalen, met de strak in pak gestoken zanger Ty Taylor, die zich al zingend op de handen van het publiek door de Nile-zaal liet dragen. De legendarische 79-jarige gitarist en zanger Buddy Guy jammerde even later de blues met volle kracht door dezelfde zaal. „I was boooorn in Louisiana...”

Diana Krall was de eerste jazzvedette die aantrad. De vocaliste/pianiste bracht dit jaar een weeïg, weinig spannend popalbum uit met liedjes uit haar jeugd dat dit concert echter haast geen rol speelde. Krall bracht standards, vooral van componist Irving Berlin: een mooi geslepen versie van How Deep is the Ocean en Let’s Face the Music and Dance. Haar solo uitgevoerde Joni Mitchell-cover A Case of You was een prettige uitzondering; even ontsnapte ze uit dat traditionele harnas.

Ook experimentele acts

North Sea Jazz presenteerde met de artiesten uit de Brainfeeder-stal ook prominent een aantal experimentele acts die zowel popmuziek als jazz nadrukkelijk vooruitstuwen. De Nederlandse producer Mitchel ‘Jameszoo’ van Dinther imponeerde met zijn kwintet, een groep ingenieuze muzikanten dat op inventieve ritmes heel subtiel schakelde van swingend naar hoekig, van aanzwellend naar kalm, van piepend draaien aan knoppen naar jazzy drumfills.

Na labelgenoot Thundercat was het tijd voor de ster van het label: Kamasi Washington met het deze avond toch al drukke Metropole Orkest, dat eerder al aantrad voor de vruchtbare en Grammy Award-winnende samenwerking met fusionband Snarky Puppy. Samen met jazzrevelatie Kamasi Washington had dat nog spannender moeten worden. Helaas verzopen de details in een muur van geluid waarin het orkest nauwelijks te onderscheiden was en Washington zelf te terughoudend was, zeker voor een headliner van zijn formaat.

Soepeltjes, lenig en met schwung belichtte de Konrad Koselleck Bigband het leven van de man wiens naam verbonden is aan de belangrijkste Nederlandse jazzprijs van het jaar, Boy Edgar. Zijn geschiedenis werd met verve verteld door Vincent Bijlo en er waren sprankelende uitvoeringen van stukken zoals Edgar’s in de oorlog verboden compositie Ratten op de Trap met een solo voor Floris van der Vugt op sax. De grote, nog levende legendarische jazznamen ontbraken nog op de vrijdagavond van North Sea Jazz – die staan later dit weekend op het programma.