Op een zelfgebouwd vlot de Amerikaanse rivieren af

Niet de bestemming maar de reis is het doel. Diederick Kraaijeveld (52) zakte vorig jaar twee Amerikaanse rivieren af op een zelfgebouwd piratenvlot.

‘Als kind wilde ik Tom Sawyer zijn. Met hulp van mijn moeder maakte ik van twee oude spijkerbroeken net zo’n tuinbroek als hij droeg. Ik liep daar dagen in rond en dan was ik Tom Sawyer.

„Het was dus een soort thuiskomen voor mij toen ik veertig jaar later bevriend raakte met Butch, een man die in the middle of nowhere in Alabama woont en altijd een tuinbroek draagt.

„Twee jaar geleden bezocht ik hem met mijn Nederlandse vrienden Niek en Gideon en maakten we met de auto een tocht naar de Golf van Mexico. Daar zaten we ’s ochtends heel vroeg aan de oever van de Apalachicola rivier, toen er een boomstronk voorbij kwam drijven. Dat bracht Butch op een lumineus idee. Hij zei: ‘we zouden deze tocht ook drijvend kunnen maken. Laten we volgende zomer zelf een vlot bouwen en daarmee de Chattahoochee- en Apalachicolarivier afzakken naar de Golf van Mexico’.

„Het was alsof een jongensdroom werkelijkheid werd. Want Tom Sawyer zakte ook met een vlot de rivier af.

„Butch, Niek en ik zijn alle drie kunstenaar en we werken alle drie met gebruikt materiaal. Met een oude pontonboot als basis bouwden we een prachtig piratenvlot van sloophout en delen van een oude pick up truck. Een paal uit een stripclub werd de mast. Gideon, die cameraman is, ging de reis filmen.

„Het was spannend of het vlot wel zou blijven drijven, dus we probeerden het eerst uit op een meertje. Dat ging goed, dus we durfden het aan.

„Het plan was onderweg rommel uit de rivier verzamelen en daarvan kunstwerken maken, zodat het vlot een drijvende galerie zou worden. Maar de eerste dagen waren we vooral bezig te zorgen dat we niet kapseisden en voor zonsondergang een geschikte kampeerplek te vinden. Toen we dat eenmaal een beetje onder de knie hadden, bleek de rivier opeens heel schoon. Veel kunst hebben we niet gemaakt. Maar we beleefden wel een mooi avontuur. Ik zal nooit vergeten hoe we aan het einde van de dag aanlegden aan strandjes waar voor ons gevoel nog nooit iemand was geweest, een kampvuur maakten en de zon zagen ondergaan. We sliepen op het bovendek van het vlot, want er zaten wel beren in het gebied.

„Die beren lieten zich gelukkig niet zien. We hebben ook geen kennis gemaakt met bijtschildpadden of alligators. Maar ze waren er wel degelijk, want we kregen onderweg foto’s doorgestuurd van jagers die in de buurt een zes meter lange alligator hadden geschoten. Ik had bovendien een ontmoeting met een zwarte weduwe-spin, die in een mooi stuk sloophout zat dat ik enthousiast oppakte op de oever van de rivier. Tja, je kunt op gevaren anticiperen, maar ze kunnen in het kleinste hoekje zitten.

„Onderweg bleek Butch toch iets minder verstand van navigeren te hebben dan ik dacht. In het begin zijn we bijna verdwaald. Dat was even stressen. Hij was onze kapitein. Hij is zo één met de natuur dat ik er alle vertrouwen in had dat hij ons veilig over die driehonderd kilometer naar de Golf van Mexico zou loodsen.”

„Butch en ik bleken bovendien totaal verschillende karakters te hebben. Ik ben een extreme planner. Ik had bijvoorbeeld van te voren al gekeken of we wel bereik zouden hebben en ik was tijdens de tocht ook erg bezig met dat soort dingen. Ik dacht: ik wil wel het einde van de reis halen en niet ergens stranden of zinken.

„Butch’ houding was juist er een van: we zien wel. Daar hadden we strijd over. Maar gedurende de acht dagen dat onze tocht duurde, leerde ik iets meer los te laten. Dat was een belangrijke les, waarvan ik niet had verwacht dat ik die op mijn 51ste nog zou leren.

„Er zijn mensen die mij vragen: wat was nou eigenlijk het verdienmodel van die hele onderneming? Dan leg ik uit: de winst is een onvergetelijk avontuur. Ik heb altijd geloofd dat je moet meegaan met mooie dingen die op je pad komen. En die overtuiging is door die tocht over de Chattahoocheerivier nog veel dieper geworden.”