Commentaar

Harde les van Dallas: de staat komt geweldsmonopolie toe

President Barack Obama zocht vrijdag naar de juiste woorden om de schietpartij in Dallas, donderdagavond, te wegen en af te keuren. Inmiddels heeft dat zoeken naar woorden door de Amerikaanse president na alweer een bloedbad de trekken van een trieste routine gekregen. De eerste conclusie moet dan ook zijn dat de reeks van gewelddadige incidenten in de Verenigde Staten bij elkaar genomen een structureel karakter hebben gekregen. Uitzonderlijk is alleen dat donderdag bij één gebeurtenis vijf agenten zijn gedood en zes anderen gewond zijn geraakt. Maar wat eraan vooraf ging, was het doden door de politie van gekleurde burgers – dit keer in Louisiana en Minnesota. Dat de sluipschutters die donderdagavond agenten op de korrel namen, die een vredige demonstratie tegen excessief politiegeweld begeleidden, dit mogelijk deden uit wraak kan duiden op een begin van verdere escalatie. Zeker is dat nog niet, omdat op dit moment de motieven van de daders niet duidelijk zijn. Volgens lokale media zou een gearresteerde aanvaller tegen de politie verklaard hebben dat hij als reactie op het recente politiegeweld tegen Afro-Amerikaanse burgers, witte mensen wilden neerschieten en dan met name witte politiemensen.

Of dit het werkelijke motief is achter het incident valt te bezien. Zeker is wel dat in de multiculturele VS een racistisch gemotiveerde geweldsspiraal uit alle macht dient te worden voorkomen.

Dat lijkt een bijna onmogelijke zaak in een land waar de brandstof voor een dergelijk scenario hoog ligt opgestapeld. Dan gaat het om jarenlange achterstelling, uitzichtloze armoede en achterstallig sociaal onderhoud. Vaak speelt onverbloemd racisme een rol. Voeg daarbij het in de meeste Amerikaanse staten in Europese ogen veel te liberale Amerikaanse beleid rond wapenbezit, en de explosieve cocktail is gereed.

Het indammen van het wapenbezit is hét programmapunt waar Obama heeft gefaald. Dat wil zeggen: hij is er onvoldoende in geslaagd medestanders te vinden in het Amerikaanse Congres.

Het valt te hopen dat ‘Dallas’ de beide kampen van Republikeinen en Democraten die zich op dit moment voorbereiden op de slotfase van de verkiezingscampagne dit najaar tot bezinning brengt: dit thema van binnenlands racistisch geweld verdient serieuze oplossingen. Dat gaat om verbetering van onderwijs, vergroten van kansengelijkheid; zeg maar de softe agenda van Bernie Sanders. Maar het gaat ook om het geweldsmonopolie: dat moet in handen zijn van de politie. Maar dat werkt alleen als burgers in beginsel dus niet over vuurwapens beschikken.