Rake typeringen in ‘Nederland verhuist’

Martha Meyer en haar verhuizende woonwagen.

Het idee was zo eenvoudig, tegen het onbenullige aan, dat het bijna onvoorstelbaar leek dat Nederland Verhuist (AVRO-TROS) wat zou worden. Een nieuw dagelijks vooravondprogramma, deze week begonnen, dat elke keer twee verhuizingen laat zien. Onder het mom dat verhuizen in Nederland „in de stress-top-drie” staat, maar toch heel vaak gebeurt. Tja, oké.

Maar het is zó pretentieloos uitgevoerd, zo nuchter en tegelijk zo feelgood, dat het ronduit het leukste is wat er momenteel te vinden is, in de afgegraasde woestijn van de zomerse televisieprogrammering.

We zien Willeke en Marco van Amerongen en hun zeven kinderen verhuizen. Naar de overkant van de straat, naar een nieuw, groter huis. Al dat kroost verkregen ze als pleegouders van ‘gezinshuiskinderen’, die door eigen problemen of die van hun oorspronkelijke ouders in een nieuw gezin geplaatst werden.

De andere verhuizing die we mogen volgen is die van Martha Meyer, een 75-jarige voormalige kermisexploitant én woonwagenbewoonster. Zij verhuist van Amsterdam-West naar Amsterdam-Noord. Nota bene: met wagen en al.

Spannend! Nou, nee. Het blijft maar „spannend” genoemd worden, door Martha en de naam- en gezichtsloze interviewer, maar die huisverhuizing levert hoogstens een béétje spektakel op. Een heel, héél klein beetje. De wagen wordt op een truck getakeld en die gaat op een schip, dat naar de nieuwe locatie vaart. Martha heeft van tevoren haar televisie in haar bed gelegd, „voor de zekerigheid”. Maar alles gaat zó secuur dat zelfs het sponsje in de douche nog geen centimeter verschoven is.

Volstrekt spektakelloos. Er is ook geen meeslepend muziekje of een hijgerige voice-over die er meer van probeerde te maken. Dat je bij Nederland Verhuist toch niet wegzapt (of in slaap valt), komt door de soepele, snelle montage, en door de kwaliteit van de geselecteerde verhuizenden. Alle verhalen zijn net iets anders, maar allemaal zijn het nuchtere, doorsnee lui, die niet hun best doen om voor de televisie spannender over te komen dan ze zijn. Of – denkend aan kunstenares Marloes die vanuit haar joert naar een tipi verhuist om nóg dichter bij de natuur te zijn – ze worden Man bijt hond-achtig onbevooroordeeld in beeld gebracht.

De mensen en hun verhalen worden raak neergezet, als met een enkele pennenstreek. Martha klautert haar wagen in, hangt een kitscherig schilderij op z’n plaats en is tevreden. En voor de pleegkinderen van Willeke en Marco is de verhuizing vooral een opluchting. Hun 13-jarige pleegdochter, niet bij naam genoemd, vertelt dat ze al zó vaak is verhuisd dat ze „als ik ga verhuizen telkens een ander boek openmaak. Maar ik heb bijna een hele bibliotheek in m’n hoofd en dat is ook niet goed.” Nu verhuist ze mét een gezin.

Meer hoef je eigenlijk niet te zeggen of te zien. Het leven van deze mensen wordt beter, en dat is fijn om te zien.