Rode ogen

Elke eeuw krijgt de Reynaert die ze verdient. Vandaar dat A.H.J. Dautzenberg in dit feuilleton met zijn 21ste-eeuwse versie van ‘Van Den Vos Reynaerde’ komt.

Illustratie Cyprian Koscielniak

De Leeuw en De Wolf zijn op weg naar De Vos. Omdat De Leeuw zelf de onrust wil peilen in de Wildernis maken ze een omweg. In de buitenste buitenwijk begint hij te twijfelen en vertraagt hij het tempo. Misschien is het inderdaad veel te gevaarlijk in de Wildernis? Bij de laatste huizen blijft hij staan. Hij kan de Wildernis beter mijden, zijn adviseurs hebben gelijk.

U kunt vast begrip opbrengen voor De Leeuw, u leeft immers voorzichtig, ook u loopt in uw leven liever geen onnodige risico’s. U maakt zich natuurlijk zorgen over de dekking van de verzekeringspolis van De Leeuw. Ook aan all risk verzekeringen zijn voorwaarden verbonden – lees de kleine lettertjes. U snapt De Leeuw als geen ander.

„U wilt niet verder?”, vraagt De Wolf. De Leeuw kijkt naar het pad dat naar het donkere bos leidt. „Ik heb genoeg gezien”, antwoordt hij, „we gaan naar De Vos.” „Maar we zijn er nog niet”, reageert De Wolf. „Ik heb genoeg gezien”, herhaalt De Leeuw. Hij kijkt naar de opake eiken en meent rode lichtjes tussen de stammen te zien. Rode ogen die hem vanuit het donker aanstaren. Zouden dat de vreemde invloeden zijn?

Angstige ogen zien van alles. Ook daar kunt u over meepraten. Dat doet u niet, u houdt uw angsten liever geheim. Zoals uw buurman links, en uw buurman rechts. Maar wat u ziet, krijgt wel betekenis. Uw angsten worden bevestigd, keer op keer.

De Leeuw draait om en loopt terug, hij neemt de eerste afslag naar links. „We moeten naar rechts”, roept De Wolf. „De Vos woont in het westen.” Links, rechts, het maakt De Leeuw nooit zoveel uit, als het einddoel maar wordt bereikt.

De Leeuw laat De Wolf nu voorop lopen. Zwijgend vervolgen ze de weg. De Leeuw moet aan de rode ogen denken. Zou De Wolf ze ook hebben gezien? Dat moet haast wel. Misschien zijn dat inderdaad de vreemde invloeden? Hij zal het later vragen. Misschien begint De Vos er wel over.

Het valt De Leeuw op dat de billen van De Wolf zo… zo krachtig zijn. Door de ferme tred bollen de spieren op en ogen de billen bijzonder stevig. Zou hij een abonnement hebben op de sportschool? De benen van De Wolf zijn bijzonder sierlijk, ziet hij nu. En de rug ziet er ook goed uit. De nek is lief, dat hem dat nooit eerder is opgevallen. En De Wolf heeft oortjes.

Een vreemd intermezzo, zult u wellicht denken. Maar dat is het natuurlijk niet, dat weet u ook wel. Hooggeplaatste personen hebben nog wel eens voorkeuren die ze niet kunnen etaleren. Er zijn al zoveel vooroordelen.

Ondertussen wordt er in de rode salon constructief vergaderd. De Das heeft uitstekende ideeën. De Bruin, De Haas en De Hond zijn onder de indruk. De problemen zullen nu snel verleden tijd zijn. De Vos zal de plannen nooit ondersteunen, dus de adviseurs moeten snel handelen. „Ik zal zorgen voor draagvlak in de Wildernis”, zegt De Hond. „Dan kan het niet misgaan”, reageert De Das. De anderen knikken instemmend.

Wordt vervolgd