Verdachten van gooien brandbommen langer vast

De rechtbank in Almelo. Foto Eric Brinkhorst

Marco H. (36) vraagt in de rechtbank in Almelo om het opheffen van zijn voorarrest. „Ik ben onschuldig. Als ik het gedaan had, had ik het allang toegegeven. Ik ben absoluut geen nazi of racist, ik haat geen moslims. Ik heb vrienden die moslim zijn.”

H., lichtblauw overhemd met korte mouwen, gemillimeterd haar, wijst op de persoonlijke ramp die zich zal ontvouwen, als hij vast blijft zitten. Hij komt „zwaar in de problemen”, zegt hij. „Mijn huis raak ik kwijt. Ik moet uit de schuldsanering. Ik mis gesprekken die ik had voor mijn autisme.” En dat vanwege „vermoedens”.

Het mag niet baten. De vijf mannen die worden verdacht van het gooien van brandbommen naar een moskee in Enschede blijven ondanks bezwaren – die meestal samenhangen met verwachte financiële problemen en psychische gesteldheid – in voorarrest. Dat bepaalde de rechtbank in Almelo vrijdag. De groep wordt verdacht van terrorisme, en zit daarom vast op de zwaarbewaakte afdeling van de penitentiaire inrichting in Vught.

Op de late avond van 27 februari zouden Jeroen B. (35), Danny H. (24), Marco H (36), Ronald M. (34) en Raymond S. (34) naar de moskee Allah’s huis voor moslims zijn gereden, daar hebben drie van hen twee zelfgemaakte brandbommen aangestoken en naar de moskee gegooid. De vlammen zijn gedoofd door moskeebezoekers. Er waren op dat moment ongeveer dertig mensen in het gebouw.

Terroristisch oogmerk

Alle advocaten deden tevergeefs een verzoek tot schorsing of opheffing van de voorlopige hechtenis. Daarbij speelt de vraag of deze daad als een daad van terrorisme kan worden aangemerkt. „Is het terroristisch oogmerk wel gerechtvaardigd”, vraagt Evert van der Meer, de advocaat van Ronald M., zich af. „Mijn cliënt is op geen enkele manier politiek actief. Op internet is hij niet met dit soort ideeën of denkwijze bezig.”

Ja, er was „commotie die avond bij de moskee’’. Maar moet hij het proces afwachten in deze „extreem zware setting”? „Ik ben geen terrorist”, heeft een van de verdachten gezegd. Terrorisme gaat volgens officier van justitie Jeroen Kuipers over het zaaien van angst, en dat is hier volgens hem gebeurd.

Kuipers benadrukt dat het recht geen onderscheid maakt tussen „Syrië-gangers of rechtsextremisten”. „Beiden ondermijnen de samenleving.” Hij grijpt de zitting opnieuw aan om te wijzen op een veranderende samenleving, dit deed hij tijdens de eerste zitting vorige maand ook. „Wij leven in een tijd van polarisatie. Sommigen voelen zich geroepen om met geweld hun mening op te leggen.’’ Hij wijst op een „recent dieptepunt’’ waarbij mensen „met kapmessen in Bulgarije’’ de grens ‘bewaakten’. Hij doelt hiermee op een actie van de voorman van protestgroep Pegida Nederland. „Bij elk van de verdachten zijn aanwijzingen gevonden voor vreemdelingenhaat.”

Muziekkeuze

Kuipers noemt de „muziekkeuze” van Danny H., die „woorden als ‘Sieg Heil’ en ‘white supremacy’ bevat. In de gemeenschappelijke WhatsApp-groep van de verdachten werd „rechts-extremistische” content uitgewisseld. Een foto van een galg met daarbij de tekst: ‘Muslim swing set’. Bij een foto van Anne Frank wordt een vraag opgeworpen: ‘Morgen naar school? Nee joh, ik ga op kamp’. En bij een afbeelding van uitgemergelde kampbewoners staat: ‘Zo, en nu eerst een Bavaria’. Kuipers: „Appjes over ‘de fik erin’ of ‘branden in de hel’ laten weinig aan de verbeelding over.”

Verschillende verdachten spreken tegen dat zij erg actief waren in deze appgroep. Dat het tijdens de zitting wel zo wordt gepresenteerd, laat volgens Robert Speijdel, de advocaat van Jeroen B., „de gekleurde toon” van dit proces zien. Op 29 en 30 september wordt de zaak inhoudelijk behandeld.