Ivo van Hove ontpopt zich in Avignon tot theatermagiër

De theaterregisseur mocht met Visconti’s ‘Les Damnés’ de 70ste editie openen van het Festival d’Avignon.

Regisseur Ivo van Hove ontpopt zich meer en meer tot theatermagiër. Woensdagavond toonde hij zich op de binnenplaats van het majestueuze Palais des Papes in Avignon nu ook meester van de wind. Aan het slot van Visconti’s Les Damnés, waarmee Van Hove met de Comédie-Française de 70ste editie mocht openen van het Festival d’Avignon, kreeg de fikse bries rond de binnenplaats grip op de theaterrekwisieten, aldus het publiek trakterend op een verenstorm en aswolken. Een perfecte symbiose van natuur en cultuur.

De film La Caduta degli dei (The Damned) uit 1969 toont de val van de Duitse familie Von Essenbeck, gemodelleerd naar industriëlengeslacht Von Krupp, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De machtige familie gaat ten onder aan externe en interne perversiteit: het besluit van pater familias Joachim von Essenbeck om te collaboreren met de nazi’s zet een keten van fatale gebeurtenissen in gang. Maar het kwaad komt niet alleen van buiten: de familie blijkt door en door verrot, door trauma, wrok en jaloezie. De oedipale relatie van barones Sophie met haar zoon Martin, en diens pedoseksuele neigingen benadrukken het verval.

Doodskisten

Van Hove en scenograaf Jan Versweyveld situeren de familiesaga in een kaal maar monumentaal decor: een feloranje speelvlak, soms verkleurend naar bloedrood, vult de volledige breedte van de binnenplaats. Links van de vloer staan kledingrekken en grimetafels, hier komen de personages op. Rechts gaan ze dramatisch af: daar staan, omineus, zes geopende doodskisten klaar. Dat neigt naar plat effectbejag, ware het niet dat Van Hove andermaal zijn talent voor dosering toont. Grote erupties van operateske bombast worden afgewisseld met tergende, haast Spartaanse scènes. In Les Damnés houden de twee elkaar in een wankel maar effectief evenwicht.

Operatesk is vooral de schaal. Op de steile tribune van het Palais des Papes passen zo’n 2500 mensen, en de afstand tot de speelvloer is groot. Maar Van Hove en Versweyveld overbruggen die afstand moeiteloos, met grote en toch geserreerde gebaren, met monumentaliteit en met massa: figuranten en musici (een vierkoppig blaasorkest) inbegrepen telt de cast ruim dertig mensen, die in een fraaie, geometrische choreografie over de speelvloer bewegen. Tussen hen door scharrelt een cameraman, die de gekwelde gezichten van de personages in close-up dichterbij brengt.

Soap

Omvang en afstand blijven evenwel te groot voor veel subtiliteit. Maar naast de grote gebaren geeft Van Hove ruim baan aan de taal, die bij de acteurs met hun uitmuntende tekstbehandeling in goede handen is. Wel wreekt het zich dat die taal eerder functioneel is dan poëtisch of theatraal. Met de focus op familieverwikkelingen lijkt Les Damnés soms niet veel meer dan een goede soap: Dallas in het Derde Rijk. Veel mededogen met de verdorven familie weet Van Hove niet te wekken, en daar lijkt het hem ook nauwelijks om te doen. Eerder creëert hij een soort esthetiek van het kwaad, en die is bij vlagen verbluffend.

0807culavignon3

Dat is voor een belangrijk deel te danken aan videokunstenaar Tal Yarden en componist Eric Sleichim. Yarden maakt een ijzingwekkende artistieke vertaling van gruwelijke sleutelscènes als de Nacht van de lange messen, wanneer de familievete ontspoort in de strijd tussen de SA en de SS. Twee acteurs op toneel verbeelden een excessieve SA-feestnacht. Op een scherm zien we hen omringd door een twintigtal andere, feestende en zuipende mannen. Hun dronken soldatengelal wordt veelstemmig versterkt rondom de tribune, waardoor het publiek zich middenin het bacchanaal bevindt. Dan duikt de SS op. Yarden filmt van bovenaf hoe de naakte slapende SA’ers met steeds één schot worden afgemaakt. Een ingetogen, bijna esthetische massamoord is het; de vorm tegengesteld aan de verbeelde waanzin; knap en doeltreffend, ook al omdat het verwijst naar de strakke nazi-esthetiek van Leni Riefenstahl.
0807culavignon4

Les Damnés eindigt ermee dat het meest verdorven personage, Martin, alle macht verwerft. Een griezelige en gekmakende conclusie. Van Hove zet die kracht bij door Martin zijn machinegeweer te laten legen op het publiek. Plots klinken de dodelijke schoten van alle kanten. We waren zwijgende getuigen, medeplichtigen, en dat bekopen we met de dood. Het is je reinste theaterpathos – en toch werkt het. Ook door de associatie met hedendaagse terreur kan je niet anders dan geschokt en geraakt zijn. Spelers en publiek bleven bij het bedrukte applaus toepasselijk in aswolken gehuld.