Genmuis wordt superruiker

Muizen die explosieven en smokkelwaar opsporen. Of helpen bij de diagnose van ziektes die een typerende geur afgeven (zoals Parkinson). Dit hoort volgens een groep moleculair biologen allemaal tot de mogelijkheden nu ze erin zijn geslaagd muizen te maken die in de zenuwcellen in hun neus heel veel van één bepaalde geurreceptor aanmaken. Die muizen werden op slag heel gevoelig voor de geur die aan die receptor bond. Het onderzoek is gepubliceerd in Cell Reports (7 juli, online).

Muizen hebben maar liefst 1.200 genen voor even zoveel verschillende geurreceptoren – mensen hebben er 350. Maar het is lastig te achterhalen welke receptor specifiek voor welke geuren gevoelig is. En buiten het lichaam laten deze receptoren zich niet kweken.

De nu gepresenteerde techniek kan een oplossing bieden. De onderzoekers, allen verbonden aan Amerikaanse instituten, maakten transgene muizen die in 4 tot soms wel 25 procent van al hun reukzenuwcellen één bepaalde geurreceptor aanmaakten. Normaal ligt dat percentage op slechts 0,1.

De onderzoekers testten de techniek met een geurreceptor van zowel een muis als een mens. De transgene muizen waren een stuk gevoeliger geworden voor de geuren die aan deze receptoren bonden. „Tot wel honderd keer gevoeliger”, zegt Charlotte D’Hulst, eerste auteur van het artikel en onderzoeker aan de City University van New York. Ze heeft met collega Paul Feinstein een start-up rond deze techniek opgericht. Ze willen onder meer voor alle menselijke geurreceptoren een muis maken. „Zodat we de code van de menselijke reuk eindelijk kunnen ontrafelen.”