Brexit duwt ook eurozone richting gevaarlijk terrein

De financiële onrust in het Verenigd Koninkrijk slaat over naar het Europese continent. Europese banken die toch al wankel waren komen nu nog meer in de problemen. Beleggers zoeken de vluchtheuvel op. Drie symptomen van de stress door de Brexit.

Het EU-referendum van 23 juni dreunt na op de financiële markten. De waarde van het Britse pond daalde afgelopen week tot de laagste koers sinds de mijnstakingen van 1985: onder 1,30 dollar. Zes Britse vastgoedfondsen verboden beleggers hun geld terug te halen uit de fondsen.

Minstens zo hevig zijn de trillingen op het Europese continent. Brexit maakt beleggers onzeker, over de toekomst van de Europese samenwerking en ook over het economisch herstel in Europa. Het effect op de financiële markten: vluchtgedrag. Riskante aandelen worden verkocht, veilige obligaties juist aangekocht.

Op deze drie manieren is het effect van het Brexit-referendum te zien.

1 Italiaanse banken wankelen

De aandelenkoersen van alle Europese banken kregen klappen na het referendum en de meeste banken, ook Nederlandse, hebben de verliezen nog niet goedgemaakt. Maar een bankencrisis dreigt maar in één land: Italië.

Italiaanse banken zijn niet bijzonder blootgesteld aan handel met het Verenigd Koninkrijk. Integendeel, de Italiaanse financiële sector is relatief nationaal georiënteerd. Wel vertoonden Italiaanse banken al voor het Britse referendum grote zwakheden. ‘Brexit’ kan voor enkele banken het laatste zetje naar de afgrond zijn.

In een jaar tijd is de koers van bank Monte dei Paschi di Siena, het ernstigste probleemgeval, gedaald met maar liefst 80 procent. Een aandeel in die bank is nu minder dan 30 cent waard, tegen 50 cent voor het referendum en 1,50 euro een jaar geleden. De aandelen van de grootste bank van Italië, Unicredit, waren een jaar geleden 6 euro waard, voor het Britse referendum 2,50 en nu 1,80.

Wat te doen? De Italiaanse premier Matteo Renzi wil Monte Paschi herkapitaliseren, maar hij loopt aan tegen de regels van de Europese bankenunie. Die staat alleen in laatste instantie toe dat banken met belastinggeld worden gered. De Italianen proberen nu via een speciaal fonds, door de banken gefinancierd maar opgezet door de staat, kapitaal in de banken te steken. Maar de Europese Commissie is beducht voor Italiaanse kosmetische constructies die in feite neerkomen op illegale staatssteun.

Een gehaat woord in Italië is bail-in, het leidende principe van de bankenunie. Als een bank op omvallen staat, moeten eerst aandeelhouders en obligatiehouders verliezen nemen. Maar in Italië zijn veel spaarders eveneens obligatiehouder van hun bank. Zij zullen gecompenseerd moeten worden – waarschijnlijk door de staat – anders dreigt een kiezersrevolte. Renzi dreigt een referendum over constitutionele hervormingen in oktober te verliezen.

Op de achtergrond spelen structurele problemen. Italiaanse banken zitten vol ‘slechte’ leningen, die burgers of bedrijven niet meer kunnen terugbetalen. Dat komt deels door de lange stagnatie van de economie. Zeker sinds de komst van de euro, een sterke munt die de zwakke lire verving, gaat het slecht. En steeds meer Italianen geven Europa de schuld. De populistische Vijfsterrenbeweging, die een referendum wil over de euro, ligt nu voor op Renzi’s partij in de peilingen.

2 Deutsche Bank onder druk

De problemen in de eurozone zijn niet beperkt tot Zuid-Europa, weet ook meesterbelegger George Soros. Daags na het Britse referendum ging Soros meteen voor 100 miljoen dollar short op aandelen Deutsche Bank. Ofwel, hij speculeerde op het inzakken van de aandelenkoers. Een slimme zet, want een aandeel Deutsche is nu minder dan 12 euro waard, tegen ruim 15 euro voor het referendum.

Net als bij Italiaanse banken komt de Britse schok bovenop problemen die al langer bestaan. Bij het ooit zo trotse Deutsche zijn dat onder meer: bestuurscrises, miljardenboetes door fraudeschandalen en een berg derivaten (verhandelbare financiële contracten) ter waarde van 42.000 miljard euro die beleggers toenemend als riskant beschouwen. In een jaar tijd zijn aandelen Deutsche meer dan de helft goedkoper geworden.

In een interview met weekblad Der Spiegel zei John Cryan, de (Britse) topman van Deutsche Bank, dat zijn bank best eens zou kunnen profiteren van de Brexit. Juist nu zou de expertise van de Deutsche, dat een grote vestiging heeft in Londen, nuttig blijken. Maar beleggers lijken meer onder de indruk van een recente waarschuwing van het Internationaal Monetair Fonds. Dat noemde Deutsche onder de grote banken het grootste risico voor het financiële systeem. De prijs van verzekeringen tegen faillissement van Deutsche stijgt.

3 Rentes zakken door de nulgrens

Hoe meer onzekerheid, hoe groter de hang naar houvast. Veilige haven bij uitstek zijn nu staatsobligaties. Daarop zijn de rentes sinds 23 juni gedaald tot absurd lage niveaus.

Voor het eerst in de geschiedenis dook de effectieve rente op Nederlandse tienjaarsstaatsleningen afgelopen week kort onder nul. De vraag naar staatsschuld is zo groot dat beleggers een negatief rendement accepteren: ze leggen in feite geld toe op de leningen, om hun geld maar veilig te kunnen stallen.

Door de massale opkoop van staatsleningen door de Europese Centrale Bank (ECB) is de rente op staatsleningen al flink gedaald. De mondiale onzekerheid door Brexit sleurt de rentes verder naar beneden. De rente op Duitse tienjarig papier is sinds 24 juni negatief (nu minus 1,18 procent). Meer dan de helft van alle staatsleningen in de eurozone wordt inmiddels verhandeld met negatieve rentes, berekende persbureau Bloomberg.

Dit speelt ook buiten de eurozone. De rentes op Amerikaanse, Japanse en Britse staatsobligaties is historisch laag. In Zwitserland is zelfs de rente op álle staatsobligaties negatief. Zelfs, sinds afgelopen week, de rente op obligaties die pas over 50 jaar aflopen.

Zijn die lage rentes goed nieuws? De ECB wil met lage rentestanden groei stimuleren en inflatie aanjagen. Zij krijgt nu ongevraagd hulp van de Britten. Maar er ontstaan ook nieuwe problemen. De ECB mag geen papier kopen met een lagere rente dan het eigen ECB-depositorentetarief (nu -0,4 procent). Maar de rente op Duitse vijfjarige oblgaties ligt daar al onder. Er zijndus steeds minder obligaties die de ECB kan kopen. Het is de vraag hoe lang ECB-chef Draghi het huidige aankooptempo van 80 miljard euro aan obligaties per maand kan volhouden.

Bovenal zijn de ultralage rentes op staatsschuld een blijk van wantrouwen van beleggers in de robuustheid van de wereldeconomie. Brexit heeft veel van het vertrouwen dat er nog was, weggenomen.