Hoge cijfers uit een potje

Scholieren slikken soms pillen om hun leerprestaties te verbeteren. Ook al hebben die weinig effect.

Illustratie Inge Trienekens

Je cijferlijst opkrikken door een pilletje te slikken? Een flink aantal scholieren en studenten geeft toe dat wel eens te proberen. Enquêtes geven aan dat 5 procent van de universitair studenten, tot wel 20 procent van de middelbare scholieren zich daaraan bezondigt. Ze nemen dan een tabletje methylfenidaat of modafinil, geneesmiddelen die ze illegaal verkrijgen van derden. Methylfenidaat (ook wel ritalin genoemd) is een middel dat meestal wordt voorgeschreven bij ADHD, modafinil is een middel dat bedoeld is om de vergeetachtigheid bij alzheimer tegen te gaan.

In Nederland leidden de hoge innamecijfers die in 2015 uit een steekproef onder Utrechtse scholieren naar voren kwamen tot Kamervragen. In België gelastten universiteitsbestuurders een diepgaand onderzoek naar het gebruik van deze middelen door studenten. Promovenda sociologie Sara De Bruyn van de Universiteit van Antwerpen is daar momenteel mee bezig, maar ze heeft nog geen definitieve resultaten.

Vergeleken met Amerikaanse studenten lijkt het gebruik van stimulantia in Nederland en België nog niet zo algemeen. Maar dat kan komen omdat het tot nog toe onder de radar is gebleven. In de VS is veel meer onderzoek gedaan naar dit fenomeen. Daar worden gebruikscijfers gemeld die variëren van 5 tot wel 35 procent.

Het is ook niet makkelijk om goed zicht te krijgen op daadwerkelijk gebruik. Alle informatie die er is, komt van anonieme enquêtes. En die zijn niet betrouwbaar, omdat mensen ontbreken die al bij voorbaat niet wilden meewerken, en ook niet gegarandeerd is dat deelnemers naar waarheid antwoorden. Verder heeft de vraagstelling invloed op het resultaat. De een vraagt bijvoorbeeld naar het gebruik van stimulantia in het algemeen, een ander specifiek naar het gebruik van niet medisch voorgeschreven methylfenidaat, met als doel betere examenresultaten te halen. Uitkomsten van enquêtes zijn daarom slecht vergelijkbaar.

Aan de ritalin in Het Gooi

Vergeleken bij recreatief gebruik van drugs onder Nederlandse jongeren lijkt het gebruik van smart drugs ondergeschikt. Het gaat niet om dagelijks of regelmatig gebruik. Scholieren en studenten vertellen dat zij het voornamelijk tijdens de examenperiodes slikken, als de prestatiedruk op zijn hevigst is. Een niet-representatieve steekproef werd – als profielwerkstuk – uitgevoerd door leerlingen Sophie van Dongen en Malouke van Nunen van het Comenius College in Hilversum. Zij lieten zien dat jongeren in Het Gooi in hun eindexamenjaar fors meer ritalin slikken. En dubbel zo vaak door havo-eindexamenkandidaten (33 procent) als door vwo-eindexamenkandidaten (17 procent), en meer door meisjes dan door jongens. Leerlingen die oneigenlijk ritalin gebruikten, rookten vaker en gebruikten ook vaker alcohol en andere drugs.

Heeft het zin? Helpen smart pills wel echt bij het opzuigen en vasthouden van de leerstof? „Je wordt er in ieder geval niet ineens slimmer van”, zegt onderzoeker De Bruyn. „Wie altijd onvoldoendes scoorde gaat er niet ineens negens door halen.”

Veel onderzoek naar het effect van deze stimulantia op het functioneren van gezonde mensen komt uit het Amerikaanse leger. Het doel daarvan was om te zien of piloten en soldaten onder extreme omstandigheden beter zouden functioneren door het gebruik van stimulerende middelen. Beter leren was daarbij niet het doel. Uit dat onderzoek blijkt dat stimulantia slechts een beperkt strategisch voordeel brengen: vermoeidheid kan erdoor bestreden worden, maar tegelijk neemt agressiviteit toe. Dat betekent minder controle.

Er is ook geen duidelijk zicht op welke dosis van zulke middelen effectief is. Wie te veel stimulantia slikt kan niet slapen en loopt het risico te vermoeid te zijn als het tentamen gemaakt moet worden. „Als er al een effect is op het leren, dan is het vooral het langer kunnen volhouden van studeren”, zegt De Bruyn. „Mogelijk hebben sommige studenten die het gebruiken inderdaad een lichte vorm van ADHD, waardoor ze zich met zo’n pilletje op daadwerkelijk beter zouden kunnen concentreren. Het kan echter ook puur een placebo-effect zijn.”

Volgens de opiumwet

Scholieren of studenten lenen of kopen de medicijnen van elkaar. Uit enquêtes blijkt dat weinigen beseffen dat dit volgens de opiumwet net zo strafbaar is als de handel in cocaïne. Anderen proberen hun arts te verleiden tot het stellen van een psychiatrische diagnose om de middelen te bemachtigen, maar soms blijkt dat huisartsen ook bereid zijn het voor te schrijven om ‘examenstress’ te verlichten. Dat is de therapeutische vrijheid van de arts. Hoe vaak dit gebeurt, is niet goed onderzocht.

Een andere vraag is of het gebruik van stimulantia op school of op de universiteit ‘oneerlijk’ is. Daarover zijn de meningen van wetenschappers verdeeld, vertelt De Bruyn. Tegenstanders spreken van breindoping, een verwijzing naar de sport waar het gebruik van doping als vals spelen geldt.

Maar anderen vinden het juist normaal en geoorloofd om te proberen je prestaties te verbeteren. Dat zou dan het beste in alle openheid kunnen gebeuren, zodat het onder medisch toezicht kan plaatsvinden. „Ikzelf probeer in deze discussie neutraal te zijn”, zegt De Bruyn, „zo lang het onderzoek nog loopt.”