Recensie

Het tragische leven leren leven

Vrouwenvriendschappen in de literatuur worden vaak geassocieerd met chicklit, roddel en zorgzaamheid. Gelukkig zijn er de romans van Elena Ferrante, over twee vrouwen die van geen wijken willen weten.

Napels, 1964, de stad waar de romans van Elena Ferrante zich afspelen Foto Bruno Barbey/Magnum Photos/HH

Intelligente vrouwen hebben zelden vriendinnen, althans in de literatuur. De kameraadschap tussen mannen kent een lange traditie, die door de kunsten veelvuldig van deugden is voorzien. De vriendschap tussen vrouwen daarentegen wordt over het algemeen geassocieerd met roddel, chicklit en, als hoogste waarde, zorgzaamheid.

Vaak is de verbeelde vrouwenvriendschap ook nog eens ongelijkwaardig, zoals in de romans van Jane Austen waarin zich vriendschappen ontwikkelen tussen een mooie dame op stand met een minder appetijtelijke vrouw van lager allooi. Een uitzondering vormt een roman als The Group van de Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy, die de levens van een aantal vrouwen na hun gezamenlijke studententijd beschrijft. Maar dat boek is al meer dan vijftig jaar geleden geschreven.

De afgelopen jaren heeft Elena Ferrante (een pseudoniem waarvan nog steeds niet duidelijk is wie erachter schuilgaat) in vier Napolitaanse romans de vrouwenvriendschap opnieuw geportretteerd. Ze beschrijft de vriendschap tussen Elena ‘Lenù’ Greco en Rafaella ‘Lila’ Cerullo, die elkaar hebben ontmoet in een achterstandswijk in Napels. Bij elkaar vinden zij een intellectuele verbondenheid in een omgeving waarin het mannelijke recht van de sterkste geldt. Na de eerste twee delen is nu het derde deel Wie vlucht en wie blijft vertaald. Wat maakt het relaas van deze vriendschap zo verslavend?

In de eerste delen wordt het ontstaan van de vriendschap tussen de twee vrouwen beschreven. Beide meisjes ontmoeten elkaar op de lagere school, waar zij uitblinken. Hoewel Lila’s schoolprestaties al snel die van haar vriendin overschaduwen, mag echter alleen Elena van haar ouders doorleren. Met verbeten discipline en succes werkt zij zich door haar middelbare schooltijd en de universiteit heen, terwijl Lila een huwelijk met een rijke man ziet als enige vluchtroute uit de armoede. De levens van de twee vriendinnen lijken steeds meer uit elkaar te lopen. Hun vroegere symbiose is verworden tot een kloof tussen theorie en praktijk: Elena blijft de wereld vooral begrijpen door te leren, terwijl Lila de strijd aangaat met het lot dat vrouwen uit de wijk beschoren is.

Vleesfabriek

Wie vlucht en wie blijft, dat zich in de jaren zestig afspeelt, is de meest politieke van Ferrantes tetralogie. Elena, de verteller van het verhaal, heeft net een succesvolle debuutroman geschreven en staat op het punt met de wetenschapper Pietro Airota te trouwen, die in elk opzicht tot de elite behoort. Met behulp van de vele contacten van de familie Airota strijken zij neer in Pisa, waar Pietro een hoogleraarschap krijgt. Maar met het moederschap wordt ook Elena’s wereld steeds kleiner; haar tweede boek komt maar niet van de grond; zij dreigt te verdrinken in de verzorging van haar twee dochters.

Sommigen van de communistische jeugdvrienden uit de wijk radicaliseren en Elena begint over vrouwenemancipatie te lezen. In de tussentijd is Lila in Napels bij haar man weggelopen met een andere man, die haar vervolgens met haar kind achterlaat. Hierdoor is ze gedwongen in een vleesfabriek te werken. Daar treedt het voormalige wonderkind hoogmoedig en heroïsch de handtastelijkheden en ondraaglijke werkomstandigheden tegemoet. Terwijl Elena leert, leeft Lila het tragische leven.

Hoewel je soms verlangt naar de kleurrijke beschrijvingen van Napels uit de eerdere delen, beschrijft Ferrante mooi hoe zowel Elena’s Bildung-ideaal als Lila’s harde leven weinig aanknopingspunten heeft met politieke discussies en het activisme van goedbedoelende studenten en intellectuelen. Ver weg van Napels en haar vriendin, lijkt Elena’s leven los gezongen van zijn creatieve oorsprong. Toch bepalen haar ervaringen in Napels nog steeds haar gevoelsleven. De vriendschap met Lila blijkt een levenslijn waar zij niet buiten kan, maar het karakter van hun vriendschap is complex. Lila merkt op dat Elena en zij in hun jeugd hebben afgesproken dat zij ‘de slechte’ van de twee is. Lila is behalve briljant ook manipulatief en ondoorgrondelijk. Ze wordt een sirene genoemd: verleidelijk en bedrieglijk blijft ze haar vriendin onzeker maken. Als Elena haar een versie van haar tweede boek laat lezen, merkt Lila op dat zij die ‘goed’ vindt. Maar zij versnijdt haar commentaar met suggesties dat haar ambitieuze vriendin door haar ontsnapping aan de ellende van hun jeugd, ook haar oorspronkelijkheid heeft verloren: ‘dit ben je niet, niets van wat ik heb gelezen lijkt op jou’.

Doctor Faustus

Wat dat betreft lijkt Wie vlucht en wie blijft op Thomas Manns Doktor Faustus. Net als in dat boek beschrijft een zichzelf verloochenende, hardwerkende verteller een vriendschap met een ongrijpbaar en soms haast demonisch genie. Maar deze tegenstelling is niet zo absoluut als ze lijkt. Want wie gebruikt nu wie? Elena heeft Lila’s intellect ook nodig om inspiratie voor haar romans op te doen. Als vertelster van hun geschiedenis is zij degene die Lila de positie van geniale vriendin gunt, als held in háár verhaal.

Ferrante weet deze spanning tussen beide vrouwen ook in het derde deel van haar Napolitaanse romans subtiel uit te bouwen. In haar vertolking van de vrouwenvriendschap scherpt de intellectuele en emotionele krachtmeting tussen Elena en Lila de dagelijkse realiteit van moederschap, huwelijk en vernedering aan. Als onderdeel van deze strijd vinden de vrouwen uiteindelijk een eigen domein, waarin vluchten en blijven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.