Recensie

Klussen opknappen met de knokenrapers

Het uitgestelde schrijverschap van Andreas Oosthoek levert een tweede boek op. Ook dit is gebaseerd op wat hij decennia geleden al schreef – over een macaber militair karwei.

Twee jaar geleden debuteerde Andreas Oosthoek (1942) als romanschrijver met Het relaas van Solle, over een boerenzoon van gegoede, Zeeuwse komaf. Hij bleek dit relaas al veel eerder te hebben geschreven, in de jaren zeventig. Maar het manuscript raakte zoek en dook tijdens een verhuizing, tientallen jaren later, weer op. Met Vuurland zet Oostland zijn uitgestelde schrijverschap voort. Ook voor deze tweede roman greep hij terug op een al bestaand manuscript van hemzelf, uit 1965, en ook deze roman is gewijd aan een Zeeuwse boerenzoon van gegoede komaf. ‘Wapenschild, portretten in olieverf, het blauwe boekje en vooral veel grond’, zo wordt die afkomst samengevat. De vader wordt omschreven als ‘een landheer, geheel uit tweed opgetrokken’, die zijn zoon voor zijn twintigste verjaardag een Traction Avant cadeau doet.

Kun je merken dat je met een bewerking van materiaal uit de jaren zestig te maken hebt? Ik zou niet meteen willen beweren dat Vuurland een gedateerde indruk maakt – Oosthoek ruimde voor alle zekerheid een rolletje in voor een heuse ‘toyboy’ – maar de stijl is zeker niet erg gangbaar. Oosthoeks zinnen hebben iets zangerigs en afgemetens tegelijk en hij houdt van lijstjes. Zijn manier van schrijven doet wat martiaal aan – en dat past helemaal bij de inhoud van de roman, die aan militaire zaken is gewijd.

Hoofdpersoon Alain vervult zijn dienstplicht, als vaandrig, bij een bijzonder onderdeel van de krijgsmacht: ‘de identificatiedienst’. Het is een afdeling die in 1964 nog volop in bedrijf was, maar die later, bij gebrek aan te identificeren objecten, werd opgeheven. Wij maken een jaar mee uit het leven van de 23-jarige vaandrig die vanwege zijn dwingende oogopslag ‘Alva’ wordt genoemd. Hij heeft de leiding over een groep a-typische soldaten die ongeschikt zouden zijn voor andere krijgsonderdelen: ‘Hele en halve kunstenaars, brillen en boeken.’ Op deze ‘lijkenpikkers’ of ‘knokenrapers’, die de in Nederland gesneuvelden van WO II in kaart moeten brengen, wordt door andere militairen neergekeken. Ze tellen niet echt mee, omdat ze alleen maar ‘wassen en polijsten, meten, uitlijnen en beschrijven.’

Je kunt dus gerust zeggen dat Vuurland een poging is om van alles dat in het vergeetboek is geraakt weer op te graven: de identificatiedienst zelf, waar Oosthoek volgens het nawoord zelf in de jaren zestig deel van uitmaakte, de bloedige strijd om de Schelde in het najaar van 1944 en een royale dodenakker in de Peel met meer dan 30.000 lijken, ‘aangevoerd uit alle gewesten’. Interessante zaken allemaal, die door Oosthoek heel feitelijk en punctueel, maar ook met veel droge humor en psychologisch vernuft worden gepresenteerd.

We krijgen ook nog flarden te zien uit de (kostschool)jeugd van Alain, van zijn studie-perikelen in Parijs en ook zien we hem vallen voor de charmes van een jonge Duitser.

Maar de meeste aandacht gaat uit naar de Dienst zelf en naar de niet altijd even prettige klusjes die opgeknapt moeten worden. Bij elk te identificeren lichaam komt van alles kijken: ‘dijbeen, de kuit, ellepijp, wervels, rammelende ribben, nog eens wervels, de soppende resten van een uniform.’ En dan is er nog de schedel die het liefst ongeschonden moet worden opgedolven, met een compleet gebit.

Van de ruim 30.000 lijken worden er hier twee uitgelicht en door de roman heen gevolgd: allebei Duits. De vraag is waarom soldaat Jürgen, aangetroffen aan de voet van een Zeeuws duin, praktisch onbewapend was en zich zo ver buiten de stellingen begaf. ‘Men zou voorzichtig kunnen denken aan drossen.’ Heel anders is het gesteld met de nazi-officier, het andere lijk. Stierf hij een heldendood, in dienst van de Führer, zoals zijn nabestaanden zo graag wilden, of was zelfs die twijfelachtige eer bij nader inzien niet voor hem weggelegd?

Vuurland is eigenlijk van alles in één: een spannend jongensboek, een liefdesroman, een oorlogsdocumentaire met slapstick-taferelen en een eerbetoon aan het Zeeuwse landschap. De vraag is nu natuurlijk, na twee bijzondere romans over een Zeeuwse boerenzoon, of Oosthoek nog meer moois onder de pet houdt.