‘Schroei die bonuswet dicht’

Interview Jesse Klaver, leider GroenLinks

Jesse Klaver houdt politici en bankiers gezamenlijk verantwoordelijk voor het bij elkaar houden van de samenleving. „Als bankiers hier alleen naar toe willen komen om financiële redenen, dan hoef ik ze niet.”

Vijf fiscalisten, Jesse Klaver en een dominee. Kort na de verschijning van de Panama Papers, drie maanden geleden, wilde de politiek leider van GroenLinks ze weleens ontmoeten: de slimme belastingadviseurs van de Amsterdamse Zuidas die ingenieuze constructies bedenken om grote multinationals fiscaal uit de wind te houden. Wat bezíélt hen nou?

Klaver (30) vroeg aan Ruben van Zwieten (32), de predikant achter ‘zingevingscentrum’ De Nieuwe Poort op de Zuidas, een etentje te organiseren. Een aantal partners van enkele grote belastingadvieskantoren en wat andere professionals uit de financiële sector hadden de uitnodiging enthousiast aanvaard. „Het was een genoeglijke avond”, zegt Klaver. Maar hij was niet de hele avond gezellig. „Ik heb me in niet mis te verstane woorden uitgesproken over waar zij zich dagelijks mee bezighouden.”

Klaver loopt al twee jaar te hoop tegen internationale belastingontwijking én de mensen die daarmee hun geld verdienen. Zijn missie van de avond in april: „Ik wilde allereerst snappen waarom zij doen wat ze doen. En ik nodigde hen uit om te helpen de groeiende ongelijkheid aan te pakken en daarmee de Europese samenwerking te redden.”

Europese samenwerking? Wat hebben die professionals op de Zuidas daarmee te maken?

„Financiële dienstverleners hebben, net als ik, een internationale blik. We zijn Europeaan – dat bindt ons. Ook zij maken zich zorgen over de Brexit en over het populisme. De mensen die voor een Brexit stemden, en in Nederland tegen het Oekraïneverdrag, zijn boos omdat ze niet profiteren van de vooruitgang, niet van de globalisering en niet van de Europese Unie. Ze zien een toenemende ongelijkheid.”

„Hier zie ik een gezamenlijke verantwoordelijkheid, voor de financiële sector en voor politici, om de samenleving bij elkaar te houden. Zij kunnen daaraan bijdragen door de verschillen – in inkomen en in belastingdruk – niet te groot te laten worden. Want als niet iedereen profiteert van het Europese project dan valt de boel uit elkaar. Dat is wat we nu zien!”

Geven politici dan het goede voorbeeld?

„Absoluut niet. Iedereen riep dat het referendum in het Verenigd Koninkrijk een wake up call was. ‘We hebben de lessen geleerd’ en ‘we gaan beter naar het volk luisteren’. En wat zeggen onze politieke leiders nu? Om te profiteren van de chaos in Groot-Brittannië roept zo’n beetje elke lidstaat dat hij de belastingen voor grote bedrijven aantrekkelijk wil maken en dat bankiers die uit de Londense City willen vertrekken wel weer een hogere bonus mogen krijgen. Zo zitten we weer in de ratrace naar beneden. Nederland begint daarin mee te blazen.”

Hoe dan?

„Toen premier Rutte vorige week riep dat onze strenge bonuswetgeving voldoende uitzonderingen bevat, zei hij eigenlijk: er zitten genoeg gaten in de wet om hier je zakken te kunnen vullen. We moeten die gatenkaas nu niet als lokkertje gebruiken om de City binnen te halen. Daar was die wet niet voor bedoeld.”

Al die uitzonderingen in de bonuswet waren toch al duidelijk toen de Tweede Kamer haar eind 2014 aannam? GroenLinks, met u als woordvoerder Financiën, stemde voor.

„Ik heb bij de debatten erover heel duidelijk mijn zorgen geuit over al die uitzonderingen. Helaas kregen niet alle amendementen van mij en van de SP voldoende steun. Toch hebben we ingestemd, want het is echt beter dan niets. Met een bonusbeperking van 20 procent [op het vaste deel van iemands salaris, red.] is de wet een enorme verbetering.”

Met de opmerking van Rutte lijkt de wet zijn doel voorbij te schieten.

„De minister van Financiën zei bij de wetsbehandeling: ‘Bij misbruik gaan we de wet aanscherpen’. Nou meneer Dijsselbloem, dan is dit het moment om dat te gaan doen. Het is nota bene de premier die de bonuswet misbruikt. Hij stimuleert de uitzonderingen om maar zoveel mogelijk bankiers binnen te hengelen.”

„Ik zeg schroei die wet dicht. Alle uitzonderingen moeten eruit worden gehaald. Dat staat straks in elk geval in ons verkiezingsprogramma.”

Met dat standpunt maakt u Nederland onaantrekkelijk voor de financiële sector. U jaagt wellicht ook Nederlandse bankiers weg.

„Als bankiers hier alleen naar toe willen komen om financiële redenen, dan hoef ik ze niet. Dat geldt ook voor een financiële sector die er alleen maar op is gericht om belastingontwijking voor multinationals op te tuigen, of die zich uitsluitend concentreert op hoofdkantoren van multinationals die zich alleen om fiscale redenen hier vestigen. Er wordt dan altijd gezegd: ‘Maar Nederland verdient eraan, het is goed voor de economie’. Dat is geen legitimatie. Net als met kinderarbeid en milieuvervuiling: als iets ongewenst is, moet je dat niet willen. Zo zou Nederland niet z’n geld moeten willen verdienen.”

„Natuurlijk vind ik een gezonde financiële sector heel belangrijk. Als Nederland wil investeren, in eigen land of daarbuiten, om verder te komen hebben we daar financiële instellingen voor nodig. Maar het moet wel om een kwalitatief goede financiële sector gaan, die bijdraagt aan de reële economie.”

Bent u bang voor besmetting van het Brexit-referendum?

„Ik zie niet zo snel welke lidstaat dit nu ook gaat doen; in Nederland is er gelukkig niet veel animo voor. Maar ik vrees wel dat de Brexit een nieuwe stap is in de desintegratie van Europa. Nog los van meer uittreders of niet: ik hoop niet dat het tot een stand still komt. We moeten elkaar niet opnieuw proberen weg te knokken, zoals vóór de Europese samenwerking in de vorige eeuw. De discussie moet nu niet gaan over meer of minder Europa, maar over het versterken van afspraken, op het gebied van eerlijke belastingen, bescherming van arbeidsrechten en veilige buitengrenzen. Europa moet weer een sociaal gezicht krijgen.”

Hebt u met dit verhaal uw disgenoten op de Zuidas weten te overtuigen. Gaan ze GroenLinks stemmen?

„Het was een goed gesprek, maar of ze mijn boodschap overnemen, weet ik niet. Ik ga in elk geval niet mijn verhaal aanpassen om stemmen te winnen. Ik zit niet in de politiek om mensen naar de mond te praten.”