Valls beschermt Franse chauffeurs

Brexit heeft Duitsland en Frankrijk gesterkt in hun verzet tegen ‘bevoordeelde’ Oost-Europese werknemers. Zal Brussel inbinden?

De Franse premier Manuel Valls tijdens een hoorzitting in het parlement. Foto AFP

Een socialer Europa, niet alleen ten dienste van bedrijven, maar ook van de burger. De Franse premier Manuel Valls wil daar niet meer op wachten, helemaal nu het Brexit-referendum pijnlijk duidelijk heeft gemaakt dat Europa die burger onvoldoende overtuigt. Valls dreigde deze week om eenzijdig EU-wetten te schrappen die Franse arbeiders in zijn ogen benadelen. Als Europa niet levert, kan Europa de boom in.

De steen des aanstoots is de zogenoemde detacheringsrichtlijn. Die maakt het mogelijk om tijdelijk in een ander land te werken, tegen de voorwaarden die gelden in het land van herkomst. Handig, maar in de praktijk leidt het ook tot ‘sociaal dumpen’. Tot te goedkope arbeid uit landen als Polen.

Een poging om de richtlijn te repareren liep in mei vast op verzet uit Oost-Europa, dat inkomensverlies vreest. Valls, klem tussen boze vakbonden en oprukkend populisme, is woest. „Als overtuigen niet mogelijk is, zal Frankrijk deze richtlijn niet langer toepassen.”

Gele kaart

Eigenlijk is het daarmee al bezig. Een week geleden werd een nieuwe wet van kracht, die bepaalt dat buitenlandse vrachtwagenchauffeurs alleen nog door Frankrijk mogen rijden als ze het Franse minimumloon krijgen betaald. Duitsland kwam vorig jaar met een soortgelijke wet, om verdringing van Duitse chauffeurs tegen te gaan. Volgens de EU-regels mag het niet, het hindert de interne markt. De Europese Commissie begon in juni dan ook een ‘inbreukprocedure’, maar in het Europees Parlement, waar donderdag over de kwestie werd gedebatteerd, kunnen Parijs en Berlijn rekenen op veel sympathie.

„Mensen hebben er genoeg van”, zegt Europarlementariër en oud-FNV-baas Agnes Jongerius (PvdA). „Ze hebben het gevoel dat hun loon en hun werk onder druk staan, en dat de EU onvoldoende bescherming biedt. Terechte zorgen, die je ook voorbij zag komen tijdens het Brexit-referendum. Het was niet alleen maar een stem tegen migratie.”

PvdA-Kamerlid John Kerstens vindt dat Nederland moet overwegen het Franse voorbeeld te volgens. „Ik zie het wel zitten”, zei hij woensdag tegen BNR-radio.

Na de ‘gele kaart’ van elf nationale, vooral Oost-Europese parlementen tegen aanpassing van de detacheringsrichtlijn moet Brussel besluiten of de richtlijn toch wordt gewijzigd, zoals Frankrijk en Duitsland wensen. Mogelijk gebeurt dat volgende week al.

De verwachting is dat eurocommissaris Marianne Thyssen (Sociale Zaken) niet zal toegeven aan de druk uit Berlijn en Parijs. De wettekst zoals die er nu ligt is namelijk al het resultaat van eindeloze Brusselse compromissen.

Dat neemt volgens Jongerius niet weg dat de Commissie haar sociale profiel flink moet opvijzelen, als zij wil voorkomen dat lidstaten nog vaker op eigen houtje gaan zagen aan de interne markt. „Behalve die richtlijn zijn er sinds 2014 weinig echt concrete voorstellen voorbijgekomen.”

Wim van de Camp (CDA) is niet overtuigd van de nobele intenties van Parijs. ,,Gedeeltelijk zal het sociaal zijn bedoeld, maar het heeft ook te maken met de verkiezingen in Frankrijk volgend jaar en vooral: met ouderwets protectionisme.” Hij wijst op de pittige eisen die Frankrijk nu stelt aan transportbedrijven. Zij moeten op Frans grondgebied een vertegenwoordiger aanstellen, die de werk-administratie en loonfiches van chauffeurs beheert, zodat Franse inspecteurs die ten alle tijden kunnen controleren.

Administratief circus

Brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) noemt dat „verwerpelijk en onacceptabel” en vreest voor een „administratief circus”. Het extra papierwerk steekt TLN des te meer omdat Nederlandse chauffeurs „ruim boven” het Franse minimumloon van 9,67 euro per uur zitten, maar dat nu wel continue moeten gaan bewijzen. Ze moeten een kopie van arbeidsovereenkomst en een speciaal, Frans chauffeursattest bij zich hebben. „Dat jaagt de sector onnodig op forse kosten”, zegt TNL in een reactie. Wie de regels overtreedt, kan een boete van maximaal 4.000 euro krijgen.

De Commissie zegt het minimumloon als principe volledig te onderschrijven, maar vindt de door Parijs en Berlijn genomen maatregelen „disproportioneel”. Bovendien zijn ze gewoon in strijd met de nu geldende regels, en moet Brussel als bewaker van de Europese verdragen dus ingrijpen. De twee landen hebben tot medio augustus om te reageren, maar maken geen enkele aanstalten om van koers te veranderen.