Straks wordt het nog Frankfurt

Frankfurt Alleen al voor banken werken in Frankfurt 60.000 mensen. Maar erg bruisend is de stad niet.

Frankfurt als het nieuwe Londen van Europa? Bankiers in de stad aan de Main kunnen het zich goed voorstellen. Frankfurt wedijvert met Parijs als het belangrijkste financiële centrum van Europa na Londen. Nu de Britten de Europese Unie willen verlaten, komt de stad in beeld als financieel toevluchtsoord binnen de Europese interne markt.

„Londen heeft zichzelf afgeschreven met de Brexit”, zegt Rui Yang, een jonge Chinees die in Frankfurt werkt voor Bank of China, een commerciële Chinese bank. Hij is net met een groepje collega’s gaan lunchen in het centrum van de stad, dat grenst aan de bankenwijk. Ze spreken onderling Chinees, Engels en Duits. „Frankfurt is heel interessante plek om te werken. Er zijn hier ontzettend veel mogelijkheden”, zegt Yang.

Zijn collega Chengzhe Xu voegt daaraan toe: „Frankfurt is een fijne stad. Er zijn veel kroegen, musea, en je kunt alles lopen binnen 20 minuten. En de stad is kosmopolitisch, je kunt Chinees eten, Indiaas, alles”.

De skyline van Frankfurt is imposant. Wolkenkrabbers van banken bepalen het beeld: Deutsche Bank, UBS, Commerzbank. Tussen de torens staan gebouwen met etages voor vermogensbeheerders, private-equityfirma’s, hedgefunds en advocatenkantoren. Alleen al voor banken in Frankfurt zijn ruim 60.000 mensen werkzaam, volgens een recente studie van de bank Helaba.

Frankfurt is prettig klein. Je komt elkaar voortdurend tegen

Markus Dickopf werkt bij een private-equitybedrijf

Toch is de financiële wijk ook overzichtelijk: het zijn maar een paar straten. „Frankfurt is prettig klein. Je komt elkaar voortdurend tegen”, zegt Markus Dickopf, een twintiger die werkt voor Cerberus, een private-equitybedrijf. Hij staat een sigaret te roken voor een gloednieuw gebouw vol financiële bedrijven.

Frankfurt houdt het midden tussen Manhattan (‘Mainhattan’) en een Duitse provinciestad. De stad heeft ruim 700.000 inwoners – minder dan Amsterdam – en is pas de vijfde stad van Duitsland, na Berlijn, Hamburg, München en Keulen. Frankfurt is toenemend internationaal, maar blijft ook Duits. In de restaurants, ook in de bankenwijk, zijn de menu’s vaak gewoon Duitstalig.

Dat zal even wennen zijn voor bankiers uit de metropool Londen. Frankfurts positie als financieel centrum is weliswaar onbetwist – de Europese Centrale Bank (ECB), de Bundesbank en de Duitse beurs zitten er – maar erg bruisend is de stad niet.

Veel mensen ontvluchten Frankfurt in het weekend. Er is een opera, een muziekgebouw en ook een Engelstalig theater, maar de energie en het aanbod van het Londense West End zijn er niet te vinden. Er zijn musea van wereldklasse, zoals het Städel Museum, maar wie daarheen wil, komt eerst door de smoezelige straten rondom het station, met seksshops, gokhallen en kebabtenten. De verschillen tussen rijk en arm zijn groot in Frankfurt.

Frankfurt vreest ‘fatale’ gevolgen

De stad verandert snel, want het gaat Frankfurt economisch voor de wind, onder meer door de groei van de financiële dienstverlening. Ook in de rommelige stationsbuurt verschijnen nu luxe appartementencomplexen. Oude hotels worden overgenomen door internationale ketens.

Die welvaart heeft ook en keerzijde, herkenbaar uit Londen en uit Amsterdam: de huren stijgen en er ontstaat woningnood. Als de bankiers inderdaad de oversteek wagen uit Londen – makelaars in Frankfurt rekenen al op duizenden extra klanten – dan is er een nieuwe woonwijk nodig, zegt de burgemeester van Frankfurt, Peter Feldmann in de lokale pers. De Frankfurter huurdersvereniging denkt dat de een toestroom van Britten „fatale” gevolgen kan hebben voor huidige huurders.

Wat het betekent voor de stad als er grote groepen bankiers arriveren, is goed zichtbaar in Ostend, een volkswijk in het arme oosten van de stad. Daar zetelt sinds begin 2015 de ECB, in een grote glazen toren die is gebouwd bovenop een oude markthal. Ostend heeft nog kroegen en hotels waar tientallen jaren niets veranderd lijkt, maar daartussen verrijzen nu dure appartementen.

Aan de bar van Gaststätte zur Kutscherklause, stamkroeg van veel Ostenders, staat Roswita Berkenkopf, die het café veertig jaar geleden opende. „Vroeger was Ostend een klein dorp. Nu worden normale mensen weggedrukt door de bankiers. Woningen die vrij komen worden voor het driedubbele bedrag verhuurd.” Een van de stamgasten roept: „En straks komen ook nog al die Britten hierheen.”