Alweer koel op moment suprême

Dafne Schippers maakte de hoge verwachtingen waar door vrijdag met overmacht de Europese titel te winnen op de 100 meter sprint.

Foto Robin Utrecht

Een vol Olympisch Stadion en een land vol televisiekijkers verwachtten vrijdagavond bij de EK in Amsterdam niets minder dan de titel van Dafne Schippers op de 100 meter. Ze won. Natuurlijk won Schippers, omdat ze veruit de beste sprintster van Europa is en omdat ze op het moment suprême altijd koel blijft, naast de snelle benen haar grootste kwaliteit. En coach Bart Bennema? Die zag dat het goed was.

Niet dat Bennema zich zorgen had gemaakt, geenszins, maar de Europese titel lucht wel op. Want Schippers had dit jaar nog geen bevredigende 100 meter gelopen, vindt hij. Van de vier sprints op topniveau ging er eigenlijk maar één redelijk naar wens: die op 6 mei op de snelle baan van de Qatarese hoofdstad Doha, waar ze 10,83 seconden klokte. Bij de andere drie races waren de condities met veel tegenwind en een hobbelbaan allesbehalve optimaal. Geruststellende gedachte voor de coach is dat Schippers’ vorm groeit met het aantal wedstrijden dat ze loopt.

Maar in het Olympisch Stadion brak de zon door. Bennema reageerde al euforisch op Schippers’ halve finale, die ze afgetekend won in een snelle tijd van 10,96. „Technisch de beste race die ze dit jaar heeft gelopen”, oordeelde hij. „Zonder de lage temperatuur en de tegenwind zou ze een toptijd hebben gelopen.”

Haar vierde tijd ooit

Nou, die toptijd kwam tweeënhalf uur later in een strak gelopen finale. En de coach van Schippers was opnieuw dik tevreden. Bennema: „Ik vond die race nog een tikje beter, zeker qua opbouw. De start was nog iets strakker en ze liep fantastisch door. Het ging zoals we hadden afgesproken: twee keer een technisch goede race lopen. En de tijd van 10,90 is gelet op de omstandigheden voortreffelijk. Haar vierde tijd ooit. Het kon bijna niet beter.”

In Amsterdam lag een kleine piek, niet de grote. Die is gereserveerd voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, waar Schippers op de 100 meter, naar Bennema’s inschatting, meer tegenstand kan verwachten dan op de 200 meter, het nummer waarop ze bijna een jaar geleden in Beijing wereldkampioen werd. De preluderende coach: „Vooropgesteld dat Dafne iedereen kan verslaan, schat ik de pool kanshebbers voor olympisch goud op de 200 meter op drie atletes, onder wie Dafne. Die voor de 100 meter taxeer ik op vijf à zes gegadigden, inclusief Dafne.”

Bennema was vooral content met de start van Schippers. Daarop is intensief getraind en intussen is die bijna geoptimaliseerd, stelt hij tevreden vast – „het was alleen nog een kwestie van doen”.

Haar tweede Europese 100-metertitel op rij ziet Bennema ook als een bewijs dat Schippers de sprint steeds beter aanvoelt. Kon ze in 2014 in Zürich te midden van de Europese top nog op haar intrinsieke kwaliteiten teren, sinds ze zich bij de wereldtop heeft gevoegd ligt dat gecompliceerder. Wil Schippers de Jamaicanen en Amerikanen verslaan dan komt het aan op de afstemming, op details, maar vooral op inhoud en het onwrikbare geloof in eigen kunnen. In Bennema’s jargon: „Ze moet voelen hoe het moet voelen.”

Op het tweede deel van Schippers’ race had Bennema nauwelijks aan- en opmerkingen. Natuurlijk niet, want daar ligt haar kracht. Als geen ander kan Schippers in ontspanning enorm versnellen, een kwaliteit waarop velen jaloers zijn. De Europees kampioene geldt zelfs als voorbeeld voor andere atleten, onder wie wereldkampioen tienkamp Ashton Eaton, die de stijl van Schippers op het tweede deel van de sprint heeft gekopieerd.

Enorme belangstelling

Complicerende factor voor Bennema’s werk was de enorme belangstelling voor Schippers sinds ze wereldkampioen is geworden. Iedereen, van zakenman tot fan, wil wat van haar. Schippers is een grote ster en dus een hype geworden. En een handtekening en een selfie zijn nog de minste verzoeken dat ze krijgt.

Maar zelfs alle gevraagde krabbeltjes en fotomomenten zijn onuitvoerbaar. Een schil van familie en managers zorgt ervoor dat de sprintster de broodnodige rust krijgt. En Bennema heeft met zijn atlete een balans tussen representativiteit en trainen gevonden. „Het belangrijkste is dat Dafne rust in haar hoofd vindt”, zegt Bennema. „Dat lukt aardig. We zijn intussen aan haar nieuwe status gewend en kunnen er goed mee omgaan. Ze voelt zich goed en dat is essentieel. Na dit seizoen gaan we wel eens een keer rustig de komende vier jaar richting de Olympische Spelen van Tokio bespreken.”