Cristiano, een leider ondanks zichzelf

Cristiano Ronaldo speelt zondag met Portugal in de finale tegen Frankrijk. Een superster die zowel bewondering als irritatie oproept.

Foto Martin Bureau/AFP

In haar boetiek ‘CR7’ op Madeira kon Elma Aveiro een zucht niet onderdrukken. Zichtbaar weinig trek in de zoveelste journalist voor de zoveelste reportage over haar broer, maar vooruit. Ja, ze was zo trots op Cristiano Ronaldo, tuurlijk. De eenvoudige komaf, de armoede, de verhuizing naar de jeugdopleiding van Sporting, ver van zijn geboorte-eiland Madeira op het vasteland, toen Ronaldo pas dertien was. Een leven als een melodrama. „Die eenzaamheid heeft zijn persoonlijkheid gehard”, zei Elma. „Hij moest het doen zonder ons, ver weg in Lissabon. Maar hij heeft nooit opgegeven, al huilde hij heel veel. Wij ook trouwens.”

Deze krant sprak Elma eind december 2013, enkele weken voordat broer Cristiano Ronaldo door de voetbalwereld weer erkend werd als ’s werelds beste met het toekennen van de Gouden Bal. Die kwam hem toe dat jaar onder meer na een daverende hattrick tegen Zweden in de play-offs waarmee kwalificatie voor het WK 2014 met Portugal werd veiliggesteld. Na vier jaar Lionel Messi was de Portugees zijn rivaal weer eens de baas in hun prestigestrijd. Het deed hem bijzonder veel, deze ultieme waardering voor individuele verdiensten in de teamsport voetbal. Hij barstte in tranen uit op het gala in Zürich. „Niet alleen vanwege de prijs”, zou Ronaldo later zeggen, „maar ook vanwege de vele jaren dat ik heb gevochten om de beste te zijn. Ik verdiende het.”

Wanneer werd Ronaldo, geboren egoïst op het veld en rolmodel voor de zelfzuchtigen, eigenlijk een leider? Misschien wel toen hij die Gouden Bal won en tenminste voor minimaal een jaar bevrijd werd van zijn obsessie met Messi, zijn tijdgenoot, de veelvraat van Barcelona. Ploeggenoten bij Real Madrid zagen Ronaldo veranderen na deze langverwachte prijs. Bevrijd. Bereid tot nuttige meters maken voor het team. Hij bleef scoren als op commando maar kreeg ook meer oog voor ploeggenoten. „Hij was altijd wat onberekenbaar, maar is langzaam aan tot rijping gekomen”, aldus Real-middenvelder Xabi Alonso in de Ronaldo-biografie van de Spaanse auteur Guillem Balague.

Prima donna

Zijn imago is dat van de prima donna van het voetbal. Zijn status is die van de grootste galáctico van Real Madrid. En tot voor kort was hij de wat dolende leider van een Portugees elftal dat maar steeds niet verder kwam dan de halve finales op een eindtoernooi. Tot dit EK dus.

Ronaldo (31) speelt zondag de finale van het EK tegen Frankrijk, in Stade de France in Saint-Denis. Zijn carrière zou nagenoeg af zijn als hij wint. Dat Portugal ooit nog wereldkampioen wordt zal niemand verwachten, maar het Europees kampioenschap heeft een grilliger, meer onvoorspelbaar verloop. Het kan zondag zomaar Ronaldo’s grootste triomf worden als aanvoerder van een tamelijk kleurloos nationaal elftal. Hijzelf trouwens is ook niet meer zo dwingend als vroeger, maar de goals komen altijd.

Ronaldo’s EK in Frankrijk is een boeiend ontwikkelingsproces geweest. Een soort samenvatting van zijn carrière waarin theatraal jammeren bij groots falen naadloos overloopt in schitterend succes en narcisme. Het ging van de hoon in de groepsfase na het duel met IJsland (1-1), dat hij een „kleine mentaliteit” verweet, via een gemiste penalty tegen Oostenrijk (0-0) naar een spektakelstuk tegen Hongarije (3-3), met een miraculeuze goal vanachter het standbeen. En dan weer zo’n achtste finale tegen Kroatië die niet om aan te zien was.

Zijn afzondering tijdens de penaltyserie tegen Polen in de kwartfinale – terwijl de andere Portugese spelers in de middencirkel schouder aan schouder stonden – leek op het eerste gezicht weer zo’n typische egotrip van de megavedette. Maar dan blijkt uit andere beelden weer dat Ronaldo juist toen als een bezetene meeleefde en zijn aarzelende teamgenoot João Moutinho moed insprak voor zijn strafschop. „Als we verliezen, se foda (schijt eraan)”, sprak Ronaldo. Dat zal hij, de meedogenloze winnaar, niet menen. Maar vermoedelijk waren het precies de woorden die je wil horen van je aanvoerder vlak voor je naar de strafschopstip wandelt. En Moutinho schoot raak.

Met zichzelf bezig bij Manchester

„Vond ik mooi om te zien”, zegt René Meulensteen, techniektrainer van de jonge Ronaldo destijds bij Manchester United. „Mij is vaak gevraagd of hij zich nog kon door ontwikkelen als voetballer. Ik zei dan altijd: ‘Alleen als hij zich als mens verder ontwikkelt.’ Bij Manchester hebben wij hem tot zijn 24ste gehad; hij was toch vooral veel met zichzelf bezig. Daarna is er natuurlijk van alles gebeurd met hem. Hij is vader nu, wat altijd verantwoordelijkheidsgevoel met zich meebrengt. Hij is echt de aanvoerder van Portugal, meer dan ‘gewoon’ de beste speler. Hij heeft zijn leiderschapskwaliteiten ontwikkeld en gaat zijn troepen vooruit. Hij nam tegen Polen zelf de eerste, terwijl je bij hem zou verwachten dat hij de vijfde penalty, de beslissende, neemt.”

Portugal staat dus in de finale, na vijf keer een gelijkspel in reguliere speeltijd en in de halve finale een 2-0 overwinning op Wales. Die zege werd door Ronaldo afgedwongen met een kopbal die qua timing en sprong de perfectie benaderde. Hij sprong ruim 70 centimeter hoog, was 0,85 seconde los van de grond om de bal met ruim zeventig kilometer per uur tegen het net te rammen. Weergaloos.

Een leider dus, maar ook een karikatuur. Onovertroffen in de aanstellerige weeklacht. Veel bespot maar vooral benijd, bewonderd. Ronaldo fascineert: zijn uitdagende aard, zijn androïde voorkomen, zijn exhibitionisme, zijn solipsisme. In de beeldcultuur van het voetbal is hij de zelfverheerlijking zelve. Na de metroseksueel David Beckham kwam de ‘spornoseksueel’ Ronaldo, schreef de Britse journalist Mark Simpson, bedenker van beide termen. Sporno? ‘Een sporter die actief de status van seksobject nastreeft in een postmetroseksuele, gepornoficeerde wereld’, schreef Simpson.

Hunkering naar liefde

Zou het? In de onlangs verschenen biografie Cristiano Ronaldo, niet geautoriseerd, wordt door de auteur een poging gedaan het seksleven van de stervoetballer te duiden. Balague schrijft: „Ik heb de indruk – mijn eigen theorie, ik heb het er met meerdere psychologen over gehad – dat hij misschien veel seks heeft, maar diep vanbinnen hunkert naar oprechte liefde.” Ronaldo’s ter ziele gegane relatie met model Irina Shayk wordt door psycholoog Peter Collett in het boek zelfs als ‘meer voor de bühne’ afgedaan. „Knip haar van een foto af waar ze samen op staan en je hebt niet in de gaten dat iemand ontbreekt.”

Op zijn twintigste verloor hij zijn altijd al grotendeels afwezige vader Dinis aan de drank, ook broer Hugo kent een verslavingsgeschiedenis. Moeder Dolores is de spil in zijn leven, zijn zussen de stabiele factoren. Het zou allemaal zijn weerslag hebben gehad op zijn persoonlijkheid, zijn karakter met alle gebreken van dien.

Ronaldo’s eerzucht bracht hem tot enorme hoogten. Meulensteen: „ Hoeveel grote spelers zouden de handdoek niet hebben gegooid als je naast Messi steeds maar weer als net de mindere wordt neergezet? Cristiano trainde altijd maar door. En altijd fit gebleven, zo knap.” Ronaldo kan verbijsterende statistieken overleggen die eigenlijk maar door één man geëvenaard worden: Messi. In de woorden van Meulensteen: „Hij is de ultieme afmaker geworden in plaats van de voetballer die altijd het ultieme doelpunt wilde maken.” In de afgelopen zes seizoenen bij Real Madrid maakte hij steeds meer dan vijftig doelpunten per jaargang, absurd.

In de biografie over Ronaldo concludeert psycholoog Collett op basis van talloze beelden van Ronaldo’s gedrag dat de Portugese vedette andermans succes niet kan vieren. „Zijn ‘hugs’ duren maar kort en gaan vaak niet verder dan stevige schouderkloppen.” Dat hij niet juicht om goals van ploeggenoten „is een manier om zichzelf te straffen en om zijn irritatie te tonen dat hij op dat moment zijn teamgenoot niet kan evenaren”.

Misschien gaat het Ronaldo inderdaad allemaal om hemzelf. Het zal heel Portugal zondag worst wezen als hij het land de EK-titel brengt. Als we verliezen, schijt eraan? Tuurlijk niet. Ooit was hij een iele knaap van Madeira die zo slecht tegen verliezen kon dat hij eens niet op kwam dagen toen zijn elftal tegen de beste club van het eiland moest. Geboren winnaar, nu ook leider van zijn ploeg. „Hij heeft altijd keihard getraind”, zei zus Elma in haar boetiek. „Hij wilde winnen, winnen, winnen. Want als je zo’n pijn hebt van verliezen, doe je er alles aan om niet meer te verliezen.”