Column

Die kokosolie is echt niet zo duurzaam

Ik heb nu drie vriendinnen die geen shampoo meer gebruiken en hun haren alleen nog maar insmeren met spullen uit het keukenkastje: azijnzuur, baksoda, kokosolie.

Twee van de drie doen dat omdat ze het „onlogisch” vinden om een paar keer per week alle natuurlijke vetten uit je haar te wassen om het daarna met conditioners en andere haarproducten weer terug te smeren. Verder beweren ze dat ze minder haarpluis hebben, hun haar minder futloos is en hun hoofdhuid uiteindelijk ook minder talg gaat produceren. Die vicieuze cirkel moest maar eens afgelopen zijn. Deze vriendinnen leren hun haren een lesje.

Mijn primaire reflex is dan: iets uitleggen over de chemie van zeep. Over hoe viezigheid in vet zit. Over hoe de hydrofobe en hydrofiele delen van zeepmoleculen zorgen dat het vet oplost en de membranen van bacteriën ook. En hoe je daarmee je haar en je huid en je servies en je kleding schoon krijgt. Maar terwijl ik naar mezelf luister, realiseer ik me hoe irrelevant het allemaal is. Dit gaat helemaal niet om scheikunde. Hygiëne, geur, vette haren en wat we mooi vinden zijn diep cultureel bepaald.

Als er één bedrijf een passende naam heeft, is het wel Rituals. Onze ochtendsessies in de badkamer zijn één groot ritueel, een soort kerkdienst in je eentje. We smeren onze huid in met lotions vol voedingsstoffen, mineralen, groente en fruit, diamantgruis of parelextract. Shampoo of geen shampoo, het maakt geen donder uit. Wie zegt dat het ‘logisch’ is liegt. Er zit geen enkele logica in.

Cosmeticabedrijven geloven dat er wel logica in zit. Althans, dat beweren ze. Een bedrijf als L’Oréal spendeerde in 2015 bijna 800 miljoen euro aan onderzoek en innovatie. Dat is iets meer dan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) in totaal in Nederland aan wetenschappelijk onderzoek uitgaf. Kijk je naar de ongeveer 500 patenten, dan zitten ze vooral in de zware chemie: moderne nagellak, haarverf en mascara zijn stuk voor stuk chemische hoogstandjes.

Maar ze doen ook stamcelonderzoek. Niet om kanker te onderzoeken, of dementie, of auto-immuunziekte, maar om te kijken welke stofjes huidcellen aanzetten om opnieuw jong te worden. Dat is extra ingewikkeld, want die stofjes moeten aan meer voldoen dan alleen actief zijn in de cellijnen van het laboratorium. Ze moeten bij voorkeur ook aanwezig zijn in rozenblaadjes, perzikpitten, jasmijnextract en komkommerplakjes, zodat ze het een beetje leuk doen op de verpakking. Dat krijg je ervan als je in de academie smijt met doctoraten. Die promovendi komen terecht in de industrie waar ze op wetenschappelijk verantwoorde wijze gaan proberen rozenblaadjesextract in een haarspray te stoppen.

Het shampooloze bestaan draait niet alleen om futloos haar. Eén van die 2drie vriendinnen heeft shampoo afgedankt omdat ze haar ecologische voetafdruk tot nul wil reduceren. Ze vangt haar douchewater op in een putje om er later de WC mee door te spoelen. Ze maakt haar eigen deodorant, ze gebruikt recyclebare wattenschijfjes en ze wast haar haar met een emulsie op basis van kokosolie. Zorgvuldig weegt ze de ingrediënten af in haar keuken, ondersteund door een hele online gemeenschap die allemaal hetzelfde doel hebben. Alles moet natuurlijk, want natuurlijk staat natuurlijk gelijk aan milieuvriendelijk en duurzaam. Ook als er kokosnoten van plantages in Indonesië moeten worden verscheept, is dat nog altijd beter dan dat lijstje griezelige chemische namen.

Nu is „de aarde redden van de ondergang” zonder meer een sympathieker doel dan „minder haarpluis”. Maar het komt ook met meer verantwoordelijkheid. Zeep is nu niet bepaald een milieuramp en wordt al sinds jaar en dag hyperefficiënt uit het afvalwater verwijderd. Sterker nog, als er één industrie verantwoordelijk was voor een enorme milieubesparing, dan waren het wel de zeepproducenten. Zij introduceerden enzymen in wasmiddel die bij lage temperaturen actief waren. Gevolg: al dat waswater hoefde niet meer tot 90 graden te worden verwarmd, maar tot 30 of 40 graden. Zo zie je maar: promovendi in de industrie zijn niet altijd bezig met rozenblaadjes. Soms helpen ze de wereld een stap verder.

Nu weet ik niet of het duurzamer is om je haar met kokosolie in te smeren of met shampoo. Maar ik weet wel dat we geen rituelen kunnen gebruiken als het gaat om duurzaamheid. Dan hebben we logica nodig. Er zijn in de komende jaren een aantal enorme innovaties nodig om de vervuiling en opwarming van de aarde tegen te gaan. Die innovaties komen niet van technologieschuwe huisvrouwtjes, maar van ingenieurs en biotechnologen, van de academie en de industrie. Onze taak als burgers is om genoeg te blijven aandringen.