Nu heeft hij echt reden tot lachen

Nieuwe trainer, nieuwe omgeving, en ziedaar, de resultaten komen voor Churandy Martina. Hij won het koningsnummer in Amsterdam op indrukwekkende wijze. Nu op naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro.

Europees kampioen Churandy Martina: „Dit jaar heb ik getraind op techniek, techniek en nog eens techniek.”
Europees kampioen Churandy Martina: „Dit jaar heb ik getraind op techniek, techniek en nog eens techniek.” Foto Koen van Weel/ ANP

Churandy Martina mag dan structureel blij zijn, over zijn prestaties kon de sprinter de afgelopen vier jaar onmogelijk tevreden zijn. Hij zat opgesloten in een cirkel van blessures. Tot donderdagavond, in een uitverkocht Olympisch Stadion in Amsterdam, waar de Curaçaoënaar verrassend Europees kampioen op de 100 meter werd.

Wát een race van Martina. Na een eerste valse start, waarvan de Brit Richard Kilty het slachtoffer werd, nam hij bij de herhaling iets meer voorzichtigheid in acht. Zijn start was opnieuw goed, maar hij begon met een lichte achterstand op de favorieten Jimmy Vicaut uit Frankrijk en Jak Ali Harvey, een tot Turk genationaliseerde Jamaicaan.

Tot halverwege. Na 50 meter rammelde Martina een versnelling uit zijn benen zoals hij, de flyer onder de sprinters, dat alleen kan. Met machtige passen passeerde hij Vicaut en Harvey, sprinters die, in tegenstelling tot de Nederlander, dit jaar al onder de tien seconden hebben gelopen. Martina won met miniem verschil, dat wel, maar daar maalde de vleesgeworden blijheid niet om. Kon het hem schelen dat hij dezelfde tijd (10,07 seconden) had gelopen als Harvey, maar het verschil in duizendsten van seconden de doorslag gaf? Natuurlijk niet. En kon het hem schelen dat Vicaut met 10,08 seconden in zijn nek hijgde? Niet in het minst.

Juiste keuzes

Wat telde was het kampioenschap voor een enthousiast Nederlands publiek in een kolkend Olympisch Stadion. Een titel die bevestigde dat de populaire Martina de juiste keus had gemaakt met zijn verhuizing van Florida naar Nederland, maar vooral de juiste keus voor trainer Rana Reider, de Amerikaan in dienst van de Atletiekunie. Het verschil? „Techniek, techniek en nog eens techniek”, zegt Martina. „Ik heb het afgelopen jaar alleen getraind op onderdelen waar ik goed in ben. Ik moest mijn oude gevoel terugkrijgen. Sprinten is meer dan lopen, lopen en nog eens lopen.”

Dát is nu net het verschil met de oude Martina, zegt sprintbondscoach Wigert Thunnissen. „Je kunt stellen dat Reider hem weer op het juiste spoor heeft gezet. Bij zijn vorige trainer, de voormalige Amerikaanse sprinter Dennis Mitchell, lag de nadruk op kracht. Dat is misschien goed voor zijn toenmalige trainingsmaat Justin Gatlin, maar niet voor de lichtvoetige Martina, die het van souplesse moet hebben. Onder Mitchell waren zijn bewegingen hoekig, nu is hij de flyer van weleer. En hij zit goed in zijn vel, dat telt ook zwaar. Je ziet het. Als dat allemaal bij elkaar komt, wordt Martina Europees kampioen.”

Zijn nieuwe biotoop werkte ook heilzaam op het lichaam. Dit jaar is Martina blessurevrij, voor het eerst sinds de Olympische Spelen van 2012, waar hij een hardnekkige beenblessure opliep. Met de aanpak van Mitchell ging die blessure maar niet over. En met de Olympische Spelen in het vooruitzicht kwam Martina tot de vaststelling dat het anders moest. Zo kon hij niet doorgaan, wilde hij ook na zijn dertigste nog iets van zijn carrière maken. Fijn die warmte in Florida, maar de entourage op Papendal, waar hij alleen op een kamertje woont, is beter voor zijn gestel en voor zijn toekomst als atleet. Verhuizen was de enige optie.

Naast een geschiktere trainer en betere faciliteiten, bracht ‘Papendal’ hem nog een ander voordeel: Martina kon dagelijks trainen met zijn estafettemaatjes, met wie hij zaterdagavond in Amsterdam zijn tweede Europese titel wil winnen. En tussendoor vrijdagavond de titel op de 200 meter meepakken, eigenlijk zijn beste afstand. Martina voelt dat hij op koers ligt voor drie gouden medailles.

‘Ik ben pas begonnen’

Na zijn glorieuze race op de 100 meter liet Martina er geen misverstand over bestaan dat ‘Amsterdam’, hoe mooi ook, een tussenstation is. „De Spelen in Rio zijn mijn hoofddoel, daar moet ik op mijn best zijn. Eigenlijk ben ik pas begonnen. De EK zijn pas mijn derde serieuze wedstrijd. Ik wil weer onder de tien seconden lopen.”

Maar voelt Martina, die afgelopen zondag 32 jaar werd, dan niet de effecten van zijn leeftijd? Oprecht verbaasd zegt hij van niet. „Leeftijd is een getal”, antwoordt hij snel. „Kijk naar Kim Collins, die is 40 jaar en loopt de 100 meter in 9,20 seconden. Ik ben 29 jaar. Voor altijd!” Waarna hij schaterlachend de kleedkamer opzoekt.

Martina is de aanvoerder van een stel Nederlandse sprinters dat zich spectaculair ontwikkelt. Hensley Paulina haalde in Amsterdam de halve finales en Solomon Bockarie zelfs de finale, die hij veiligstelde met een olympische limiettijd van 10,13. In de eindstrijd moest Bockarie met 10,25 en een zevende plaats iets toegeven, maar zijn optreden in Amsterdam verloor er niet door aan glans. Maar de sprinter met de breedste lach van allemaal was vanzelfsprekend de immer blije Martina.