Interview

Bijna kostte zijn bidon Van Impe de zege

Voor elke klim greep Lucien Van Impe naar zijn ‘toverdrank’: rijst met babyvoeding. Op weg naar zijn enige Tourzege weigerde zijn ploegleider plots de drinkbus te geven.

Van Impe in de gele trui, met Joop Zoetemelk, in de 20ste etappe van de Tour van 1976, van Tulle naar Puy de Dome. Rechts: Van Impe wordt gekeurd voor de Tour van 1977. Foto’s AFP, Berry Stokvis/HH

Ineens staat hij op tafel. Iets korter en dikker dan de bidons van nu, blauw van kleur en net onder de witte dop een bruine rand van bederf. „Dit is hem”, zegt Lucien Van Impe met nog altijd iets van ontzag in zijn stem. „Kapot aan het gaan, spijtig genoeg. Maar deze gaat niet weg, deze gaat nooit nie weg. Hij heeft me de Tour doen winnen of bijna verliezen.”

Van begin tot einde reisde de drinkbus met de opschriften Contrex en Contrepoids mee toen Van Impe veertig jaar geleden als laatste Belgische wielrenner de Ronde van Frankrijk won. „Kijk maar, op alle foto’s staat die bidon”, zegt de voormalige wonderklimmer, thuis aan een rijk gedekte tafel in zijn villa Alpe d’Huez in Impe. „Het was het eerste dat ik na elke etappe deed: zorgen dat ik mijn bidon bij me hield. Als je hem op de fiets liet zitten, werd-ie gepikt. Ik stak hem in mijn achterzak of gaf aan mijn mechanieker. ‘Houd die bij u, morgen moet ik hem terug hebben’, zei ik.”

Het geheim? Elke ochtend kookte Van Impe rijst voor een papje met havermout, rozijnen en babyvoeding. Dertig kilometer vóór elke zware beklimming moest en zou hij zijn bidon met de ‘toverdrank’ hebben. Zo ging het op Alpe d’Huez, waar hij zijn allereerste gele trui mocht aantrekken, bij de heroïsche duels met zijn Nederlandse rivaal Joop Zoetemelk. Tot die ene dag dat ploegleider Cyrille Guimard plotseling halsstarrig weigerde om Van Impe zijn speciale drankje te geven. De daaropvolgende ruzie kostte hem bijna de zekere Tourzege, onthulde de Belg in het eind april verschenen prachtboek Lucien!. Met een hoofdrol voor een bidon. „Als ik er – heel stiekem – aan ruik, dan ruik ik de zomer van 1976.”

Hete zomer, altijd mooi weer. Van Abba, Queen, Julien Clerc. Van de wereldhit Save your Kisses for Me van Brotherhood of Man. En in Vlaanderen vooral de zomer waarin een kleine klimmer uit Mere uitgroeide tot volksheld voor het leven. Bij het jubileum is er voor Van Impe niet alleen een boek, maar ook een standbeeld, Van Impe-bonbons, een retro-fiets. „Ja, het leeft nog”, zegt de oud-renner, die in oktober zeventig jaar wordt. Bij de fans is hij nog populairder dan Eddy Merckx, die de Tour tussen 1969 en 1974 liefst vijf keer won. „Ze moeten de mensen nog altijd bij me wegduwen. Misschien omdat ik de Tour won toen we niemand meer hadden. De mensen hadden nooit gedacht dat ik hem ging winnen.”

Aanval op intuïtie

De gedachte aan Van Impe is niet ver weg, als het Tourpeloton deze zaterdag de monsterlijke achtste etappe rijdt over vier van de zwaarste Pyreneeëncols. Met een weergaloze aanval over meer dan zestig kilometer besliste de 59 kilo lichte wonderklimmer hier veertig jaar geleden de Tour in zijn voordeel. „Ik wist van tevoren: de dag naar Pla d’Adet moest ik iets doen. Maar waar? Dat wist ik zelf niet.” Al op de Portillon, de tweede col van de dag, rijdt hij weg. „Ik heb niet eens gedemarreerd, ze lieten me rijden.”

Concurrent Zoetemelk, op slechts zes seconden van Van Impe en al winnaar van twee ritten in de Alpen? „Joop zat bij geletruidrager Raymond Delisle in het wiel en zei: jullie hebben de trui, jullie moeten rijden.” Zelf fladderde hij op de Peyresourde en danseuse razendsnel naar koploper Luis Ocaña, die hem in het dal naar de slotklim hielp, maar daar moest afhaken. „Op Pla d’Adet deed ik het alleen en Joop achter me ook. Hij liep niet op me in, op de streep was het verschil drie minuten en nog wat.” Acht dagen voor Parijs wist iedereen: Tour beslist.

Heerlijke aanval op intuïtie, zo anders dan het gereken van tegenwoordig. Toch ziet Van Impe nog wel een opvolger in het huidige peloton. „Nairo Quintana is eigenlijk nog de enige echte klimmer. Als hij goed is, is hij bekwaam om bergop weg te rijden waar en wanneer hij wil. Net als ik vroeger. Hij is voor mij de favoriet voor de Tourzege.” Chris Froome? „Je moet het maar kunnen wat hij doet. Maar hij zit te wringen op zijn zadel, ook als ze om hem heen demarreren. Hij blijft gewoon zitten en komt langzaam terug. Maar eigenlijk is het niks, dat is toch niet mooi?”

Liever bolletjestrui dan tweede

Als iemand het mag zeggen, dan Van Impe. Zesvoudig winnaar van het bergklassement, als eerste boven op alle grote Tourcols. In één adem genoemd met klimlegendes als zijn idool Federico Bahamontes – de Adelaar van Toledo en in 1969 ‘ontdekker’ van berggeit Van Impe – of Charly Gaul, de Engel van het hooggebergte. De beste ooit? „Bahamontes en Gaul, daar ben ik wel bij. Pantani ook, hij is voor mij de laatste die er is geweest.” Richard Virenque, die het bergklassement één keer vaker won, noemt hij bewust niet. „Geen echte klimmer, pakte z’n puntjes op de eerste cols. Zoals hij ben ik er wel honderden tegengekomen. Ik zou hem niet eens bekeken hebben.”

Lelijk vond hij de bolletjestrui, die hij bij invoering in de Tour van 1975 won. „Meer iets voor clowns.” Juist Van Impe maakte het bergklassement populair, ook al gingen zijn aanvallen in de cols ten koste van zijn eindklassering. „Merckx was zoveel beter, hij won toch. Ik had wel vaker tweede kunnen worden, zoals Joop. Maar dan was ik liever vierde met ritwinst en het bergklassement.” Pas in 1975, toen Merckx van Bernard Thévenet verloor en hijzelf ook een tijdrit won, zag Van Impe in dat hij meer kon. „Het jaar daarna ging ik voor de eindzege.”

Alsof het zo moest zijn, die zomer van 1976. „De grote Tour passeerde ook nog eens in mijn eigen kleine gemeenteken.” Tienduizenden wielerfans rond café Van Impe Sport, waar zijn vader hem en zijn broers ooit had besmet met het wielerbacil. Als jochie een kilometer licht omhoog bij Mere, later naar de steile Muur van Geraardsbergen. „Klimmen kun je leren”, stelt Van Impe beslist. „De klim klein beginnen, als het kan een tandje bijschakelen. Zoveel mogelijk en danseuse, dat is het mooiste.”

Dan haalt Van Impe hem ineens uit een tasje: zijn allereerste gele trui, die hij pakte op Alpe d’Huez, waar Zoetemelk de eerste van in totaal drie ritten won. „Nog van wol, warm hoor.” Buiten het merk van Le Coq op de mouw en het symbool van Tourstichter Henri Desgranges op de borst is de trui effen geel. „Sponsornamen naaide ik er ‘s avonds op de hotelkamer zelf op. Zo ging dat, of je moest sjans hebben met het meisje dat aan de balie zat. Nu zou Froome een speciale naaister meebrengen. Ze hebben ook hun eigen keukens mee, matrassen. Wij lagen op slaapzalen, aten alle dagen haricot verts. Stinken in die hotels! En ‘s ochtends om zes uur biefstuk.”

Een ‘haantjesgevecht’

Romantische wielerdagen vol spel, tactische trucs, flikken en geflikt worden. Lachend vertelt Van Impe hoe zijn trouwe mecanicien Chris Van de Gehuchte voor een bergrit soms twee achterwielen klaarmaakte om de concurrentie te misleiden. Pas vlak voor de start wisselde hij het normale wiel voor eentje met bergverzetten. „Dan zag je iedereen panikeren.” Of die dag dat hij met zijn ploegleider besloot om de gele trui vrijwillig af te staan aan rivaal Delisle. „Anders zou ik mijn ploeg kapot rijden. Delisle zou ik later toch op minuten rijden, dat wist ik zeker.”

Zoals het tegenwoordig gaat, renners die via hun ‘oortjes’ worden gecommandeerd door de ploegleider in de auto? „Er is veel verbeterd”, erkent Van Impe. „Ze weten alles van elkaar, hebben de beste dokters, psychiater, kinesist en begeleiding. Ze zijn precies op punt gezet, zoals het moet. Maar ze kunnen zelf niets meer. Geen tactiek bedenken of de tegenstander bekijken. Waar de wind vandaan komt, geen idee. Er komt een dag dat ze hun computer de schuld geven van een nederlaag: ‘die gaf niet aan dat ik in het rood reed’. Ach, en over tien jaar rijden ze allemaal met een motortje in hun fiets.”

Nee, dan die zomer van 1976, toen een bidon bijna de uitkomst van de Tour bepaalde. Het was op weg naar Pau, de vijftiende etappe, toen ploegleider Guimard plots besliste dat zijn kopman die dag zijn ‘heilige’ bidon niet kreeg. „Gewoon omdat hij dat niet wilde”, zegt Van Impe, nog altijd verontwaardigd. De ruzie liep na afloop zo hoog op, dat de geletruidrager zelfs dreigde uit de Tour te stappen. „Ik denk dat ik dat echt had gedaan, over de financiële gevolgen dacht ik niet na.” Zijn vrouw Rita kwam ’s avonds halsoverkop naar het hotel om het ‘haantjesgevecht’ te sussen; Van Impe bracht het geel alsnog naar Parijs. Met een kort knikje naar zijn vrouw, die net de spaghetti opschept: „Als zij die nacht niet was opgereden, hadden we hier nu niet gezeten.”

Lucien Van Impe en Filip Osselaer: Lucien! (Lannoo, € 19,99, ISBN: 9789020924554).